44 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ont`
- a contrecoeur (=met tegenzin)
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
- bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
- boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- contra rationem (=strijdig met de rede) (Latijn)
- dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
- de dans ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden)
- de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
- de kont tegen de krib gooien (=weerspannig zijn)
- de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
- de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
- de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
- de tramontane kwijt zijn (=het spoor bijster zijn)
- die niets ontbreekt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
- een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
- een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
- een jan-contant (=solide koopman / iemand die contant betaalt)
- een toontje lager zingen (=minder opscheppen, minder grote mond hebben)
- het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
- het erg bont maken (=zich al te fel te buiten gaan)
- het kwaad loont zijn meester (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
- iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
- iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
- ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
- in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
- Jantje Contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- je kan er je kont niet keren (=gezegd als het erg druk is)
- lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
- men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
- met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
- op het appèl ontbreken (=niet aanwezig zijn)
- plak en gard ontwassen zijn (=ook zonder begeleiding wel kunnen leven)
- wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
- wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie schuldig is, moet zich niet laten opmerken)
- wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
- wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
- wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
- zo fijn als gemalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
- zo klaar als een klontje voor iemand zijn (=het helemaal begrijpen)
128 betekenissen bevatten `ont`
- de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
- in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
- het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
- lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt)
- tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
- haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
- onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
- voeling hebben (=contact hebben)
- voeling houden met (=contact houden met)
- per cassa (=contant)
- klinkende munt (=contant geld)
- een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over een situatie.)
- het stuur kwijt zijn (=de controle verloren hebben)
- achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
- van de troon stoten (=de macht ontnemen)
- van zijn voetstuk stoten (=de macht ontnemen - ontmaskeren)
- het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kansen ontnemen)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- de geest is uit de fles (=dit is niet meer controleerbaar)
- dit loopt uit de hand (=dit is niet meer onder controle)
- in goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
- gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
- de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
- door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
- een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
- een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
- een achterdeurtje (=een manier om iets te ontduiken)
- aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
- het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
- doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
- een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
- de rechte weg is de beste (=eerlijkheid loont)
- op de wipstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
- op de wip zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
- op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
- een traan wegpinken (=emotioneel geraakt zijn, ontroerd zijn door iets => emotioneel)
- de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
- akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
- het is niet koek en ei (=er ontbreekt iets aan de situatie)
- met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
- een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
- voor de schenen/voeten werpen (=ermee confronteren)
- jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
- pas op de plaats maken (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken)
- een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
50 dialectgezegden bevatten `ont`
- 't is ont miezer'n (=het is aan het motregenen) (Oudenhoofs)
- 't is ont verdoefen (=het wordt heter buiten) (Sint-Niklaas)
- 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden) (Sint-Niklaas)
- 't is ont zeveren; 't is mor muggepis (=heel fijne, zachte regen) (Sint-Niklaas)
- 't is van den ont (=het trekt op niets) (Kaprijks)
- aa neusbientje is ônt rotte (=antwoord op : edde gaai ne scheet gelôate?) (Antwerps)
- as een ou schuur ont brangen gerokt is er geen blussen oan (=als een ouder het in 't hoofd krijgt om te trouwen, is er geen tegenhouden aan) (Sint-Niklaas)
- ba, wè zèè de gè tòch un ont mènneke (=bah, wat ben jij toch een vervelend kereltje) (Tilburgs)
- ben non televies ont loenken (=Ik ben naar tv aan het zien) (Liedekerks)
- bèste ze sjiethaajf ont têlle (=handen uit je zakken!) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj ès al ont rossele (=ze heeft veel sproeten) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj és alleman ter dür ont trékke (=zij spreekt kwaad van iedereen) (Bilzers)
- de bès toch henneg iëver de pot ont pisse (=overdrijf je nu niet wat?) (Bilzers)
- de blommen in de foas zin ont vurslunsen (vurslengsun) (=de bloemen in de vaas zijn aan het verwelken) (Sint-Niklaas)
- de fruitboûmen zin ont blommen (=de fruitbomen bloeien) (Sint-Niklaas)
- de kinderen zin ont giechelen (=de kinderen staan daar te lachen) (Sint-Niklaas)
- de knaajn zin al on de kis ont knabbele (=de bobbeltjes zie je al door haar bloesje) (Munsterbilzen - Minsters)
- de knaajn zin al on de kis ont knabbele (=de tepels zie door haar bloesje) (Bilzers)
- de molp ès al goed ont staute (=ze krijgt al mooie borstjes) (Munsterbilzen - Minsters)
- de molp és ont staute (=er groeit wat bij haar) (Bilzers)
- E es zen perewetten ont spelen (=Iemand die streken uithaalt of niet rustig is) (Liedekerks)
- ei was alles ont bijeenkletsen (=hij goot alles bij bij elkaar) (Sint-Niklaas)
- ei zith ont fruit (=fruit stelen) (Erps)
- ès ont biezebeèzen (=hij zit op de schommel) (Sint-Niklaas)
- ès weer ies zèn kloten ont schuren (=hij zit daar weer eens niets te doen) (Sint-Niklaas)
- ès weer mè spek ont schieten (=hij is weer aan het overdrijven) (Sint-Niklaas)
- ès weer ont sletsen (=hij is weer met zijn schoenen (pantoffels) aan het slepen) (Sint-Niklaas)
- ge zetter weir een pansj ont oon angen ein! (=Je bent de tijd weer aan het rekken!) (Aalsters)
- gelèk as nen ont geslegen (=onthutst) (Meers)
- hae ès mèt hem ont vaore (=hij speelt een spelletje met hem) (Bilzers)
- hae hèt paajn ont lepke (=hij heeft een verband rond zijn (hand, vinger...) ) (Munsterbilzen - Minsters)
- het is ont sniejeve (=het is aan het sneeuwen) (Nijlens)
- Hij is ont stouwe. (=Hij is verliefd.) (Brechts)
- hochte ze dich toch mèr ont laoke aofgevaeg (=hoe haalden ze het in hun hoofd om iemand zoals gij te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich ben ont einde van me latijn (=ik geef het op!) (Bilzers)
- ich geleef dat men naos ont rotte és (=hier hangt een raar luchtje) (Bilzers)
- ich zén ònt suggele of ich zén ònt màttele (S*) (=het wil niet vlotten) (Sintrùins)
- ja, tiëge wae bèn ich aanes ont kalle (=tegen u!) (Munsterbilzen - Minsters)
- kloeët'n: 't Es van d'n ont zein kloeët'n (=Het is slecht gedaan) (Lebbeeks)
- kloeët'n: 't Es van d'n ont zijn kloeët'n (='t Is niks waard.) (Lebbeeks)
- kommandeert erre ont en bast zellef (=Bevel geven dat niet wordt opgevolgd) (diesters)
- kzen ont klwote (=ik ben aan het klungelen) (Noorderkempisch)
- me blumpke és ont verslakkere (=mijn bloem verliest haar frisheid) (Bilzers)
- men maone zin kaol ont wiëne (=de zijkanten van mijn hoofd worden kaal) (Bilzers)
- min koak is al ont 't ontzinken (=mijn kaak zwelt al minder) (Sint-Niklaas)
- nau ést sjoëp ont sjijte (=nu gaan de poppen aan 't dansen) (Bilzers)
- nau kraajgste de poepe ont daase (=nu zit het spel op de wagen) (Munsterbilzen - Minsters)
- nen ont mè nen oet op (=eender wie) (Meers)
- nen ont mee nen oet, in ij klapt-er tene (=hij spreekt iedereen aan) (Kaprijks)
- ont koste eind trèkke (=de strijd verliezen) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen