Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aardappel`

  1. De aardappelen afgieten (=Een plasje doen door heren)
  2. De aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=Boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  3. De domste boeren hebben de dikste aardappelen (=Met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  4. De hete aardappel doorspelen (=Iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  5. Die haalt de nieuwe aardappelen niet (=Iemand die gauw zal gaan sterven)
  6. Een kleine aardappel moet je niet schillen (=Aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  7. Een meid en een aardappel kies je zelf (=Je kunt niet voor iemand anders een vrouw uitzoeken)
  8. Een mens is geen aardappel (=Iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  9. Groot bal op kleine aardappelen (=Boven zijn stand leven)
  10. Het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=Zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
  11. Hij heeft aardappelbloed (=Hij ziet er ongezond uit)
  12. Hij heeft de meeste aardappelen al gegeten (=Hij heeft al veel meegemaakt, hij leeft al lang)
  13. Hij is niet veel meer dan een aardappel (=Hij stelt niet erg veel voor)
  14. Hij praat met een hete aardappel in de keel (=Hij praat op een bekakte manier)
  15. Kijken als een hard geschilde aardappel (=Bleek zien)
  16. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  17. Nog geen koude aardappel waard zijn (=Weinig waard zijn)
  18. Tussen de soep en de aardappels (=Terloops)
  19. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  20. Zijn aardappelen op hebben (=Niet verder meer kunnen)
  21. Zo lang aardappels poten als je mest hebt (=Met iets zo lang mogelijk doorgaan)

3 betekenissen bevatten `aardappel`

  1. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. aardappelen komen pas in mei uit)
  2. De aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=Boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  3. hete bliksem (=gestoofde aardappels met appel)

Het dialectenwoordenboek kent 39 spreekwoorden met `aardappel`

  1. Zottegems: kan d'r nkl zijne vélo tegezetten (=Grote aardappelplanten)
  2. Berlaars: petoot (=aardappel)
  3. Veurns: patatt'n ofpeur'n (=aardappelen afgieten)
  4. Sint-Niklaas: puttetten uitsteken (=aardappelen rooien)
  5. Ninoofs: woeëterzakken (=smakeloze aardappelen)
  6. Zelzaats: Temberken (=Oplossing van aardappelbloem in warm water om vleesjus mee aan te dikken)
  7. Erps: de petatten zijn zocht (=de aardappels zijn gaar)
  8. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=nieuwe aardappels)
  9. Houtens: Pieper met slaai (=aardappel met sla)
  10. Overmeers: 'n mande petatten (=een mand aardappelen)
  11. Overmeers: 'n roe petatten (=een oppervlak aardappelen)
  12. Aalsters: azoei nen doesj patatten (=zo een hoop aardappelen)
  13. Wagenings: piepers jassen (=aardappelen schillen)
  14. Overmeers: 'n boale petatten (=een zak aardappelen)
  15. Tilburgs: unne kòp èèrpel (=ongeveer 4 kg aardappelen)
  16. Aarschots: de petaate zooien (=de aardappelen koken)
  17. Hamonter: de erepel zien murruf (=de aardappelen zijn gaar)
  18. Gavers: Tuitsespap (=Gekookte karnemelk met aardappelen en muscaatnoot)
  19. turnhouts: zen de patatten al meurrig (=zijn de aardappelen gaar)
  20. Sint-Niklaas: de petetten (puttettun) moeten uitgedoan wurren (=de aardappelen moeten gerooid worden)
  21. Clings: een klutsken (=een beetje (bijv. aardappelen in een zakje))
  22. brabants: slaai meej ajuin meej aai meej êrêpel (=sla met ei met ui met aardappels)
  23. Neerpelts: Patatten temperen met een verket (=aardappelen pletten met een vork)
  24. Kaatsheuvels: sloaj mee aai mee erpel (=sla met ei en aardappelen)
  25. Munsterbilzen - Minsters: nauw ieëreppelkes moeste sjrabbe, nie sjülle (=nieuwe aardappels moeten geschraapt worden en geschild)
  26. Sint-Niklaas: de petetten (puttettun) zè zocht (=de aardappelen zijn gaar gekookt)
  27. Zeeuws: 'k he slae mee nieuwe aerpels heete (=Ik heb sla met nieuwe aardappelen gegeten.)
  28. brabants: Slaoi meej aai meej juin meej èèrepel (=Sla met ei, ui en aardappelen)
  29. Sint-Niklaas: puttette steken; puttetten uitdoen (=aardappelen oogsten)
  30. Bornems: patatten weg peiren (=aardappelen weg kappen)
  31. Vrasens: Tegen Vroase-karmes steken we nuve petetten. (=Als het kekrmis is in Vrasene, oogsten we nieuwe aardappelen)
  32. Tilburgs: slaoj meej jöön mee aaj mee èèrpel (=sla met ui met ei met aardappelen)
  33. Tilburgs: die èèrpel kèèken oe aon (=die aardappels zijn niet goed gepit)
  34. Bonheidens: In Benaa snijn ze petètte en rijn ze me de kerrewage (=In Bonheiden snijden ze aardappelen en rijden ze met de kruiwagen)
  35. Eindhovens: Wa èteh we vanoavon? èrpel of sloai? HEU STOEL OP VIER! (=Wat eten wij vanavond? aardappelen of sla? Hallo, zet je stoel op vier poten!)
  36. Maldegems: Der ligt ne taet op meun tele (=Er ligt een aardappel op mijn bord)
  37. Mestreechs: ut mooswief verkoch poor, wortele, blomkuul, kellever, unne, slaoj, eerappele en aander greunte. (=het groentevrouwtje verkocht prei, wortels, bloemkool, kervel, uien, sla, aardappels en andere groentes.)
  38. Meerhouts (Gestel): nen eljen emmer petetten oan énnen buist en da fleus tegen de zitterse steweg (=een ganse emmer aardappelen aan één struik en dat straks tegen de zittaartse steenweg)
  39. Meerhouts (Gestel): nen hiejelen oaker petetten oan énnen buist en da fleus tegen de zitterse stiejeweg (of boan) (=een ganse emmer aardappelen aan één struik en dat straks tegen de zittaartse steenweg)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen