Spreekwoorden met `sne`

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sne`

  1. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel (=leugens komen altijd uit)
  2. als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
  3. de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
  4. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  5. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  6. de tijd is snel, gebruikt hem wel. (=verspil geen tijd aan onbelangrijke dingen)
  7. de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
  8. een morse muur is snel afgebroken (=een slechte zaak gaat niet lang mee)
  9. een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  10. een snee in de neus hebben (=dronken zijn)
  11. een snee in het oor hebben (=dronken zijn)
  12. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  13. uit het goede hout gesneden zijn (=van goede afkomst zijn / een goed karakter hebben)
  14. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  15. zo snel als het licht (=heel snel)

75 betekenissen bevatten `sne`

  1. je vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
  2. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  3. gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
  4. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  5. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  6. tijd heeft vleugels en geen teugels. (=de tijd gaat snel en is niet te beïnvloeden)
  7. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  8. hora ruit (=de tijd vliet snel)
  9. haast je langzaam (=doe het zo snel mogelijk, maar niet sneller (uit het Latijn: Festina lente))
  10. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  11. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  12. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  13. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  14. van praat komt praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  15. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  16. op het veld van eer gevallen (=eervol gesneuveld)
  17. bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  18. er als de kippen bij zijn (=er razendsnel bij zijn)
  19. uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
  20. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  21. een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
  22. zo snel als het licht (=heel snel)
  23. binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  24. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  25. niet kunnen heksen (=het niet zo snel afkunnen - er meer tijd voor nodig hebben)
  26. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  27. de engeltjes schudden hun bed op / kussens uit (=het sneeuwt)
  28. de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
  29. het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
  30. vol gas geven (=het zo snel mogelijk doen verlopen)
  31. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  32. vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
  33. gauw is dood en langzaam leeft nog. (=iets te snel doen is niet goed)
  34. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)
  35. het zwaard van Damocles (=iets wat snel of ieder moment kan gebeuren)
  36. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  37. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  38. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  39. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  40. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  41. het grootste mirakel duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  42. een stadspraatje duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  43. verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  44. hals over kop (=ondoordacht snel)
  45. hol over bol (=ondoordacht snel)
  46. kop over bol (=ondoordacht snel)
  47. kort en goed valt licht en zoet. (=pak dingen snel op en doe het goed)
  48. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  49. kort dag zijn (=snel (in tijd) naderen)
  50. kortaangebonden zijn (=snel boos zijn)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen