Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wachten`

  1. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  2. de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
  3. geen heil verwachten (=niets positiefs zien)
  4. wachten tot je een ons weegt. (=onmogelijk lang wachten)
  5. wie kaatst kan/moet de bal verwachten. (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)

39 betekenissen bevatten `wachten`

  1. als je geschoren wordt, moet je stilzitten. (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan.)
  2. wie kaatst kan/moet de bal verwachten. (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  3. de kat uit de boom kijken. (=een afwachtende houding aannemen)
  4. ergens muziek in zitten (=ergen veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  5. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  6. het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
  7. een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwachten hebben)
  8. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
  9. ik ben geen uithangbord. (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wachten/zo staan.)
  10. aan het vinketouw zitten / Op het vinketouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  11. de aanval is de beste verdediging. (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten.)
  12. tegemoet zien (=kunnen verwachten)
  13. overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wachten toegeven)
  14. de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
  15. is Saul onder de profeten? (=niet verwachten dat iemand er ook aanwezig is)
  16. nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
  17. de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
  18. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
  19. op het vinkentouw zitten (=ongeduldig afwachten om iets te pakken te krijgen)
  20. op hete/gloeiende kolen zitten. (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  21. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  22. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  23. wachten tot je een ons weegt. (=onmogelijk lang wachten)
  24. de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
  25. uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)
  26. boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
  27. op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
  28. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  29. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  30. met grote heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  31. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten.)
  32. beter een goede buur dan een verre vriend (=van mensen in zijn omgeving kan men meer hulp verwachten)
  33. een hard hoofd hebben in iets. (=verwachten dat er geen oplossing komt voor een probleem.)
  34. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen.)
  35. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  36. weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
  37. wie goed doet, goed ontmoet. (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
  38. ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
  39. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)

Het dialectenwoordenboek kent 30 spreekwoorden met `wachten`

  1. Valkenswaards: wocht us efkes (=even wachten)
  2. Westerkwartiers: wat hangt ons boov'm de kop ? (=wat staat ons te wachten ?)
  3. Munsterbilzen - Minsters: asset èn zene kop höbs, höbset nie èn zen K. (=niet kunnen wachten)
  4. Sint-Niklaas: 't is te zien oe da zèn muts stot (=het is af te wachten of hij goed gezind is)
  5. Wetters: een eze (=een geboorte die langer dan 9 maanden op zich laat wachten)
  6. Sint-Niklaas: we zimmen nog nie on de nief petetjes (=er staat ons nog wat te wachten)
  7. Rotterdams: 't mos groeit tusse m'n benen (=ik sta hier al heel lang te wachten)
  8. Munsterbilzen - Minsters: wo steet mich nog ammel vër de dieër (=wat staat me nog allemaal te wachten)
  9. Sint-Niklaas: ei springt erop gullèk nun bok op doaverkist (= haverkist) (=hij kan niet langer wachten om te beginnen eten)
  10. Munsterbilzen - Minsters: 'tès ammel get,zaag Bet, en ze hoch twei jing on één T. (=het is beter op iemand dan op niemand te moeten wachten)
  11. Bosch: wah ge in oew kupke hed, hedde nie in oew kuntje (=Een idee hebben en niet kunnen wachten om het ten uitvoer te brengen.)
  12. Munsterbilzen - Minsters: iemes lotte sjildere (=iemand lang laten wachten)
  13. Sint-Niklaas: novunnant (=ongeveer; het is af te wachten)
  14. Bilzers: mekan wottel sjiete (=te lang moeten wachten)
  15. Liemers: Dah vrit gin brood (=Dat kan wachten)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ston te sjildere (=lang moeten wachten)
  17. Nunspeets: Kom mar bie Bart in de rieje (=op je beurt wachten)
  18. Weerts: Loatj mer koome wi-j ut keumptj (=We wachten rustig af)
  19. Munsterbilzen - Minsters: poeël haage (=blijven wachten)
  20. Rotterdams: delfs blauwe benen krijgen (=wachten)
  21. Bilzers: doë konste nie onderaut (=dat staat je hoe dan ook te wachten)
  22. Opglabbeeks: doa hinkt oes noeg get buve de kop (=er staat ons nog wat te wachten)
  23. Achterhoeks: Kunnen wachten (=Er tijd voor hebben)
  24. Antwerps: 't woater stoat al in men oëge (=gezegde wanneer men niet langer kan wachten voor een toiletbezoek)
  25. Sint-Niklaas: wurtel schieten (=lang moeten wachten)
  26. Hals: op hiete stiene zitten (=niet kunnen wachten)
  27. Texels: eerst gròòte mense, dan hangòòre (=kleine kinderen moeten op hun beurt wachten)
  28. Roermonds: doe kins wachte toet belaoke paose (=je kan wachten tot sint juttemis)
  29. Ninoofs: a zitj op de zille van de veerdeer (=nog een week wachten en het is aan ons)
  30. Westerkwartiers: d'r stijt ons wat te wacht'n (=er staat ons wat te wachten)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen