afbinden

werkw.
Uitspraak:  ['ɑvbɪndə(n)]
Vervoegingen:  bond af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgebonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) door een strakke band de aanvoer van bloed belemmeren naar (een lichaamsdeel)
Voorbeeld:  `je arm afbinden om de bloeding te stoppen`

2) (schaatsen) losmaken en uitdoen
Voorbeeld:  `je schaatsen afbinden na de wedstrijd`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdoen afsnoeren

2 definities op Encyclo
  1. ( toesnoeren) Het te strak - of bij het niet nakijken van bindsels door diktegroei veroorzaakt- aanbinden, zodat de stengel gekneld raakt en bvb. gevoeliger is voor breu...
  2. 1) Afdoen 2) Afknopen 3) Afsnoeren 4) Afsterven 5) Losmaken 6) Onderbinden 7) Toebinden
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `afbinden`.