de/het koord

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [kort]
Verbuigingen:  koord|en (meerv.)

stuk draad waaraan je kunt trekken
Voorbeelden:  `het koord van een gordijn`,
`aan het koordje trekken om het licht aan te doen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
draad

Spreekwoorden en zegswijzen
• op het slappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico's nemen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • 1> schotentouw: op touw gelijkend materiaal waarbij de vezels echter niet geslagen, maar gevlochten zijn. Koord wordt door de beroepsvaart alleen voor dunne lijnen gebrui...
  • gevlochten draden vb: dit is het koord waarmee je het gordijn open trekt Synoniem: snoer
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 koord met vier draden.
  • •touw
  • touw Jaar van herkomst: 1277 (CG I 1, 353 )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met koord:
    koorddansenkoorddanserkoorddanserskoorde

    Deze woorden eindigen op koord:
    A-grootakkoorda-kleinakkoordA-majeurakkoordA-majeursextakkoorda-mineurakkoorda-mineursextakkoordAïs-grootakkoordaïs-kleinakkoordAïs-majeurakkoordaïs-mineurakkoordakkoordAs-grootakkoordas-kleinakkoordAs-majeurakkoordas-mineurakkoordAses-grootakkoordAses-majeurakkoordB-grootakkoordb-kleinakkoordB-majeurakkoord

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    koord (gevlochten snoer)