Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `beer`

  1. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  2. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  3. de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  4. die veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
  5. een beer op sokken (=een goedzak)
  6. een ongelikte beer (=een onbeschofterik)
  7. men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)

6 betekenissen bevatten `beer`

  1. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  2. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  3. wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  4. hij heeft het gelijk van de vismarkt (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  5. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
  6. wie wind zaait zal storm oogsten (=wie ruzie probeert te veroorzaken zal zelf ruzie krijgen)

Het dialectenwoordenboek kent 28 spreekwoorden met `beer`

  1. Ransts: zekkaar (=beerkar)
  2. Westerkwartiers: hij zicht overaal oap'n en beer'n (=hij ziet overal moeilijkheden)
  3. Eekloos: van Hulle mee zen beerpulle (=septischeput lediger)
  4. Tegels: 'nen ongeliekden baer (=een ongelikte beer)
  5. Dilbeeks: ne gestampten boor (=ongelikte beer, grof persoon (m))
  6. Beerses: vuloeuren en bloksteierten (=de duivel aandoen)
  7. Beerses: gen zittend gat hemme (=rusteloos zijn)
  8. Beerses: Oeppassen veur d'achturenmuier. (=voor het donker thuis zijn.)
  9. Beerses: Ze zit vol (=Ze is in verwachting)
  10. Beerses: in de lapmand liggen (=ziek zijn)
  11. Heerlens: ing tuut beer (=glas bier)
  12. Beerses: hij hee ze ni alle vaaef (=Hij is een beetje gek)
  13. Buggenhouts: hei hait achter de beerkeir geloeipen tegen de wind in (=iemand met sproeten op zijn gezicht)
  14. Beerses: Hoe vèndet hieraachter (=Bevalt het u hier?)
  15. Beerses: Dat is wa gescheete (=Dat is een grappige)
  16. Beerses: Gij goadt ok vant kaske na de muur (=Snel van onderwerp veranderen)
  17. Oudenbosch: da kwaam as ne beer op sokke gelijk (=dat deed zich onverhoeds voor)
  18. Sint-Niklaas: zènnen bjeir (beer) uitloaten (=beestig doen)
  19. Waalwijks: Hij zegt niks. Hij houdt z'n mond. (=Hij zit er ginnen ene* (in 'ene' de eerste e als in 'beer')
  20. Beerses: Oep ne schupsteel zitte (=Een onzekere toestand)
  21. Beerses: Hij hée neffe de pot gepist (=Hij is vreemd gegaan)
  22. Beerses: een fleutje van ne cent (=Iets gemakkelijks)
  23. antwerps: nen bruinen beer goan verzuipe (=naar het toilet gaan)
  24. Beerses: ne kilo broek, en è pond gat... (=een broek die veel te groot is...)
  25. Beerses: 't Is van keske schiet (vroeger schoot men met een luchtkarabijn kaarsjes uit op de kermis en kon men een prijsje winnen) (=Iets van weinig waarde)
  26. Geffes: Ge got me hum nie den beer lije (=Je kunt hem niet de baas spelen)
  27. Beerses: Hij zou nog zeune kop vergete (=Het is een vergeetachtig persoon)
  28. Beerses: Sjawelen en braaien go nie saomen (=Je kan geen twee dingen tegelijkertijd doen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen