Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `help`

  1. aan de man brengen/helpen (=verkopen)
  2. alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  3. alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
  4. daar helpt geen lievemoederen/moedertjelief aan. (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  5. iemand in het zadel helpen (=iemand aan een functie helpen)
  6. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  7. iemand uit de brand helpen (=iemand uit de nood helpen)
  8. iemand uit de droom helpen (=iemand vertellen hoe het écht in elkaar zit)
  9. ik help je dat wensen (=ik hoop het wel voor je!)
  10. in de zadel helpen/zetten (=aan een goede positie helpen)
  11. om zeep brengen/helpen/zijn. (=doden/mislukken)
  12. op de proppen helpen (=iemand steunen en verder helpen)
  13. op het kussen helpen (=aan de macht helpen)
  14. op streek helpen (=op gang helpen)
  15. uit de brand helpen (=uit de nood helpen)
  16. uit de droom helpen (=een oplossing bieden)
  17. uit de nesten helpen (=uit de problemen helpen)
  18. uit het moeras helpen (=uit de problemen helpen)
  19. van de wal in de sloot (helpen) (=de situatie verergeren in plaats van verbeteren.)
  20. weer in het zadel helpen/zetten (=helpen om weer voort te kunnen gaan)

41 betekenissen bevatten `help`

  1. op het kussen helpen (=aan de macht helpen)
  2. in de zadel helpen/zetten (=aan een goede positie helpen)
  3. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  4. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  5. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  6. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  7. hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  8. de hand lenen tot (=helpen)
  9. weer in het zadel helpen/zetten (=helpen om weer voort te kunnen gaan)
  10. het is boter aan de galg gesmeerd (=het is zinloos, het kan niet helpen)
  11. het niet kunnen gebeteren (=het niet kunnen helpen)
  12. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  13. er is geen doen aan (=hij is niet te overtuigen, niets kan helpen)
  14. in iemands kaart spelen (=iemand (ongewild) helpen)
  15. iemand in het zadel helpen (=iemand aan een functie helpen)
  16. aan het verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
  17. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  18. iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
  19. voor iemand in de bres springen (=iemand helpen)
  20. voor iemand in het krijt treden (=iemand helpen en verdedigen)
  21. een goede daad is goud waard. (=iemand helpen is goed.)
  22. iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand niet helpen, maar zelf diens situatie laten ondervinden)
  23. iemand in de kaart spelen (=iemand onbewust helpen)
  24. op de proppen helpen (=iemand steunen en verder helpen)
  25. iemand uit de brand helpen (=iemand uit de nood helpen)
  26. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  27. baat het niet, schaadt het niet. (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
  28. iets niet kunnen gebeteren (=iets niet kunnen verhelpen)
  29. ieder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
  30. geen aarde aan de dijk zetten (=niet helpen)
  31. daar helpt geen lievemoederen/moedertjelief aan. (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  32. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zoner dat die het doorheeft)
  33. in de kaart spelen (=onbedoeld de tegenpartij helpen)
  34. op streek helpen (=op gang helpen)
  35. van het kastje naar de muur sturen (=steeds weer naar een andere instantie of loket doorsturen, zonder iemand werkelijk te helpen.)
  36. boter aan de galg smeren (=tevergeefse moeite doen, iets zal niet helpen)
  37. uit de brand helpen (=uit de nood helpen)
  38. uit de nesten helpen (=uit de problemen helpen)
  39. uit het moeras helpen (=uit de problemen helpen)
  40. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld:`De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
  41. de ene dienst is de andere waard. (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)

Het dialectenwoordenboek kent 63 spreekwoorden met `help`

  1. Westerkwartiers: hij het 'n melkkoe (=hij heeft een financiele helper)
  2. Bilzers: baeë geetem nimei helpe (=daar helpt geen gebed meer)
  3. Westerkwartiers: één weer op streek help'n (=iemand weer op weg helpen)
  4. Westerkwartiers: alle beetjes help'n zee 't wicht, en plaste ien zee (=alle kleine beetjes helpen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: noë de k. helpe (=kapot maken)
  6. Munsterbilzen - Minsters: noë de kloete helpe (=verprutsen)
  7. Epers: Stemm'm is een ander op ut peerd help'm en d'r zelf noas goan loop'm. (=Democratie is een illusie.)
  8. Bilzers: te loemp vür helpe te dondere (=aartsdom)
  9. Antwerps: te stoem oem t helpe te dondere (=niet bijster slim)
  10. Deinzes: een zende (=deel van het geslacht varkensvlees voor de helper)
  11. Waregems: geeënen moyen (=niets helpt/hielp)
  12. Munsterbilzen - Minsters: noë de vaentsjes helpe (=iets de nek omdraaien)
  13. Zeeuws: dr elpt hin lievemoederen an (=er helpt niks aan)
  14. Sint-Niklaas: das zoveel as pist er ies tegen (=het helpt niet)
  15. Munsterbilzen - Minsters: iemes aut zene dreem helpe (=iemand de waarheid zeggen)
  16. Bilzers: doë help geen lievemoedre aon (=zit er maar niets mee in, het helpt toch niet)
  17. Herns (Herne, VL-B): 't es gien avans (=het helpt niets)
  18. Waregems: geeëne(n) moyen (=niets helpt/hielp om iem. te overtuigen)
  19. Waregems: geeëne moyen (=niets helpt/hielp)
  20. Oudenbosch: daor is gin moederke lieve aon te doen (=daar helpt niets tegen)
  21. Westerkwartiers: dat zet gien zood'n an de diek (=dat helpt niet veel)
  22. Westerkwartiers: doar is gien kruud veur wozz'n (=er bestaat niets wat daarvoor helpt)
  23. Sint-Niklaas: 't is geen avangs, 't is niets genodderd (=het helpt (baat) niet)
  24. Brussels: hei's zaan kluute oent schure (=hij is lui (hij helpt niet mee))
  25. Gronings: Kist mie eem helpen? (=Kan je me even helpen?)
  26. Waregems: krijgde een poanie brouwk (=als je iemand aan een lief helpt...)
  27. Westerkwartiers: da's dweil'n met de kroan oop'm (=dat helpt helemaal niets)
  28. Munsterbilzen - Minsters: doë ès geen zaaf aon te smaere (=dat helpt niet)
  29. Munsterbilzen - Minsters: das niks gekot (=dat helpt ons niets vooruit)
  30. Vechtdals: wat mag 't ween (=kan ik u helpen)
  31. Sint-Niklaas: iets vermoûsen (=iets om zeep helpen)
  32. Sint-Niklaas: das geen avangs (=dat heeft geen zin, dat helpt toch niet)
  33. Huizers: Lieve hart! (=Lieve help!)
  34. Munsterbilzen - Minsters: doë sjitste niks mèt op (=dat helpt je geen poot vooruit)
  35. Nunspeets: Een haand in 't rad slaon (=Een handje helpen)
  36. Hansbeeks: 't es geen avance (=Het zal niet helpen)
  37. Tilburgs: um un hèndje geeve (=hem een handje helpen)
  38. Bilzers: nau bénech va (=de grove middelen gebruiken kan helpen)
  39. Westerkwartiers: dat vlotjet mooi wat aan (=dat kan hem mooi wat helpen)
  40. Sint-Niklaas: iemand e plezier doen (=iemand spontaan helpen met iets)
  41. Turnhouts: da brengt gen dem oep (=dat brengt niets op/dat helpt niet)
  42. Giethoorns: As d-iene aand de aandre waast, worden ze beiden skone. (=De een helpt de ander zonder er geld voor te vragen)
  43. Venloos: Alle bietjes bate, zag de begien en pisde in de zieë (=Ook kleinigheden helpen)
  44. Weerts: De ein kre-j piktj de ânger gein oug oet (=Vrienden helpen elkaar)
  45. Baasrode: 't Is niks genodderd (=Het zal niet helpen)
  46. Munsterbilzen - Minsters: vermassekrieëre (=iets naar de bliksem helpen)
  47. kapels: alle bekkes heulpe zaat begeinke en ze piste in de zie (=alle beetjes helpen)
  48. Giethoorns: As d'iene haand de aandre waast, worden ze beide skone (=De een helpt de ander zonder er geld voor te vragen)
  49. Oudenbosch: schrijvut mar op de kalender (=help me dat onthouden)
  50. Bilzers: alle bitsjes hélpe, zaag de még, en ze pisde én de zei (=alle beetjes helpen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen