76 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sche`
- achter de schermen (=daar waar men het niet ziet)
- achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
- achter de schermen kijken (=kijken waar men normaal niet kan of mag kijken)
- alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
- als het hemd scheurt dan heeft het een gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
- bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
- bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
- borgen is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
- dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
- dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)
- de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- de een scheert schapen, de ander varkens (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
- de huid vol schelden (=flink uitschelden)
- de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
- de lamp hangt scheef (=het geld is op)
- de muts stond hem scheef. (=een slecht humeur hebben)
- de oren scherpen (=goed luisteren)
- de peentjes opscheppen (=de boel opruimen)
- de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
- de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
- de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
- de schepen achter zich verbranden (=een beslissing nemen en niet meer terug kunnen)
- de scherpe kantjes er van afhalen. (=iets verzachten of minder extreem maken)
- driemaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
- een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
- een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
- een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
- een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
- een luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
- een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
- een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
- een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
- er de gek mee scheren (=iets of iemand bespotten)
- er een schepje opdoen (=er nog wat aan toevoegen)
- er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
- geen oortje kunnen schelen. (=iets onbelangrijk vinden (oortje = ± een halve cent))
- geen pot zo scheef of er past een deksel op (=voor iedereen is wel een levenspartner te vinden)
- gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
- gezouten scherts (=bijtende scherts)
- grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
- haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
- het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
- het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
- het puntje van een scherpe pen is `t felste wapen dat ik ken (=met een kritisch woord kan het meest worden bereikt)
- het scheelde maar een haartje (=dat ging maar net goed)
- het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
- het scheelt hem onder de muts. (=hij is niet helemaal goed wijs)
- hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
- iemand afschepen (=met een voorwendsel wegzenden)
64 betekenissen bevatten `sche`
- op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
- een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
- onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
- gezouten scherts (=bijtende scherts)
- de lakense bril erbij opzetten (=bijzonder scherp toekijken)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)
- de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
- een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
- genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
- de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
- eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
- redenering van Jan Kalebas (=dwaze onlogische redenering)
- doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
- de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
- zo scheef als een krab (=erg scheef)
- er prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
- zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
- aan zijn broek krijgen (=ermee opgescheept worden)
- een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
- de huid vol schelden (=flink uitschelden)
- gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
- door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
- de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
- hoog van de toren blazen (=het grote woord willen hebben / opscheppen)
- het is een Spaans bordeel. (=het is een chaotische wanorde)
- het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
- zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)
- iemand onder zijn vleugels nemen (=iemand beschermen of verzorgen)
- iemand de handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)
- iemand de hand boven het hoofd houden (=iemand in bescherming nemen)
- iemand de tekst/les lezen (=iemand scherp berispen)
- iemand de duimschroeven aanzetten (=iemand scherp ondervragen, onder grote druk zetten)
- iemand een vuile mond geven (=iemand uitschelden)
- iemand de huid vol schelden (=iemand uitschelden)
- iemand uitmaken voor rotte vis (=iemand uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is)
- dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
- een stoel in de hemel verdienen (=je door een goed werk onderscheiden)
- beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
- het oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgegeten kan worden)
- de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
- een toontje lager zingen (=minder opscheppen, minder grote mond hebben)
- de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
- door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
- de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
- dik doen (=opscheppen)
- met spek schieten (=overdrijven of opscheppen)
- tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
Eén dialectgezegde bevat `sche`
- wieder sche tweeën (=wij twee) (Veurns)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen