Spreekwoorden met `te zeggen`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `te zeggen`

  1. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)

11 betekenissen bevatten `te zeggen`

  1. een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
  2. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  3. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  4. iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
  5. naar zijn woorden zoeken (=niet goed meer weten wat te zeggen)
  6. een ei op hebben (=niets durven te zeggen)
  7. niets in de melk te brokken hebben (=niets te zeggen hebben)
  8. van zijn stuk raken (=onzeker worden en niet meer weten wat te zeggen)
  9. er is een tijd van spreken en er is een tijd van zwijgen. (=soms is het beter om niets te zeggen)
  10. nu breekt mijn klomp (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
  11. veel garen op zijn klos hebben (=veel te zeggen hebben - veel aanmerkingen maken)

50 dialectgezegden bevatten `te zeggen`

  1. a ee doer niks te koetten (=hij heeft daar niets te zeggen) (Meers)
  2. a leit onder den sloef (=thuis niets te zeggen hebben) (Nijlens)
  3. Aa lei onder de sloef (=Hij heeft thuis niets te zeggen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  4. as ich mëne mond rier, zitste al op mich (=ik heb hier helemaal niets te zeggen !) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. As se oetgekald bös mos se zjwiege (=Als je niets meer te zeggen hebt moet je je mond houden) (Roermonds)
  6. as tat alles ès wôste te zèggen hëbs, hach ëm dan mér heil tau (=zwijg maar als je niet beters te zeggen hebt) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. daaj hèt hërre meester gevonne (=zij heeft thuis niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. dae haet hie niks te profesieje (=hij heeft hier niks te zeggen) (Heitsers)
  9. dae is zekvreej (=die durft veel te zeggen) (Weerts)
  10. dae kaltj zoeë fien wie póppestróntj (=overdreven voorzichtig praten om (vooral) niets verkeerds te zeggen) (Heitsers)
  11. dat is gien beraons weerd (=Het is niet iets om hierover wat te zeggen) (Giethoorns)
  12. de hëbs haaj niks te koette (=hier heb je niets te zeggen (bevelen)) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. Djé hèt ij niks te roetekoete (=Jij hebt hier niets te zeggen) (Brustems)
  14. doë ès gee lievemoederen aon (=aan die heb je niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. doë hëbs tich niks aon te koekke (=daar heb jij niets aan te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. doë maok ich gene kal aoën vaul (=daar laat ik me niet toe verleiden wat over te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. één 't vuur an 'e scheen'n legg'n (=iemand dwingen de waarheid te zeggen) (Westerkwartiers)
  18. En dagge bedaankt zijt da witte. (=Onnodig te zeggen dat ik u dankbaar ben.) (Roosendaals)
  19. en toen sjaet de koe en neep ze ‘t gaat toe (=een einde aan het verhaal breien als je niets anders meer weet te zeggen) (Heitsers)
  20. er hè tinnes niks ènde pap te brokke (le) (=hij heeft niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. Fluppe wiste dat te zeggen (=Filip heeft het gezegd) (Veurns)
  22. g'et ier niets te bassen (=je hebt hier niets te zeggen) (Wichels)
  23. gien beraons weerd (=het is niet nodig om hier iets over te zeggen) (Giethoorns)
  24. goa ét ier niks te rittentitte (=je hebt hier niets te maken / te zeggen) (Booms)
  25. haaj hëbs tich gaaraut niks te koekke (=hier heb jij helemaal niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. haaj hètter e graut bakkes, mèr te zeines likter onder de sloef (=hier voert hij het hogge woord en thuis heeft hij niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. heid ier nie te piep'n (=je hebt hier niks te zeggen) (Roeselaars)
  28. ich moes ferm op men toeng bijte (=ik moest me goed inhouden om niets verkeerd te zeggen) (Bilzers)
  29. ie is ter nie op bluuvn lihhen (=iemand die het durft te zeggen) (Zeeuws)
  30. ie stoa woa da den bustle stooa (=hij heeft thuis niets te zeggen) (Harelbeeks)
  31. ij ee niet te piebm (=hij heeft niets te zeggen) (Kaprijks)
  32. Ij eet ier niets te bassen (=Hij heeft hier niets te zeggen) (Zelzaats)
  33. ij ligt onder de sloef; tes en oepnemvod (=hij heeft niets te zeggen) (Diesters)
  34. Ik ga de neus achterop (=Ik ga er van door (zonder te zeggen waarheen)) (Renkums)
  35. jee niet te piepn (=hij heeft niets te zeggen) (Kortemarks)
  36. jee nieten in de pap te brokkn (=hij heeft er niets te zeggen) (kortemarks)
  37. kabas (=manne dâ niks te zèggen èmme mauge die droëge) (Dendermonds)
  38. kem niks te koe'e (=Ik heb niets te zeggen) (Hulshouts)
  39. koet'n: G'ét ie niks te koet'n (=Niks te zeggen hebben, geen gezag hebben, geen inbreng hebben) (Lebbeeks)
  40. kust mè gat (=loop naar de maan, ietwat lompe formulering om te zeggen dat de andere kan vertrekken, zijn plan kan trekken) (Meers)
  41. Luu die völle te zeng hebt, gebruukt weinig woorn. (=Mensen die veel te zeggen hebben, gebruiken weinig woorden.) (Sallands)
  42. men holdt zich op de vlakte (=men durft niet te zeggen wat er aan de hand is) (Westerkwartiers)
  43. miëster: Mé zijne miëster getraat zijn (=Thuis niets te zeggen hebben) (Lebbeeks)
  44. niks èn de pap te brokke hübbe (=niets te zeggen hebben) (Bilzers)
  45. Niks te koeten hemme (=Niets te zeggen hebben) (Dilbeeks)
  46. niks te koette (=niets te zeggen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. nimmendal (=wâ dâ de miëste manne touis te zèggen èmme) (Dendermonds)
  48. oeëgetroudj es oeëgeskete'n (=een aangetrouwde heeft weinig te zeggen bij de familie) (Meers)
  49. om marris un dwarsstraot te noeme (=om maar eens wat te zeggen) (Oudenbosch)
  50. onder de slasj liggen (=thuis niet veel te zeggen hebben) (Meers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen