bezwijken

werkw.
Uitspraak:  [bəˈzwɛikə(n)]
Vervoegingen:  bezweek (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is bezweken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) iets niet meer kunnen verdragen (en daardoor kapotgaan of sterven)
Voorbeelden:  `De brug is onder de zware last bezweken.`,
`bezwijken aan zijn verwondingen`

2) toegeven aan iets verleidelijks
Voorbeelden:  `ik wilde niet snoepen, maar ik ben bezweken`,
`bezwijken voor de verleiding`,
`bezwijken voor iemands avances`
Synoniem:  zwichten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achteruitgaan afleggen barsten doodgaan doorslaan heengaan het onderspit delven in elkaar storten inslapen instorten omkomen ondergaan overlijden sneuvelen sterven te gronde gaan tenondergaan teruggaan vallen vergaan verrotten verteren wegrotten wegvallen zinken volhouden (antoniem)

Taaladvies
Bezwijken aan / onder: Bezwijk je aan of onder iets?

8 definities op Encyclo
  1. niet kunnen weerstaan - Jaar van herkomst: 1784-1785 (WNT ) sterven - Jaar van herkomst: 1682 (WNT )
  2. [Nieuwsbegrip] de last van iets niet meer kunnen verdragen
  3. stuk gaan omdat het niet sterk genoeg is vb: de plank bezweek toen we er op gingen staan Synoniem: begeven eraan doodgaan vb: hij bezweek aan die ziekte in elkaar zakken ...
  4. Een bouwdeel wordt geacht te zijn bezweken indien het draagvermogen van het bouwdeel is afgenomen tot de belasting op het bouwdeel volgend uit de rekenwaarde van de belas...
  5. •zwichten •het opgeven.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bezwijken (niet meer bestand zijn tegen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bezwijken`.