Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


234 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `iets`

  1. (iets) staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
  2. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  3. achter iets zitten (=er de oorzaak van zijn)
  4. akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
  5. als de dood zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor iets)
  6. bij de vleet (iets hebben) (=erg veel (van iets hebben))
  7. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  8. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
  9. de fiets aan de haak hangen (=stoppen met wielrennen)
  10. de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
  11. de hand op iets leggen (=ergens aan kunnen komen)
  12. de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltooien)
  13. de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
  14. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  15. de pest aan iets (gezien) hebben (=er een hekel aan hebben)
  16. de schurft aan iets hebben (=iets erg vervelend vinden)
  17. de vruchten van iets plukken (=het voordeel van iets hebben)
  18. een (goede) neus voor iets hebben (=precies aanvoelen hoe iets moet of gaat)
  19. een antenne hebben voor iets (=iets goed aanvoelen)
  20. een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
  21. een open oog voor iets hebben (=voor iets open staan)
  22. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  23. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  24. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  25. een zwaar hoofd in iets hebben (=er weinig kans in zien)
  26. een zwak voor iets of iemand hebben (=iets/iemand leuk of aardig vinden)
  27. een zweetje op iets halen (=zich ergens fel voor inspannen)
  28. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  29. er is niets van aan (=het is niet waar)
  30. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
  31. fietsen zijn (=weg zijn, ervandoor zijn)
  32. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  33. geen boodschap aan iets hebben (=er zich niets van aantrekken)
  34. geen graten in iets vinden (=het niet erg vinden, zich er niet aan storen)
  35. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  36. geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
  37. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  38. hartzeer van iets hebben (=er geestelijk onder lijden)
  39. het land aan iets hebben (=aan iets een hekel hebben)
  40. het land hebben aan iets/iemand (=een hartgrondige afkeer hebben)
  41. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grootste aandeel van iets krijgen)
  42. hij heeft iets in de melk te brokkelen (=hij heeft invloed)
  43. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
  44. iemand iets aan de hand doen (=iemand een suggestie geven)
  45. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  46. iemand iets aansmeren (=iemand iets (weinig waardevols) verkopen)
  47. iemand iets betaald zetten (=wraak nemen of straffen)
  48. iemand iets diets maken (=iemand iets wijs maken)
  49. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  50. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)

726 betekenissen bevatten `iets`

  1. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  2. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  3. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  4. bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
  5. tegen iets aangooien (=aan iets besteden)
  6. het land aan iets hebben (=aan iets een hekel hebben)
  7. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
  8. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  9. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  10. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  11. met de paplepel ingeven (=al heel jong iets leren)
  12. zich vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
  13. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  14. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  15. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  16. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  17. een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis)
  18. Waar aas is vliegen kraaien (=Als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  19. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  20. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  21. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  22. Uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend wordt )
  23. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  24. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  25. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  26. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  27. een man een man, een woord een woord (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden)
  28. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  29. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
  30. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  31. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  32. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  33. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  34. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
  35. Wie vuur eet schijt vonken (=Als men iets gevaarlijks onderneemt krijgt men nare gevolgen)
  36. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  37. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  38. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen)
  39. een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
  40. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  41. beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
  42. Beter een blind paard dan een leeg halster. (=Beter iets dan niets)
  43. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  44. men kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
  45. men kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
  46. Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=Bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  47. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  48. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  49. Een blind paard zou er geen schade doen. (=Daar in huis is letterlijk niets meer)
  50. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)

Het dialectenwoordenboek kent 556 spreekwoorden met `iets`

  1. Lokers: ietsjes (=pas op, het is heet tegen peuter of kleuter))
  2. Maldegems: iets eutveugln (=iets uitzoeken)
  3. Mestreechs: get fisternölle (=iets knutselen)
  4. Bilzers: iets miech zin (=iets beu zijn)
  5. Sint-Niklaas: iets opkroppen (=iets niet durven zeggen)
  6. Lopiks: iets okkig vinden (=iets niet leuk vinden)
  7. Sint-Niklaas: iets gewend zin (=iets gewoon zijn)
  8. Sint-Niklaas: iets int vuil schrèven (=iets in het klad schrijven)
  9. Sint-Niklaas: iets in zènne kop steken, manzjunnie ein (=zich iets inbeelden)
  10. Sint-Niklaas: iets pakken da stopachtig is (=iets innemen tegen de diarreé)
  11. Aspers: der zit iets in mijnen neuze (=er zit me iets dwars)
  12. Liedekerks: Zabbern (=Aan iets likken, zuigen)
  13. Ninoofs: kop emmen in iet (=ambitie hebben voor iets)
  14. Westels: veutters nog iet (=anders nog iets)
  15. Harelbeeks: Dadd'es 'n bescheet'n kemissie (=Dat is een mislukt iets)
  16. Westerkwartiers: da's 'n onnergeschoov'm kiendje (=dat is een ondergewaardeerd iets)
  17. kortemarks: in etwie ze roapn schytn (=iemand iets misdoen)
  18. Lovendegems: bloaskes wijsmaken (=iemand iets wijs maken*)
  19. Luyksgestels: d'rmee voare (=iets aan den lijve ervaren)
  20. Twents: int gat houwn (=iets afbreken (gebouw))
  21. Venloos: bermheuken (=iets bereiken door ellebogenwerk)
  22. Luyksgestels: 'r nie aon ùit kanne (=iets niet kunnen begrijpen)
  23. Eekloos: ge keun mijn klootn kuischen (=iets niet willen doen)
  24. West-vlaams: é teustje drienken (=iets drinken)
  25. Munsterbilzen - Minsters: zen mauwe opstrepe (=iets gaan doen)
  26. Munsterbilzen - Minsters: ne vieze staut mètmaoke (=iets geweldigs tegenkomen)
  27. Genneps: örges de schiet van krriege (=iets helemaal gehad hebben)
  28. Poperings: In duuk doen (=iets in het verborgene doen)
  29. Westerkwartiers: wat onner oog'n zien (=iets onderzoeken)
  30. Westerkwartiers: 'n oogje toekniep'm (=iets stiekem toelaten)
  31. Kortrijks: Mariatje lankweirk (=iets van lange duur)
  32. Evergems: de klokk'n luien (=iets vertellen wat niet mag)
  33. Westels: Wa nie wét, da ni lét (=iets verzwijgen)
  34. Merenaars: iet sadoeët mauken (=iets volledig opeten)
  35. Erps: eu vertelchelken vertellen (=iets voorlezen uit een kinderboek)
  36. Sint-Niklaas: al kaks doen (=iets zogezegd spontaan doen)
  37. Lichtervelds: kzitte mè de brokkn (=ik heb iets gebroken)
  38. Westerkwartiers: zoek'n noar 'n speld ien 'n hooibaarg (=moeilijk vindbaar iets)
  39. Antwerps: ambettant zen (=met iets verveeld zijn)
  40. Bilzers: Kop noch stat on get krijge (=Niet wijsgeraken uit iets)
  41. Moorsel: wadestmiskien | \r\nwa schilter e? (=scheelt er iets)
  42. Arendonks: erges oep sjikken (=op iets blijven nadenken)
  43. Rotterdams: je bek een douw geven (=zomaar iets zeggen)
  44. Booms: gor sloage (=zorg voor iets dragen)
  45. Veurns: etwoar over vollen (=zich ergeren aan iets)
  46. Vechtdals: ie mut toch iets hem'm wat oe plög. (=er is altijd iets wat je dwars zit.)
  47. Munsterbilzen - Minsters: ne zwoenk on get gaeve (=aan iets een draai geven)
  48. Tilburgs: Beter schuin d'r in als recht d'r neffe (=Beter iets dan niets)
  49. Weerts: Ich kan d'r geine kop aan kriêge (=Als je iets niet snapt)
  50. Aspers: ie moakt mij bloaskes wijs (=hij maakt me iets wijs)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen