Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `weet`

  1. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  2. een zweetje op iets halen (=zich ergens fel voor inspannen)
  3. Eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=Slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  4. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  5. hij weet een lucifer in drieën te kloven (=hij is erg zuinig)
  6. hij weet er geen bal van (=hij weet er niets van)
  7. hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft (=hij is erg dom)
  8. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  9. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  10. wat niet weet, wat niet deert (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
  11. weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet (=wees voorzichtig met woorden en je informatie)
  12. Wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=Alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  13. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)

32 betekenissen bevatten `weet`

  1. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  2. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  3. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  4. dat mag de duivel weten (=dat weet ik niet)
  5. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  6. zich van de domme houden (=doen alsof men van niets weet)
  7. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  8. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  9. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  10. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  11. zich op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
  12. hij weet er geen bal van (=hij weet er niets van)
  13. hij kan meer dan brood eten (=hij weet veel)
  14. hij kan zijn naadje wel naaien (=hij weet zijn geld wel te verdienen)
  15. schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet)
  16. een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
  17. een gladde vogel (=iemand die zich overal weet uit te redden op slinkse wijze)
  18. mijn naam is haas (=ik weet nergens van en wil er niks mee te maken hebben!)
  19. De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=Je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  20. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  21. zijn licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
  22. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  23. weten waar Petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
  24. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  25. om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
  26. als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  27. bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
  28. geen droge draad aan het lijf hebben (=totaal nat geregend zijn (soms ook : door en door bezweet))
  29. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  30. naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
  31. wat niet weet, wat niet deert (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
  32. wat het oog niet ziet, wat het hart niet deert (=wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last)

Het dialectenwoordenboek kent 261 spreekwoorden met `weet`

  1. Bredaas: Wittet wir beter (=weetje het weer beter?)
  2. Zwevegems: 'k weetnie wè! (=Ik weet het niet, hoor.)
  3. Waregems: 'k 'n weete geên beskeeêt, 'k weete van niet'n (=ik ben niet ingelicht)
  4. Moorsel: van toetn of blouze weetn (=van niets weten)
  5. Westerkwartiers: meet'n is weet'n (=controle geeft zekerheid)
  6. Westerkwartiers: meet'n is weet'n, en gizz'n is mizz'n (=goed meten is belangrijk)
  7. Tilburgs: höllieje paa môoget nie weete. (=haar vader mocht het niet weten.)
  8. Brakels: van toet'n of bloazen weet'n (=totaal niet op de hoogte zijn)
  9. Waregems: entwa weet'n van oor'n ze(g)n (=iets weten via via)
  10. Waregems: tes d'antoave die telt, van wantn weetn, zijne stiel kenn'n (=er handeling van hebben)
  11. Tilburgs: hèj za-r wèl blèèf meej weete (=hij zal er wel weg mee weten)
  12. Tilburgs: ge mot ut intèts laote weete (=je moet het tijdig laten weten)
  13. Lichtervelds: oe mindre dak weete, oe grustre dak sloape (=wie niet weet, niet deert)
  14. Veurns: Nie kuurieus zien mo gèèrn ol weet'nUut leutens (=Niet nieuwsgierig zijn maar ...)
  15. Heerlens: de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt)
  16. Veurns: weet'n wien' is wuk (=weten waar je aan toe bent)
  17. Veurns: weet'n woa dat den oend geboeng'n legt (=Weten wat de oorzaak is)
  18. Gents: tes veur mij een weete en veur eu een groaije (=ik zal het je niet vertellen)
  19. Zwols: ij weet van gien op - ollen (=hij weet niet van ophouden)
  20. Hansbeeks: Hij weet nie van toet'n noch van bloaz'n (=Hij weet van niets)
  21. Ossies: da wittie nie (=dat weet hij niet)
  22. Bosch: Dá witte gij tó nie (=Dat weet jij niet)
  23. Booms: Em wet van toete of blaaze (=Hij weet van niets)
  24. Wetters: ksteeke mij bot (=ik weet het niet)
  25. Sint-Niklaas: 'k wit het waal (=ik weet het wel)
  26. Moerdijks: witte gij da (=weet jij dat)
  27. Prinsenbeek: Witte gij veul (=weet jij veel)
  28. Valkenswaards: Wit ik veul (=weet ik niet)
  29. Giethoorns: dat mag bessie weten (=weet ik veel)
  30. Hedels: Witte gij dè nie? (=weet je dat niet?)
  31. Bergs: hedde 't al geheurd? (=weet je het al?)
  32. Bilzers: wiëste woste kons ? (=weet je wat ?)
  33. Veldhovens: witte gij het (=weet jij het)
  34. Gronings: woist ja wel (=je weet ja wel)
  35. Ossies: da witte oit noit (=je weet maar nooit)
  36. Hulshouts: we'e wel (=weet je wel)
  37. Mays: witte gai ut? (=weet jij het?)
  38. Maas en waals: witte gij veul (=weet jij veel)
  39. Dordts: dan kom je zeker uit Papendrecht (=weet ik niet)
  40. Waalwijks: Wit ik 't (=weet ik veel.)
  41. Westerkwartiers: wiest dat niet (=weet je dat niet)
  42. Graauws: komde gij van Lillo af? (=weet je dat niet?)
  43. Boxtels: Witte geit (=weet jij dat)
  44. Eindhovens: Witte wel (=Zoals je wel weet)
  45. Drents Kanoals: achteroaf koakeln de hounder (=achteraf weet je het)
  46. Brussels: as g'et mo wet (=als je het maar weet)
  47. Munsterbilzen - Minsters: zwijg stil ! (=als je het maar weet !)
  48. Hedels: Dè wik nie (=Dat weet ik niet)
  49. Eindhovens: da wit gin mens (=dat weet niemand)
  50. Lichtervelds: dn duuvl ist wys (=niemand weet het)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen