Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `makkelijk`

  1. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  2. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  3. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)

47 betekenissen bevatten `makkelijk`

  1. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  2. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  3. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  4. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  5. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  6. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  7. dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
  8. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  9. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  10. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  11. Een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=Een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  12. Vast in het zadel zitten. (=Een leider die niet makkelijk uit zijn positie te verwijderen is)
  13. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  14. om de vinger winden (=er gemakkelijk baas over worden)
  15. lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
  16. appeltje eitje (=erg makkelijk)
  17. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  18. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
  19. de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
  20. een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
  21. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  22. een eitje (=heel gemakkelijk)
  23. op fluweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
  24. een kind kan de was doen (=het gaat heel makkelijk)
  25. het op zijn pantoffels/sloffen afkunnen (=het gemakkelijk aankunnen)
  26. De breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=Het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  27. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  28. zijn huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
  29. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  30. hij kan praten als Brugman (=hij kan makkelijk met veel woorden een min of meer overtuigend verhaal afsteken)
  31. grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  32. Het is goed sollen met een dood paard. (=Iemand die geen verzet biedt, is een makkelijk slachtoffer)
  33. iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
  34. de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
  35. iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kunnen nagaan/checken)
  36. iets op zijn sloffen/slofjes aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
  37. in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  38. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  39. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  40. een harde dobber (zijn/worden) (=niet gemakkelijk (zijn/worden))
  41. het is een gladde aal (=niet gemakkelijk te vangen (figuurlijk))
  42. niet voor de poes zijn (=niet gemakkelijk zijn)
  43. Voor de wind is het goed zeilen (=Onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
  44. elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  45. zo gewonnen, zo geronnen (=wat je makkelijk hebt gewonnen, kun je ook makkelijk weer kwijt raken)
  46. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  47. niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)

Het dialectenwoordenboek kent 18 spreekwoorden met `makkelijk`

  1. Gronings: moakieker zeit dan doan (=makkelijker gezegt dan gedaan)
  2. Zeeuws: ze leevn uut ut kurfje zonder zurruhun (=makkelijk leven)
  3. Zeeuws: tis illen en briengen (=niet makkelijk)
  4. Steins: Doe höbs good kalle !! (=Dat is makkelijk gezegd)
  5. Waregems: ten oudt niet in/ 't es goe te doen(e) (=het is makkelijk realiseerbaar)
  6. Eindhovens: Da ken hendig (=Dat kan makkelijk)
  7. Munsterbilzen - Minsters: de hëbs sjaun kalle (=je hebt makkelijk praten)
  8. Dordts: Das kakke zonder douwe (=Dat is makkelijk te doen)
  9. Zelzaats: Poepgoele (=Domme vrouw die zich makkelijk laat verleiden)
  10. Asses: ze koeinn heum hâven méj e rot stroeê (=hij blijft makkelijk hangen)
  11. Sinttruins: 't is allemoal gin hoarsnijes op ne kletskop (=het is allemaal niet zo makkelijk)
  12. Zeeuws: ie ei un makkelijk lief (=makkelijk persoon)
  13. Haags: kakkuh zondah dâwée (=Als iets makkelijk is)
  14. Zeeuws: da hoeng nie van eihhes (=niet makkelijk)
  15. Tilburgs: Ons jonges hebben ammol goei lullen mar daor hebben ons meskes nog niks mee in durren bök. (=Onze jongens hebben makkelijk praten, maar daar hebben onze meisjes niks aan.)
  16. Drents: kaokeln is gien kuunst, maor eierleggen wal (=kakelen is geen kunst, maar eieren leggen wel -> makkelijker gezegd dan gadaan)
  17. Veurns: 't Eeëste gewin is kattegespin (=Het eerste gewin is makkelijk verdiend)
  18. Vaals: d'r laudie fleute (=ergens makkelijk vanaf maken, lui zijn)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen