2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zig`
- schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
- zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
32 betekenissen bevatten `zig`
- je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
- onder water zijn (=afwezig zijn)
- je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
- aan de draai houden (=bezig houden)
- aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
- een hen met sporen. (=een bazige vrouw.)
- zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
- er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
- aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
- acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent)
- aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
- de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
- schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet)
- een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
- de overhand hebben (=iets is meer aanwezig dan het ander / meer invloed hebben)
- aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
- mutatis mutandis (=met de nodige wijzigingen)
- in touw zijn (=met iets druk bezig zijn)
- op het appèl ontbreken (=niet aanwezig zijn)
- hoogtij vieren (=overvloedig aanwezig zijn)
- er de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand bezighouden)
- pappen en nathouden (=situatie min of meer ongewijzigd te laten zonder een beslissing te nemen of daadwerkelijk een probleem op te lossen)
- tussen de bedrijven door (=tussen andere bezigheden in; tussendoor)
- eten als een wolf. (=veel en gulzig eten.)
- waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
- onder vier ogen (=waarbij slechts twee personen aanwezig zijn)
- anderhalve man en een paardenkop (=weinig aanwezigen)
- de lier aan de wilgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten)
2 dialectgezegden bevatten `zig`
- hij is zo zig as 'n lemke (=na 'n straf / berisping) (Astens)
- zig gét oet die göt houwe. (WT) (=Heel dom praten) (Mechels (NL))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen