uitdoen

werkw.
Uitspraak:  œydun]
Vervoegingen:  deed uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgedaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (kleren of schoenen) van je lichaam afhalen
Voorbeeld:  `je broek uitdoen`
Synoniem:  uittrekken

2) zorgen dat het niet meer aan is
Voorbeelden:  `het licht uitdoen`,
`de radio uitdoen`

3) uit de grond halen
Voorbeelden:  `bomen uitdoen`,
`bloembollen uitdoen`
Synoniem:  rooien

4) afmaken
Voorbeeld:  `de termijn als minister-president uitdoen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhouden afdoen afleggen afzetten blussen doven ontkleden uitblussen uitdoven uitdraaien uitkleden uitkrijgen uitmaken uitschakelen uitstellen uittrekken uitzetten verdagen verschuiven aandoen (antoniem)

Taaladvies
Uitdoen: Is uitdoen correct in een combinatie als de aardappelen uitdoen?

4 definities op Encyclo
  1. van je lichaam af halen vb: hij deed zijn schoenen uit Synoniem: uittrekken Tegenstellingen: aandoen aantrekken de knop omzetten zodat het niet meer werkt vb: wil jij het...
  2. •uitschakelen. •kleding afleggen.
  3. [Belgisch Nederlands] 1. volbrengen, afmaken 2. het einde halen van - 3. uitvegen, wegvegen, doorhalen
  4. 1) Aanhouden 2) Afdoen 3) Afleggen 4) Afzetten 5) Blussen 6) Delven 7) Doven 8) Ontkleden 9) Rooien 10) Uitblazen 11) Uitblussen 12) Uitdoven 13) Uitdraaien 14) Uitkleden...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitdoen`.