handelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhɑndələ(n)]
Vervoegingen:  handelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehandeld (volt.deelw.)

1) kopen en verkopen
Voorbeeld:  `Hij handelt in oud ijzer.`
Synoniem:  handel (1) drijven

2) in actie komen
Voorbeelden:  `snel handelen als iemand een hartaanval heeft`,
`kritiek hebben op het handelen van de staatssecretaris`
Synoniemen:  actief zijn, doen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
actief zijn ageren dingen doen gaan over handdrijven handel drijven handeldrijven leven manipuleren opereren optreden pingelen procederen te werk gaan uitrichten uitvoeren verrichten werken

Taaladvies
  1. Is to act een algemeen geaccepteerd anglicisme voor acteren (`handelen, een daad stellen, opereren, actief zijn`)? Zie to act / acteren (`handelen, een daad stellen, opereren, actief zijn`)
  2. Wat is juist: het onrechtmatig handelen of het onrechtmatige handelen? Zie het onrechtmatig handelen / het onrechtmatige handelen
  3. Wat is juist: het rechtmatig handelen of het rechtmatige handelen? Zie het rechtmatig handelen / het rechtmatige handelen


6 definities op Encyclo
  • Handelen is een deelverzameling van het menselijk gedrag. Alle handelingen die beschouwd kunnen worden als intentioneel of waarbij enig doel werd vooropgesteld, kunnen o...
  • (Bargoens, 1914) stelen
  • • [inerg] iets doen, al of niet met de handen, optreden. • [inerg] handel drijven. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  • iets kopen en verkopen vb: hij handelt in oude boeken iets doen vb: we moeten snel handelen, anders is het te laat ergens over gaan vb: dat boek handelt over computers
  • 1) Actief zijn 2) Ageren 3) Askelen (barg.) 4) Dealen 5) Dingen 6) Doen 7) Gaan over 8) Gestemdheid van wilskracht 9) Handdrijven 10) Handeldrijven 11) In actie komen 12)...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met handelen:
    handelen naar

    Deze woorden eindigen op handelen:
    afhandelenbehandelenheronderhandelenmishandelenonderhandelenverhandelen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    handelen (doen, zich gedragen; koopmanszaken doen)