Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gaar`

  1. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  2. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn)
  3. een rollende steen vergaart geen mos. (=iemand die slechts kort ergens werkzaam is komt niet vooruit)
  4. een sigaar uit eigen doos presenteren. (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald.)
  5. gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
  6. iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand niet helpen, maar zelf diens situatie laten ondervinden)
  7. iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  8. in zijn eigen sop gaar laten koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  9. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  10. in zijn sop gaar laten koken. (=zijn kritiek en protesten negeren.)
  11. kleine vossen bederven de wijngaard. (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  12. nu zijn de rapen gaar (=nu is er een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)

Het dialectenwoordenboek kent 16 spreekwoorden met `gaar`

  1. Hamonter: de erepel zien murruf (=de aardappelen zijn gaar)
  2. Erps: de petatten zijn zocht (=de aardappels zijn gaar)
  3. turnhouts: zen de patatten al meurrig (=zijn de aardappelen gaar)
  4. Sint-Niklaas: de petetten (puttettun) zè zocht (=de aardappelen zijn gaar gekookt)
  5. Flakkees: het vleis is gaer as een daauwtje (=het vlees is zo gaar als boter)
  6. Westerkwartiers: nou hij'j de popp'm an't daanz'n (=nu zijn de rapen gaar)
  7. Oudenbosch: gaartum nooit zeker (=je kon nooit van hem op aan)
  8. Drents: die hef de raap'n gaar (=die moet trouwen)
  9. Helenaveens: gaar nie! (=Helemaal niet!)
  10. Flakkees: ut vleis iszo gaer as 'n daauwtje (=zo gaar als boter)
  11. Flakkees: vleis is zo gaer as'n daauwtje (=vlees is zo gaar als boter)
  12. Venloos: Baeter ein loës in de pap, as gaar gen vleis (=Een vlieg (beestje) in het eten vinden)
  13. Giethoorns: iene mit de kop in de zak laoten zitten (=iemand in het ongewisse laten/ Iemand in eigen sop gaar laten koken)
  14. Heusdens: is da vlies al meurf (=is het vlees al gaar)
  15. Volendams: Wet zai je gaartje (=hoe gaat het met je)
  16. Venloos: dae haet de knolle al gaar (=die heeft al wat biertjes /borrels op)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen