Spreekwoorden met `zul`

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zul`

  1. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  2. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  3. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  4. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  5. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  6. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  7. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  8. je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
  9. je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
  10. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  11. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  12. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))

8 betekenissen bevatten `zul`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  3. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  4. hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  5. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  6. wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
  7. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  8. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))

29 dialectgezegden bevatten `zul`

  1. Ajje nou niet heul snel ... dan bejje de mijne (=Als je niet heel snel ... dan zul je wat beleven) (Utrechts)
  2. As ge 't dees op et zèede mor vier uur'n van Gent nie mieër (=Aan deze maaltijd zul je wel genoeg hebben) (Wichels)
  3. aste doeste waste kaste wa saste dan nog mehr (=als je je best doet wat zul je dan nog meer) (Winterswijks)
  4. d n duvel leetur meej jonge (=dat zul je moeten bezuren) (Oudenbosch)
  5. da zulde wel gewaor worre (=dat zul je wel merken) (Oudenbosch)
  6. daaj zulle dich wol leire daase (=daar zul je mogen luisteren) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. dan kun de oewe laag wèl haawe (=dan zul je niet meer lachen) (Tilburgs)
  8. dao hej-je wîl van (=dat zul je wat aan hebben, dat levert wat op) (Weerts)
  9. daor zulde oewe leut wel mee op kunne (=daar zul je veel mee te doen hebben) (Oudenbosch)
  10. dat gebeurt as poas'n en pikster'n op één dag vaal'n (=dat zul jij nooit meemaken) (Westerkwartiers)
  11. Dát zudde zi! (=Dat zul je zien) (Horster)
  12. doë geeste geen dikke kiëtele van sjijte (=daar zul je niet rijk van worden) (Bilzers)
  13. doë zulste geen dikke kliskes van sjijte (=daar zul je niet rijk van worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. doë zulste geen dikke krinte van kakke (=daar zul je niet veel aan verdienen) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. doeë zulste geen dikke kieëtëlë van sjijte (=daar zul je niet rijk van worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. Ge zul d'oardeg uitspelen (=Het zal in uw nadeel zijn) (Bevers)
  17. Hébben és hébbe, mér krijge éste kuns (=zonder te werken zul je niet veel bezitten) (Bilzers)
  18. Maus, mèg of moj, bau ze lope hëbste sjoj (=met twijfelachtige mensen zul je altijd problemen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. Merie haat zenen hond vas, seffes bitter mich, ich zèg et tich, honned frang vër mich! (=als je hond mij bijt, zul je moeten betalen.) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. mèt daaj geeste nog get pette mètmaoke (=met die vrouw zul je nog wat rare dingen meemaken) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. mèt zau ¨leig ènkoëme zulste geen dikke kiëtële sjijte (=met zo'n laag inkomen zul je niet ver springen) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. miegaep'n op 'n zul (=mieren op de drempel) (Rijssens)
  23. nau hëbstë get vër te knabbëlë, doeë bèste ë tijdsjë ziet mèt (=daar kreeg je wat om over na te denken, daar zul je een tijdje mee zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. séffëss geeste wol ë tauntjsje leiger zinge (=als je zo verder doet, zul je de gevolgen voelen) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. Vaast werk ies vaasten èèrmoei. (=Als je vast werk hebt, zul je altijd maar een beetje verdienen (Een wijsheid uit de schoenmakerstijd)) (Waalwijks)
  26. waach mér, ich zal dich zën vitsjës ëns goed werm maoke (=nog even en dan zul je de gevolgen dragen) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. wat sus as dös was koanst (=wat zul je als je doet wat je kan) (Twents)
  28. Zef, zul en Sarel dronke zeneivel eit en zat (=Jef, Julle en Charel dronken jenever uit een kop) (Zoutleeuws)
  29. zul (t) we naor huus gaon (=zullen we naar huis gaan) (Hoogeveens)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen