Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


48 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kat`

  1. 't Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  3. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  4. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  5. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  6. daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
  7. de kat bij de melk zetten (=iemand in verleiding brengen)
  8. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  9. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  10. De kat de bel aanbinden (=Iets al te publiekelijk ondernemen)
  11. de kat heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  12. de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
  13. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  14. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
  15. de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  16. de kat(jes) in 't donker knijpen (=kwaad doen waar niemand het ziet)
  17. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  18. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
  19. een kat komt altijd op z'n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
  20. een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
  21. een katje krijgen (=een uitbrander krijgen)
  22. een kattenrug maken (=diep buigend groeten)
  23. Een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=Wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  24. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  25. een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
  26. er de kat insteken (=ermee ophouden)
  27. er was geen hond/kat/kip (=er was niemand)
  28. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  29. hem van jetje/katoen geven (=er vaart achter zetten)
  30. het eerste gewin is kattengespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
  31. het katje van de baan (=degene die baas speelt)
  32. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  33. iemand van katoen geven (=iemand met een pak slaag of woorden straffen)
  34. iets voor de kat zijn viool doen (=iets voor niets doen)
  35. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  36. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  37. katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  38. kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
  39. met iemand spelen als de kat met de muis (=iemand voor de gek houden)
  40. of men van de kat of de kater gebeten wordt (=het maakt geen verschil)
  41. omwille van het smeer likt de kat de kandeleer (=omwille van het loon doet men een werk)
  42. voor de kat zijn viool iets hebben gedaan (=een zinloze inspanning hebben geleverd)
  43. wat van apen komt wil luizen (wat van katten komt wil muizen) (=zijn afkomst kan men niet verloochenen)
  44. zich als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=zich ergens niet thuis voelen)
  45. zich katoen houden (=zich rustig houden)
  46. zich weren als een kat in de krullen (=zich fel verweren)
  47. zijn kat sturen (=niet komen opdagen)
  48. zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)

Eén betekenis bevat `kat`

  1. Je ziet eruit als een afgegoten patat (=katerig)

Het dialectenwoordenboek kent 171 spreekwoorden met `kat`

  1. Leuvens: blisieëmer (=kater)
  2. Genneps: enne doordewèèkse zóndag (=katholieke feesdag)
  3. Eesjdens: De koater kumpt loater. (=De kater komt later.)
  4. roeselaars: mene kop sloat open en toe (=een kater hebben)
  5. kapels: met de hoos oet liggen (=een kater hebben)
  6. Westfries: Ze binne van 't houtje (=Ze zijn katholiek)
  7. Waregems: nie ol te katheliek (=niet zoals het hoort)
  8. Merenaars: a zit met 't bistjen (=een kater hebben)
  9. Merenaars: zjieêr emmen o zen hoeërweutelen (=een kater hebben)
  10. Ostêns: jè zèèr a zen oar (=hij heeft een kater)
  11. Geels: hoarpijn hemme (=een kater hebben)
  12. Budels: hie is van t 'houtje (=hij is katholiek)
  13. Westerkwartiers: die kirrel is van 't holtje (=die man is katholiek)
  14. Weerts: dae hieët eine kop wi-j 'nen eimer (=iemand met een kater)
  15. Betuws: gezai nog nie meej un riek te voeiere (=geen katje om zonder handschoenen aan te pakken)
  16. Zottegems: tsénewoare (=iemand een kruisje (katholiek) op het voorhoofd geven)
  17. Venloos: in 't duuster sien alle katers zwart (=geen ene man is beter dan een ander)
  18. Haeles: eine kop wiej eine túurhamer höbbe, eine kop wiej eine túujer höbbe (=een kater hebben)
  19. Eesjdens: V'r hoeele de kaoeter mit waoeter van 't taoek van de sjtaoesie (=We halen de kater met water van het dak van het station)
  20. Veurns: 't Zien nog katjes die melk meug'n (=Er zij nog anderen op belust)
  21. Westerkwartiers: de kat de bel aanbiend'n (=binden - de kat de bel aanbinden)
  22. Walshoutems: De kat hei gejungt/gejungerd (=De kat heeft jongen geworpen)
  23. Tilburgs: k-zèè goet roms, mar slèècht katteliek (=ik ben goed rooms (gebruik veel melk) , maar slecht katholiek)
  24. Munsterbilzen - Minsters: roenke (=ronkend slapen als een kat)
  25. Waregems: de katte krauwt (=de kat krabt)
  26. Flakkees: Da's een leutertuugje (=kat in de zak gekocht)
  27. Nuths: dat wour ene daakhaas (=kat in de pan.)
  28. Sint-Katelijne-Waver: Strèk en fleus (=Binnenkort)
  29. Opglabbeeks: de kat int doenker kniepe (=heimelijk)
  30. Slands: Aste kat van hus is, danse de muzze (=Als de kat van huis is, dansen de muizen)
  31. Twents: As un kat moezt dan mieauwt e nie (=Als een kat jaagt dan mieauwt hij niet)
  32. Gents: de katte uit d'orloge kââken (=de kat uit de boom kijken)
  33. Aalsters: As de kat van ois es dansen de moizen (=Als de kat van huis is dansen de muizen)
  34. Lunters: As de kat van huus is dan daanse de muze (=Als de kat van huis is dansen de muizen)
  35. Westfries: je kenne 't mooi vertelle (=maak dát de kat wijs!)
  36. Munsterbilzen - Minsters: get on de graute klok hange (=de kat de bel aanbinden)
  37. Opglabbeeks: zien kat stere (=niet opdagen)
  38. Munsterbilzen - Minsters: verzoeëpe kat (=verregend persoon)
  39. Evergems: De kadde zit in dorloge. (=De kat zit in de horloge. Er is ruzie in het huishouden.)
  40. Westfries: ze gonge kat nei kat naar de ratsmodee (=ze gingen achter elkaar naar de verdommenis)
  41. Sint-Katelijne-Waver: Erm maa Proper (=Arm maar Proper)
  42. Sint-Katelijne-Waver: een oepgedreust gezicht (=Vlekken in het gezicht)
  43. Sint-Katelijne-Waver: Aa kas oepfrette (=Zich ergeren)
  44. Sint-Katelijne-Waver: aa kas oepfrête (=tegenslag verwerken)
  45. Oudenaards: oatie en toatie (=als mijn kat een koe was, kocht ik geen melk meer)
  46. West-Vlaams: A de katte van us es dansn de muzn (=Als de kat van huis is dansen de muizen)
  47. werkendams: Bettie ak um aai? (=Bijt hij ( de hond/kat) als ik hem aai?)
  48. Sittards: De wouf bie de sjäöp zètte (=De kat op het spek binden)
  49. Enschedees: stenen gooie op een kattebies toet het ut dienen boom kumt (=de kat uit de boom kijken)
  50. west-vlaams: ons poezeke is schijl (=de kat valt niet ver van de boom)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen