Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `muts`

  1. de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
  2. een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
  3. een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/krijgen)
  4. goed gemutst zijn (=opgewekt zijn, in een goede, vrolijke bui zijn)
  5. met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
  6. naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
  7. slecht gemutst zijn (=een slecht humeur hebben)
  8. zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)

Eén betekenis bevat `muts`

  1. naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)

Het dialectenwoordenboek kent 8 spreekwoorden met `muts`

  1. Bocholtz: kaboets (=regenjas met muts)
  2. Fries: Wa ut petsje net skeerd is ut slikje net weerd (=Wie de muts niet scheert is het likken niet waard)
  3. Bilzers: At Aspei ze lêmpke autgeet, zit Aspei èn den doenkele (=Als de hemel valt, hebben we allemaal een blauwe muts)
  4. Turnhouts: zet aaw pep oep (=zet de muts van uw trui op)
  5. Evergems: Vryn dat thoaar deur zijn mutse komt. (=De pannen van het dak vrijen.)
  6. Sint-Niklaas: 't is te zien oe da zèn muts stot (=het is af te wachten of hij goed gezind is)
  7. Westerkwartiers: zien muts stijt verkeerd (=hij is franterig)
  8. Heusdens: hei goof ze mutske feur de ierste kier en mun , en zei woord zoe roed as en poet (=hij gaf voor de eerste keer zijn meisje een kus en zij werd zo rood als een wortel)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen