Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `graa`

  1. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  2. De ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=Men is bang voor concurrentie)
  3. die heeft een graat in z'n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  4. een graantje meepikken (=meeprofiteren)
  5. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  6. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  7. hij droomt van schol hij eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  8. naar de heilige graal streven (=iets willen bereiken wat niet te bereiken is)
  9. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  10. niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
  11. wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  12. wie een kuil/put graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
  13. wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
  14. Wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=Soort zoekt soort)

31 betekenissen bevatten `graa`

  1. Als het hooi het paard volgt, dan wil het gegeten zijn. (=Als de vrijster achter haar geliefde aanloopt, wil zij te graag trouwen)
  2. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  3. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  4. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  5. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  6. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  7. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  8. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  9. zijn natje en zijn droogje lusten (=graag eten en drinken)
  10. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  11. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  12. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  13. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet lukken)
  14. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  15. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  16. vinger en duim naar iets likken (=iets erg graag lusten)
  17. vingers en duimen aflikken (=iets erg graag lusten)
  18. tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn)
  19. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  20. ergens zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  21. zijn vingers naar iets aflikken (=iets heel erg graag willen hebben)
  22. ergens zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  23. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  24. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  25. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  26. dat smaakt naar meer (=meer van dat, graag!)
  27. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  28. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  29. de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  30. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  31. prijs stellen op (=weten te waarderen, graag willen)

Het dialectenwoordenboek kent 169 spreekwoorden met `graa`

  1. Lopiks: Door "de buurt" (=Lopikerweg oost/ graafdijk)
  2. Munsterbilzen - Minsters: zoe maoger assen rie (=graatmager)
  3. Vlijtingens: ene spierlink zie (=graatmager zijn)
  4. tervurens: Mee es persees een trambillet van op zaa bezeen (=mieke is graatmager)
  5. Lichtervelds: tis lik dn doîd up gièètepoîtn (=hij is graatmager)
  6. Bilzers: tés zjus n plank métte koet én (=ze is graatmager)
  7. Lichtervelds: tis lik dn doîd up stoksjes (=hij is graatmager)
  8. Lichtervelds: tis e planke met e gat in (=ze is graatmager)
  9. Mestreechs: graas verve (=luieren)
  10. Overmeers: ne zolder groan (=een zolder graan)
  11. Overmeers: 'n mijte groan (=een stapel graan)
  12. Lichtervelds: jis doînieppn nie wêird (=hij is graatmager)
  13. Harelbeeks: ie kan em ommekliën bacht'n 'n breinaalde (=hij is graatmager)
  14. kortemarks: jist doînypn nie wêird (=hij is graatmager)
  15. Bilzers: de konser kniëk tülle (=ze is graatmager)
  16. Bilzers: twet dûr hür aut (=ze is graatmager)
  17. Bilzers: dat kan m'ne graajze ni trèkke (=dat is te duur)
  18. Veurns: oender 't voetvoak graak'n (=verloren raken)
  19. Weerts: Zoë greun as graas (=snotneus)
  20. Steins: 't graas aafdoon (=het gras maaien)
  21. Westerkwartiers: de luudsprekers graanz'n (=de luidsprekers hebben een krakend geluid)
  22. Temse: a ne zot zat graa (=zelfs een gek weet dat)
  23. Bilzers: soëves bier mette maach, smërges wotter autte graach (=overdaad schaadt)
  24. Brussels: De cereal espanjol eit de oeraghon gereizisteird. (=Het Spaanse graan heeft de orkaan doorstaan.)
  25. Nieuwerkerks: graat en blaat geslegen (=grauw en blauw geslagen)
  26. Baasrode: 'k zoen nukker graalék moete pisn (=ik zou eens dringend moeten plassen)
  27. Rillaars: koren pikken of afpikken (=Het graan op het veld handmatig van het veld afsnijden)
  28. Mestreechs: we un kl gruf (=wie een kuil graaf voor een ander ,, valt er zelf in)
  29. Neerharens: gaank es get graas 'kroeie' veur de knien(met de hand) (=kroeie)
  30. Weerts: tiêd maaktj graas en zón maaktj hoeëj (=niet overhaast handelen)
  31. tervurens: een graaf (vried) aksident, tes karambolle (=een erg ongeval)
  32. Munsterbilzen - Minsters: das vër graajs hoeëre van te krijge (=dat zet je zwaar aan 't tobben)
  33. Munsterbilzen - Minsters: kaaf kan koe wiëne,mér iëzel blif iëzel (=wie een put graaft voor een ander, heeft zich voor niets moe gemaakt)
  34. Sittards: Hae heurt de peringe neiste in Siberie en zuut 't graas wasse (=Hij is erg gierig)
  35. Antwerps: da's graaf (=dat is mooi)
  36. Graauws: zo zwart as moorken zijn kloten (=vies)
  37. Munsterbilzen - Minsters: aste èn stront gees plojere, gees te stinke (=graaf nooit te diep, je zit zo in de put)
  38. Bilzers: soëves bier métte maach, smërges wotter autte graach (='s avonds drank in het groot, 's morgens tevreden met water uit de sloot)
  39. Antwerps: pasoep of ze rije over oe graat (=Pas op of ze rijden u omver)
  40. Opwijks: Ij ziet zoë graat as een pansj. (=Hij ziet er niet goed uit)
  41. Diesters: zoe mager as ne graat, e skelet ( geraamte); ne vinger dik; ge ziet em nië mieë loeëpe; zen broek loept allieën rond (=zeer mager)
  42. Munsterbilzen - Minsters: wae de dieër vër iemes ze gezich taugoejt, moet oplètte datter nie mèt zeneege haan ter tësse kump (=wie een kuil graaft voor een ander, moet opletten dat hij er niet zelf in valt)
  43. Graauws: je biezen pakken (=er vandoor gaan)
  44. Graauws: slands wijs slands eer (=ieder zijn gewoonte)
  45. Graauws: nie goe snik zijn (=niet goed wijs zijn)
  46. Graauws: van toeten noch blaozen weten (=van niets weten)
  47. Graauws: naast de pot pissen (=vreemd gaan)
  48. Nuths: He wouer graad dom genog um bie de pliese te goun. (=Hij was wel erg dom.)
  49. Munsterbilzen - Minsters: de moes geen aa kie autte graach haole (=keer nooit naar het verleden terug, want daar gebeurt niets !)
  50. Munsterbilzen - Minsters: soëves bier mèt de maach, smërges watter aut de graach (='s avond geld met hopen, 's morgens geen om brood te kopen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen