wassen

werkw.
Uitspraak:  ['wɑsə(n)]
Vervoegingen:  waste (verl.tijd ) Toon alle vervoegingen

1) (kleren, iemand, een auto enz. ) schoonmaken met water
Voorbeelden:  `Heb je je handen gewassen?`,
`Ik heb me al twee dagen niet gewassen.`

2) groter of meer worden
Synoniem:  groeien
wassend water  (water waarvan het peil hoger wordt, als het vloed is of bij een overstroming)
flink uit de kluiten gewassen zijn  (groot, flink in zijn soort zijn) `een flink uit de kluiten gewassen jongen`
wassende maan  (de maan kort na nieuwe maan, toenemend ) `Wassende maan isde fase waarin de maan ‘groeit’, het rechter gedeelte van de maan is verlicht terwijl aan de linkerkant nog een (klein) deel zwart is.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwassen bestijgen gedijen groeien hoger komen klimmen opgaan opkomen opstaan reinigen rijzen stijgen tieren uitwassen van was verrijzen wassing zwellen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
• uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
• iemand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
• het varkentje wassen (=een klusje wel even doen)
• handen wassen (=het toilet bezoeken)
Toon alle 9 spreekwoorden die wassen bevatten

21 definities op Encyclo
  1. van de waterstand: in hoogte toenemend, ook WASSEND WATER genoemd. WASSEND TIJ: vloed. Gerelateerde term: vallen.
  2. met water (en zeep) schoonmaken vb: de moeder wast het kind het witwassen van geld [een methode toepassen om zwart geld toch officieel in de boeken te krijgen]
  3. • [ov] iets met water of een andere vloeistof zuiveren. • [refl] "zich ~"; zichzelf met water schoonmaken. • [erga] (aangroeien
  4. Een dunne laag doorzichtige kleur of inkt aanbrengen bij waterverfschilderijen en penseeltekeningen en soms ook wel bij olieverfschilderijen.
  5. Groepen: lipiden Esters van hogere alcoholen met hogere vetzuren.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wassen:
wassenbeeldenmuseumwassende maan

Deze woorden eindigen op wassen:
aangewassenafgewassenafwassengewassenongewassenverwassenuitwassenomgewassenvaatwassenonvolwassenomwassenschoongewassenuitgewassenvolwassenwitgewassenwitwassenaanwassen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. wassen (groeien)
  2. wassen (met water reinigen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `wassen` kennen.