3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `makkelijk`
- dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
- makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
- wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
52 betekenissen bevatten `makkelijk`
- achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
- van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
- vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
- als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
- gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
- wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
- dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
- dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
- als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
- een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
- de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
- een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
- op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
- om de vinger winden (=er gemakkelijk baas over worden)
- lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
- appeltje eitje (=erg makkelijk)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
- een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
- het is licht dansen op andermans vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
- de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
- een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
- praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
- een eitje (=heel gemakkelijk)
- op fluweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
- een kind kan de was doen (=het gaat heel makkelijk)
- het op zijn pantoffels/sloffen afkunnen (=het gemakkelijk aankunnen)
- de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
- vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- je huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
- het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
- grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
- het is goed sollen met een dood paard. (=iemand die geen verzet biedt, is een makkelijk slachtoffer)
- wijd van huis is altijd rijk. (=iemand die van ver komt, kan makkelijk liegen.)
- iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
- de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
- iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kunnen nagaan/checken)
- iets op zijn sloffen aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
- in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
- de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
- waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
- het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
- een harde dobber (zijn/worden) (=niet gemakkelijk (zijn/worden))
- niet voor de poes zijn (=niet gemakkelijk zijn)
- voor de wind is het goed zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
- elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
- doen is een ding. (=praten of plannen maken is gemakkelijk gedaan, daadwerkelijk actie ondernemen is veel moeilijker)
- een vos is niet licht met één strik te vangen. (=slimme mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- van verre liegt men veel. (=vreemden kunnen makkelijk liegen omdat het niet te controleren is)
- zo gewonnen, zo geronnen (=wat je makkelijk hebt gewonnen, kun je ook makkelijk weer kwijt raken)
36 dialectgezegden bevatten `makkelijk`
- 't è nie moollek (=Dat heb je meteen in de gaten / Dat is makkelijk) (Gents)
- 't eeëste gewin is kattegespin (=Het eerste gewin is makkelijk verdiend) (Veurns)
- 't is àllemòòl gieën oorsnèèn op ene klètskop (S*) (=het is allemaal niet zo makkelijk) (Sintrùins)
- d'r laudie fleute (=ergens makkelijk vanaf maken, lui zijn) (Vaals)
- Da gau gelak e fleutje van ne cent (=Dat gaat heel makkelijk) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- da hoeng nie van eihhes (=niet makkelijk) (Zeeuws)
- Da ken hendig (=Dat kan makkelijk) (Eindhovens)
- daar zoek iuk mijën pap nie keuën mee kookn (=dit is geen makkelijk mens) (Kaprijks)
- dae geuftj wie ein vorse koe (=hij is royaal; hij geeft z’n geld makkelijk weg) (Heitsers)
- dao kins se baeter keerse mèt aete, as ein erfenis verdeile (=dat is geen makkelijk persoon; daar kun je beter niet te veel serieuze zaken mee moeten regelen) (Heitsers)
- dao zits se op wie ein broek op eier (=daar zit je niet makkelijk op) (Heitsers)
- Dat is balle rukke! (=Dat ging makkelijk) (Amsterdams)
- de hëbs sjaun kalle (=je hebt makkelijk praten) (Munsterbilzen - Minsters)
- dich hëbs goed kalle (=makkelijk praten !) (Munsterbilzen - Minsters)
- doar hedde gen keind oan (=die persoon is makkelijk in de hand te houden) (Hoarens (haren nb))
- Doe höbs good kalle!! (=Dat is makkelijk gezegd) (Steins)
- êë-t goe gevonn (heb je't makkelijk gevonden ) (=welkom) (Kaprijks)
- ge kost ur hèndeg bè (=je kon er makkelijk bij) (Tilburgs)
- hendig zat (=makkelijk genoeg) (Brakels (gld))
- hij / zij vreet/ vreten uit een korf zonder zorg (korref zonder zorreg) (=Hij / zij heeft / hebben een makkelijk leven) (Utrechts)
- ie dienkt over brand of uusuure (=makkelijk persoon) (Zeeuws)
- ie ei un makkelijk lief (=makkelijk persoon) (Zeeuws)
- iemand mei e stroeiëke kunne haave (=iemand makkelijk kunnen beïnvloeden) (Winksels)
- kakkûh zondâh dâhwe (=Als iets makkelijk is) (Haags)
- loi zwieët zit rap grieët (=tegen iemand die makkelijk zweet) (Kaprijks)
- nen eezele zwieët iuëk os tij schijt (=tegen iemand die makkelijk zweet) (Kaprijks)
- Ons jonges hebben ammol goei lullen mar daor hebben ons meskes nog niks mee in durren bök. (=Onze jongens hebben makkelijk praten, maar daar hebben onze meisjes niks aan.) (Tilburgs)
- Poepegoele (=Domme vrouw die zich makkelijk laat verleiden) (Zelzaats)
- ten oudt nied in / 't e goe te doene (=het is makkelijk realiseerbaar) (Waregems)
- tès heil moejlëk doër ne moer te lope astër geen diër ènzit (=je kan alles makkelijk maken als je je kansen afwacht) (Munsterbilzen - Minsters)
- tis illen en briengen (=niet makkelijk) (Zeeuws)
- vanne bein aaf röstj, zag de mins, toen zaat d’r oppe kneen te pisse (=zorg ervoor dat je het op tijd makkelijk maakt voor jezelf) (Heitsers)
- wèrke is zalig!, zagte de begiene en droge mèt zeve eine boeënestaak (=het is makkelijk om commentaar op andermans werk te leveren, als je zelf niets hoeft te doen) (Heitsers)
- wied van hoes is good lege (=dat is niet goed na te trekken, dus makkelijk liegen) (Heitsers)
- ze koeinn heum hâven méj e rot stroeê (=hij blijft makkelijk hangen) (Asses)
- ze leevn uut ut kurfje zonder zurruhun (=makkelijk leven) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen