bestijgen

werkw.
Uitspraak:  [bə'stɛixə(n)]
Afbreekpatroon:  be·stij·gen
Vervoegingen:  besteeg (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bestegen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) klimmen op (iets)
Voorbeelden:  `een berg bestijgen`,
`de trap bestijgen`,
`een paard bestijgen`,
`een fiets bestijgen`
Synoniem:  beklimmen

2) seks hebben met
Voorbeeld:  `De hengst bestijgt de merrie.`
Synoniem:  nemen


Synoniemen
klimmen   opgaan   opkomen   oplopen   opstaan   opstappen   rijzen   stijgen   verrijzen   wassen   

4 definities op Encyclo
  • •bovenop iets zien te geraken. •"de troon ~" vorst of vorstin worden •"paarden etc." de geslachtsdaad uitvoeren
  • erop klimmen vb: hij besteeg zijn paard
  • 1) Opgaan 2) Beklimmen 3) Wassen 4) Klimmen 5) Opstappen 6) Opstaan 7) Opkomen 8) Oplopen 9) Rijzen 10) Verrijzen 11) Stijgen
  • beklimmen; overnemen van troon; paren bij dieren
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van bestijgen?
De verleden tijd van bestijgen is 'besteeg'. Het voltooid deelwoord is 'heeft bestegen'.
Wat betekent bestijgen?
'klimmen op (iets)' en 'seks hebben met'
Hoe spel je bestijgen?
bestijgen spel je B E S T I J G E N
Wat is een ander woord voor bestijgen?
Andere woorden voor bestijgen zijn klimmen, opgaan, opkomen, oplopen, opstaan, opstappen, rijzen, stijgen, verrijzen en wassen.

Op andere websites
Zoek bestijgen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bestijgen op Google
Zoek bestijgen op Woordenlijst.org
Zoek bestijgen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bestijgen op Wikipedia