Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

19 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ooit`

  1. aan mijn nooit niet (=geen sprake van)
  2. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  3. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  4. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  5. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  6. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  7. een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis)
  8. er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden (=je kunt het niet iedereen naar de zin maken)
  9. Geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=Wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  10. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  11. iemand in het ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
  12. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)
  13. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  14. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  15. men is nooit te oud om te leren (=men kan altijd nog bijleren)
  16. nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
  17. Vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=Een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  18. wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  19. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)

42 betekenissen bevatten `ooit`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  3. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
  4. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  5. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  6. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  7. het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
  8. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  9. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  10. zolang er leven is, is er hoop (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
  11. gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
  12. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  13. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  14. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  15. de wolf ruit wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  16. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  17. zijn hoed zit altijd op zijn hoofd (=hij groet nooit iemand)
  18. hij zal het wel betalen als de paus geus wordt (=hij zal het nooit betalen)
  19. het kruis nageven (=hopen dat hij vooral nooit meer weerkomt)
  20. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  21. Een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=Iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  22. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  23. jantje contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
  24. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  25. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
  26. men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt (=men moet een ander nooit in de rede vallen)
  27. geen handbreed wijken (=niet opzij gaan, nooit bang is)
  28. als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
  29. morgen als kaatje verjaart (=nooit , dat stel ik liever uit)
  30. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  31. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  32. een houten/stijve Klaas zijn (=nooit iets leuks willen)
  33. het vat der Danaïden vullen (=nooit klaar komen met het werk)
  34. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  35. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  36. Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (=Schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)
  37. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  38. iemand het heilig kruis achterna geven (=van iemand hopen dat hij nooit meer terugkomt)
  39. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  40. (goed) begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
  41. die niet waagt, die niet wint (=wie nooit een risico neemt kan ook niet iets bereiken)
  42. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `ooit`

  1. Ninoofs: auen dop op een ander ooitschidd'n (=overspel plegen)
  2. Ninoofs: zan slep ankt ooitj (=zijn hemd hangt uit)
  3. Lichtervelds: eej van je leevn (=heb je al ooit)
  4. Bilzers: as Poeëse en Pinkstere gelijk valle (=ooit eens, misschien)
  5. Veurns: Toet in 't pekk'n van d' andjoens (=Tot ooit)
  6. Westerkwartiers: hest 'et ooit zo zolt eet'n ? (=heb je het ooit zo erg meegemaakt ?)
  7. Veurns: toet in 't pekken van d' andjoeëns (=tot ooit)
  8. Sint-Niklaas: edde da vazjeleven al meegemokt (geweten)! (=heb je dat al ooit meegemaakt! (gehoord, gezien))
  9. Munsterbilzen - Minsters: al moeten et de kraeë autbringe (=ooit zal dit aan 't licht komen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: vrigger, waaj de beiste nog koste kalle, wos alles zoe simpel en sjaun (=iedere uil is ooit een uilskuiken geweest)
  11. Helmonds: Ge wit 't ooit nooit nie (=Je weet het maar nooit)
  12. Turnhouts: 't Hangt men kloeute ooit - 'k Zent muug (=Ik verveel me)
  13. Arendonks: thangt meneh freik ooit (=ik baal ervan)
  14. Balens: hedde oeet (=heb je ooit)
  15. Brakels: wie oo dat vazeleven gepjèst (=wie had dat ooit gedacht)
  16. West-Vlaams: God macht weten (=Er is niemand die het ooit gaat weten)
  17. Tilburgs: hè de ôot zo-ne kloojoow gezien (=heb je ooit zo'n stuntelaar gezien)
  18. Brakels: de woarijt komt uit a moest'n de kroun uitbrin' (=ooit zal de waarheid aan het licht komen)
  19. Eindhovens: Ge wit ooit nooit nie (=Je weet 't maar nooit)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen