Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `toon`

  1. als warme broodjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
  2. de boventoon voeren (=het hoogste woord hebben)
  3. de toon aangeven (=bepalen welke richting het op gaat)
  4. een andere toon aanslaan (=op een andere manier tegen iemand gaan praten)
  5. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  6. een toontje lager zingen (=minder opscheppen, minder grote mond hebben)
  7. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  8. Uit de toon vallen (=Anders zijn dan de anderen)

4 betekenissen bevatten `toon`

  1. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  2. het zijn niet allen koks die lange messen dragen (=niet het uiterlijk vertoon bewijst iemands vaardigheid)
  3. het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=niet het uiterlijk vertoon bewijst iemands vaardigheid)
  4. in de luwte vallen (=op minder luide toon verder praten)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met `toon`

  1. Bilzers: moeste doever zaun graute klep (bakkes) opzétte (=toontje lager kan ook !)
  2. Brakels: over zijn toonge gescheet'n (=teveel uitgegeven, failliet)
  3. Leefdaals: ze zal uire kak wel inave (=ze zal wel een toontje lager zingen)
  4. Waregems: ie ploeit em dubble (=hij toont zich bijzonder onderdanig)
  5. Westerkwartiers: die is snel op zien toon'n trapt (=die is licht geraakt)
  6. herenthouts: doe ké zot, toon ké tetje (=toon ne keer tetje)
  7. Westerkwartiers: het smoakt mij aan de ludje toon'n toe (=het smaakt mij bijzonder lekker)
  8. St Huibrechts-Hern: touwn zen hiene huu (=toon zijn kippen hoeden (begraven worden op oud kerkhof))
  9. Munsterbilzen - Minsters: daaj hun lidsje ès autgezoenge (=voor de muziekindustrie is de toon gezet)
  10. Westerkwartiers: dat begroot me toe de toon'n uut (=dat vind ik heel erg naar)
  11. Westerkwartiers: hij geft de toon aan (=hij zegt hoe het moet gebeuren)
  12. Westerkwartiers: hij spijt roar goedje (=hij slaat een gemene toon aan)
  13. Westerkwartiers: dat begroot mij toe de toon'n uut (=dat vind ik heel erg sneu)
  14. Westerkwartiers: 'k zat doar met kromme toon'n (=ik voelde me daar niet veilig)
  15. Westerkwartiers: dat spiet mij toe de toon'n uut (=dat spijt mij enorm)
  16. Zwevegems: 'k è toon vriee verskoot'n. (=Ik ben toen erg geschrokken.)
  17. Antwerps: ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan zegt ze)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen