Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


34 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zelf`

  1. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  2. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een 'parvenu' heeft dikwijls kapsones)
  3. altijd hetzelfde deuntje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
  4. altijd op hetzelfde aambeeld hameren/slaan (=steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen)
  5. commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
  6. De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=Je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  7. de hand aan zichzelf slaan (=zelfmoord plegen)
  8. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  9. eén lijn trekken / Dezelfde lijn trekken (=dezelfde mening hebben)
  10. Een meid en een aardappel kies je zelf (=Je kunt niet voor iemand anders een vrouw uitzoeken)
  11. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  12. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  13. het kwaad straft zichzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
  14. het met zich zelf niet eens zijn (=niet kunnen beslissen)
  15. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  16. in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
  17. in hetzelfde schuitje varen/zitten (=met dezelfde omstandigheden te maken hebben, hetzelfde lot ondergaan)
  18. met hetzelfde sop overgoten (=even goed of slecht)
  19. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  20. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  21. op dezelfde golflengte zitten (=het grotendeels eens zijn)
  22. op dezelfde leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  23. op dezelfde voet voortzetten (=op dezelfde manier)
  24. uit dezelfde klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
  25. Uit hetzelfde gat schijten (=1: Onafscheidelijke kameraden zijn. 2: Het met elkaar eens zijn)
  26. van hetzelfde laken een pak (=dezelfde soort aanpak of respons)
  27. voor hetzelfde geld (=net zo goed)
  28. wie een kuil/put graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
  29. wie zichzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want het is niet vervangbaar)
  30. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  31. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)
  32. zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
  33. zichzelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  34. zijn huid zelf ter markt brengen (=zichzelf verdedigen)

143 betekenissen bevatten `zelf`

  1. in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
  2. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  3. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  4. het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
  5. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  6. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  7. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  8. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  9. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  10. goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  11. goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  12. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  13. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  14. op zijn stokpaard rijden (=altijd over hetzelfde praten of klagen)
  15. semper idem (=altijd weer hetzelfde)
  16. morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
  17. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  18. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  19. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  20. het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
  21. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  22. regen in mei, dan is april voorbij (=de natuur kiest vanzelf de goede volgorde)
  23. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  24. uit dezelfde klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
  25. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  26. eén lijn trekken / Dezelfde lijn trekken (=dezelfde mening hebben)
  27. van hetzelfde laken een pak (=dezelfde soort aanpak of respons)
  28. zijn trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  29. ipso facto (=door het feit zelf)
  30. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  31. eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
  32. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  33. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  34. er zijn meer hondjes die Fikkie heten (=er zijn meer mensen/etc. met dezelfde naam)
  35. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  36. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  37. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  38. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  39. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
  40. Bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=Geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
  41. Bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=Geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
  42. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  43. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  44. het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je het ook bekijkt)
  45. het is één pot nat (=het is allemaal hetzelfde)
  46. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  47. Het is sop en gekookt eten. (=Het is hetzelfde.)
  48. het is zusje en broertje (=het is zo ongeveer hetzelfde)
  49. het is lood om oud ijzer (=het komt op hetzelfde neer)
  50. op zijn pootjes terecht komen (=het komt vanzelf wel voor elkaar)

Het dialectenwoordenboek kent 110 spreekwoorden met `zelf`

  1. Opglabbeeks: imposant (=ter zelfdee tijd)
  2. Liwwadders: ut innigste wat jou kenne is fan broad stront make (=voorkom zelfoverschatting)
  3. Lommels: commèrs hemme (=zelfstandige zijn)
  4. Zeeuws: ie is deur de rehels van drie-e (=zelfstandig persoon)
  5. Lebbeeks: kol: A kol spant (=Bluffen, pochen, overdreven zelfingenomen zijn)
  6. Zeeuws: net ie-ender me dan aars (=zelfde)
  7. Westerkwartiers: hij moet op eig'n been'n stoan (=hij moet zelfstandig worden)
  8. Gronings: doar komt gain gebak oet (=allemaal het zelfde)
  9. Volendams: ei gait op zu uige. (=zelfstandig worden)
  10. Westerkwartiers: die is uut 't zelfde holt sneed'n (=dat is er één van 't zelfde soort)
  11. Brakels: van de wirgoa (=van het zelfde laken een broek)
  12. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  13. Lovendegems: 't Es Kirmesse in d'helle (=regen en zonneschijn ter zelfde tijd*)
  14. Bilzers: de graute aete de kleen (=als kleine zelfstandige kan je niet op tegen de groten)
  15. Londerzeels: hij ei em te keut gedaan (=heeft zelfmoord gepleegd)
  16. Wierings: dat meulend maar op 't zelfde seeltje deur (=dat maalt maar op de zelfde vergunning door)
  17. Westlands: Hij hep z'n eige tekort gedaan. (=Hij heeft zelfmoord gepleegd.)
  18. Waregems: van de gelijke (=van 't zelfde (bij nieuwjaarswens bv.))
  19. Westerkwartiers: 't is zo laang as 't breed is (=het komt op het zelfde neer)
  20. Munsterbilzen - Minsters: das ( mich) prêl vant zelfste (=dat speelt geen rol)
  21. Evergems: Gezet zijn gelijk n’een puij op n’een wee’link. (=Soort zelfrelativerende bevestiging – ‘bedankt, ik ben gezet, ik heb wat ik wou en ik ben tevreden.)
  22. Zwols: ij ef een aertien naor zien vaertien . (=Hij is precies het zelfde als zijn Vader .)
  23. Tilburgs: kiet speule (=uitscheiden met het zelfde aantal als je begonnen bent)
  24. Bilzers: vant zelfde laoke n broek (=poets wederom poets)
  25. Westerkwartiers: ze benn'n met 't zölde sop overgoot'n (=ze denken en doen het zelfde)
  26. Sint-Niklaas: gee zittend gat ein (=niet lang op zelfde plaats of stil kunnen zitten)
  27. Lebbeeks: tekét: Ei èid em tekét gedaun (=Hij heeft zelfmoord gepleegd)
  28. Munsterbilzen - Minsters: vant zelfde laoke n broek (=poets wederom poets)
  29. Oudenbosch: da kom opt zelfde straotje nuit (=dat komt op hetzelfde neer)
  30. Zeeuws: mukeer je wat an jn antjes? (=doe het zelf)
  31. Arnhems: kiek neur je eiges (=kijk naar je zelf)
  32. Zeeuws: Ik bin schoef voor 'nden (=zelf verlegen zijn)
  33. Merkems: begaaien (=u zelf vuil maaken)
  34. Boakels: oewe kant keijere (=voor je zelf opkomen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: dae kümp autte zelfde stal (=hij heeft een aartje naar zijn vaartje)
  36. Mechels (NL): Krieg dich aaf (=Bedien je zelf)
  37. Hulsters (NL): kzain oew maid nie! (=doe het zelf!)
  38. Zeeuws: kiek ni jeneihen (=kijk naar je zelf)
  39. Zeeuws: voe muneihen (=voor me ze zelf)
  40. Munsterbilzen - Minsters: auttet zelfde hoot gesnieë (=de appel valt niet ver van de boom)
  41. Wetters: 't veegt zijn gat zonder papier (=Het spreek voor zich zelf)
  42. Munsterbilzen - Minsters: gee grieëzelke hieësene (=zelfs niet een beetje verstand !)
  43. Rotterdams: Allus is voor Bassie (=Ik neem alles zelf wel)
  44. Diems: Wa denk ie eiges (=wat denk je zelf)
  45. Mechels (NL): Zich aafkriege (=Zich zelf bedienen)
  46. Geels: trekt evve plan (=zoek het zelf maar uit !)
  47. Sint-Niklaas: ei eet furza nie om... (=hij denkt er zelfs niet aan om...)
  48. Lokers: Ons Iere moet van aalk zijn getal èn (=zelfs het gekste gedrag moet kunnen)
  49. Temse: a ne zot zat graa (=zelfs een gek weet dat)
  50. Bilzers: goed geteig hink onder e goed aofdaok (=een dikke buik is zelfs goed)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen