Spreekwoorden met `kat`

Zoek


52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kat`

  1. `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  3. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  4. als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
  5. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  6. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  7. daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
  8. de kat bij de melk zetten (=iemand in verleiding brengen)
  9. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  10. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  11. de kat heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  12. de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
  13. de kat in het donker knijpen (=kwaad doen waar niemand het ziet)
  14. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  15. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
  16. de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  17. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  18. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
  19. een kat komt altijd op z`n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
  20. een kat komt altijd weer op zijn poten terecht. (=uiteindelijk komt het toch weer in orde.)
  21. een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
  22. een katje krijgen (=een uitbrander krijgen)
  23. een kattenrug maken (=diep buigend groeten)
  24. een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  25. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  26. een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
  27. er de kat insteken (=ermee ophouden)
  28. er was geen hond/kat/kip (=er was niemand)
  29. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  30. hem van jetje/katoen geven (=er vaart achter zetten)
  31. het eerste gewin is kattengespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
  32. het is er als dood katoen. (=het is er doodsaai)
  33. het katje van de baan (=degene die baas speelt)
  34. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  35. iemand van katoen geven (=iemand met een pak slaag of woorden straffen)
  36. iets voor de kat zijn viool doen (=iets voor niets doen)
  37. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  38. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  39. je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
  40. je kat sturen (=niet komen opdagen)
  41. je katoen houden (=je rustig houden)
  42. je moet de kat niet aan de kaas laten komen. (=zorg voor niet te veel verleiding)
  43. je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
  44. katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  45. kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
  46. met iemand spelen als de kat met de muis (=iemand voor de gek houden)
  47. of men van de kat of de kater gebeten wordt (=het maakt geen verschil)
  48. omwille van het smeer likt de kat de kandeleer (=omwille van het loon doet men een werk)
  49. strelende katjes halen het vlees uit de pot. (=kijk uit voor overdreven vleierij)
  50. voor de kat zijn viool iets hebben gedaan (=een zinloze inspanning hebben geleverd)

2 betekenissen bevatten `kat`

  1. als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
  2. je ziet eruit als een afgegoten patat (=katerig)

50 dialectgezegden bevatten `kat`

  1. 'n kat 'n kat nuum'm (=precies zeggen hoe de vork in de steel zit) (Westerkwartiers)
  2. 'n kat ien 'e zak koop'n (=een foute aankoop doen) (Westerkwartiers)
  3. 'n kat komt altied op zien poodjes terecht (=het komt uiteindelijk toch weer goed) (Westerkwartiers)
  4. 'n kat komt altied weer op zien pootjes terechte (=het komt best wel weer voor elkaar hoor) (Westerkwartiers)
  5. 't is om t even of je deur de katte of den hoengd wor gebete (=het is om het even of je door de kat of door de hond wordt gebeten) (Flakkees)
  6. 't zyn krabbels (=waar de kat krabde) (Veurns)
  7. A de katte van us es dansn de muzn (=Als de kat van huis is dansen de muizen) (West-Vlaams)
  8. ank zoon muis op zolder oai, dan sloak de kat dood. (=een mooie vrouw tegenkomen) (Graauws)
  9. As de kat van huus is dan daanse de muze (=Als de kat van huis is dansen de muizen) (Lunters)
  10. as de kat van huus is, daanz'n de muuz'n (=zonder toezicht ontaard het nog wel eens) (Westerkwartiers)
  11. as de kat van uis es, dausen de muizen (=als de kat van huis is dansen de muizen) (Meers)
  12. as je de kat op 't spek bien'd wil 'er 't niet vreet'n (=wanneer iemand een aanbod weigert) (Westerkwartiers)
  13. as ons kat eu koei was kongde ze melke onder de stoof (=als telt niet ; met als kan alles) (Antwerps)
  14. As os kat  ön kój  war molleke wö ze onner (e) tueffel... As men tant kloete ha war 't menne nónk gewiest... As de as brekt valt de kaar... (=als iemand zegt `als ik dit of als ik dat`...) (Stals)
  15. as te kat van haus ès, ès doeë nog altijd de poes van de geboeëre (=met het JUISTE been uit 't VERKEERDE bed stappen) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. as ziêne kop op 'n kelder deur stóng, kwoom gein kat inne kélder (=iemand met een afzichtelijk gezicht) (Weerts)
  17. aste kat van haus ès, konste noch de poes van de buurvroo gon zikke (=beter een goede buur dan ....) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. Aste kat van hus is, danse de muzze (=Als de kat van huis is, dansen de muizen) (Slands)
  19. bèn dat aon de kat hërre stat (=dat gelooft niemand) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. d'r zit wat ien wat de kat niet lust (=het eten is nog gloeiend heet) (Westerkwartiers)
  21. Da's een leutertuugje (=kat in de zak gekocht) (Flakkees)
  22. daaj ès nie van gistere (=ze is geen kat om zonder handschoenen aan te pakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. dao kan gein kat oppe kist zeike (=Bij het minste of geringste) (Roggels)
  24. das gee ketsje vêr zonder haase aon te pakke (=een kat in 't nauw maakt soms rare bokkesprongen) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. das tan vër de kat hër fiaul (=dat is vergeefse moeite, dient tot niets) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. dat ès zieëkër mèt de kat hërrë stat gemaete (=dat is niet secuur gedaan) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. Dat krabt de kat d'r niet meer vanaf. Dat waait voorlopig niet weg. (=Dat gaat niet meer los) (Rotterdams)
  28. dat wour ene daakhaas (=kat in de pan.) (Nuths)
  29. de kad’uit d’orloge kijkn (=de kat uit de boom kijken) (Kaprijks)
  30. De kadde zit in dorloge. (=De kat zit in de horloge. Er is ruzie in het huishouden.) (Evergems)
  31. de kat / hond moet jungen / jungere (=De kat / hond moet jongen werpen) (Walshoutems)
  32. de kat aut de boom kieke (=afwachten) (Bilzers)
  33. de kat autte boom kieke (=afwachten (tot iemand anders het oplost) ) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. de kat de bel aanbiend'n (=binden - de kat de bel aanbinden) (Westerkwartiers)
  35. de kat de bel aon bènne (=de bal aan het rollen brengen) (Bilzers)
  36. de kat de bel aon binde (=het vuurtje aan stoken) (Mestreechs)
  37. de kat de bel oembinne (=aandacht trekken) (Opglabbeeks)
  38. De kat hei gejungt / gejungerd (=De kat heeft jongen geworpen) (Walshoutems)
  39. de kat hèt et zieëker wir gedoeën (=niemand de schuldige) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. de kat ien ' t duuster kniep' n (=in 't geniep iets uitvoeren) (Westerkwartiers)
  41. de kat int doenker kniepe (=heimelijk) (Opglabbeeks)
  42. De kat komt op de koor (=De aap komt uit de mouw) (Lenniks)
  43. de kat mèt den hond baute goeje (=als je vrouw het aftrapt, gooi je best alles buiten) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. De kat op ut spek biene (=Iemand de gelegenheid geven) (Gastels)
  45. de kat oppet spek bènne (=de ogen uitsteken) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. de kat opt spek binne (=in verleiding brengen) (Opglabbeeks)
  47. de kat ut de baum zeikuh (=de kat uit de boom kijken) (Haags)
  48. de kat uut de buim kieke (=geduldig afwachten) (Opglabbeeks)
  49. de kat zal noe wel niet meer mit je lege maag gaon sleupe (=je hebt nu wel genoeg gegeten) (Nijkerks)
  50. de kat zit ien 't goar'n (=de heleboel zit in de knoop) (Westerkwartiers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen