inslapen

werkw.
Uitspraak:  ɪnslapə(n)]
Vervoegingen:  sliep in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is ingeslapen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) in slaap vallen
Voorbeeld:  `Na een kwartier is ze ingeslapen.`
Antoniem:  ontwaken

2) doodgaan
Voorbeelden:  `Na een onrustige nacht is ze vanmorgen vredig ingeslapen.`,
`je doodzieke hond laten inslapen bij de dierenarts`
Synoniem:  sterven

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bezwijken doodgaan heengaan omkomen ontslapen overlijden sneuvelen sterven vallen verscheiden wegvallen

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [ongelijkvloeiend] aanvangen te slapen, in slaap vallen; [figuurlijk] sterven. *...SLEPEN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend]...
  2. 1) Bezwijken 2) Doodgaan 3) Heengaan 4) Indommelen 5) Indutten 6) Minder waakzaam worden 7) Omkomen 8) Onder zeil gaan 9) Ontslapen 10) Ontsluimeren 11) Overlijden 12) Sn...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
inslapen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `inslapen`.