opgaan

werkw.
Uitspraak:  ['ɔpxan]
Vervoegingen:  ging op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is opgegaan (volt.deelw.)

zich in een opwaartse beweging verplaatsen
Voorbeeld:  `De zon gaat op in het oosten en gaat onder in het westen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bestijgen klimmen kloppen opkomen opstaan rijzen stijgen uitkomen verrijzen vervuld zijn wassen

Spreekwoorden en zegswijzen
• een lichtje opgaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
• de breeveertien opgaan (=verkeerde dingen doen)
• de brede weg opgaan (=zondigen)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  • omhoog komen vb: de zon gaat op in het oosten Synoniemen: opkomen bekruipen er zo aandachtig mee bezig zijn dat je alles vergeet vb: hij gaat helemaal op in zijn computer
  • •oprijzen, omhooggaan. •een succes zijn, juist blijken. •toekomende tijd enkelvoud en meervoud van •Nederlands
  • (Bargoens, 1914) straf(hebben), zitten (strafkrijgen)
  • 1) Bestijgen 2) Juist zijn 3) Klimmen 4) Kloppen 5) Opkomen 6) Opslaan 7) Opstaan 8) Rijzen 9) Rijzen van de zon 10) Stijgen 11) Uitkomen 12) Verliezen 13) Verrijzen 14) ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met opgaan:
    opgaan inopgaand

    Deze woorden eindigen op opgaan:
    vooropgaan

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    opgaan