opendoen

werkw.
Uitspraak:  opə(n)dun]
Vervoegingen:  deed open (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opengedaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets dat gesloten is) openen
Voorbeeld:  `een raam opendoen`
Antoniem:  sluiten
een boekje opendoen  (geheime informatie verklappen)

2) de deur van het huis openen voor bezoek
Voorbeeld:  `Er wordt gebeld, wil jij even opendoen?`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ontsluiten openen openmaken

Spreekwoorden en zegswijzen
• over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt.)
• een boekje over iemand/iets opendoen (=de slechte dingen van iemand vertellen)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 na den winter de aarde die men op de kuilen gelegd had, daarvan wegnemen en zoo de keesten bloog leggen, die dan af...
  2. 1) Inlaten 2) Ontsluiten 3) Opdoen 4) Openen 5) Openleggen 6) Openmaken
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opendoen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `opendoen`.