bezwijken

werkw.
Uitspraak:  [bəˈzwɛikə(n)]
Vervoegingen:  bezweek (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is bezweken (volt.deelw.)

1) iets niet meer kunnen verdragen (en daardoor kapotgaan of sterven)
Voorbeelden:  `De brug is onder de zware last bezweken.`,
`bezwijken aan zijn verwondingen`

2) toegeven aan iets verleidelijks
Voorbeelden:  `ik wilde niet snoepen, maar ik ben bezweken`,
`bezwijken voor de verleiding`,
`bezwijken voor iemands avances`
Synoniem:  zwichten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achteruitgaan afleggen barsten doodgaan doorslaan heengaan het onderspit delven in elkaar storten inslapen instorten omkomen ondergaan overlijden sneuvelen sterven te gronde gaan tenondergaan teruggaan vallen vergaan verrotten verteren wegrotten wegvallen zinken volhouden (antoniem)

Taaladvies
  1. Bezwijk je aan of onder iets? Zie Bezwijken aan / onder
  2. Wat is juist: bezwijken aan of bezwijken onder verdriet? Zie Bezwijken aan / onder


6 definities op Encyclo
  • •zwichten •het opgeven.
  • stuk gaan omdat het niet sterk genoeg is vb: de plank bezweek toen we er op gingen staan Synoniem: begeven eraan doodgaan vb: hij bezweek aan die ziekte in elkaar zakken ...
  • Def.: doorbraak van dijk of duin (einde waterkerende functie). Toelichting: Het optreden van verlies van inwendig evenwicht (b.v. afschuiven) en-of het optreden van verli...
  • Syn.: kapot gaan Def.: niet meer bestand zijn tegen
  • Een bouwdeel wordt geacht te zijn bezweken indien het draagvermogen van het bouwdeel is afgenomen tot de belasting op het bouwdeel volgend uit de rekenwaarde van de belas...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bezwijken (niet meer bestand zijn tegen)