Spreekwoorden met `gou`

Zoek

29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gou`

  1. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  2. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  3. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  4. de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  5. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  6. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  7. een goede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)
  8. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  9. een gouden hart hebben (=heel aardig/lief zijn)
  10. een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  11. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  12. een hart van goud hebben (=zeer vriendelijk en behulpzaam zijn.)
  13. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  14. een koude mei een gouden mei. (=koude in mei is goed voor het land)
  15. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  16. goede raad is goud waard (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen)
  17. gouden appels op zilveren schalen (=iets is erg prachtig/goed/verstandig (verwoord))
  18. gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
  19. gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
  20. het gouden kalf aanbidden (=zeer veel hechten aan rijkdom.)
  21. het is niet al goud wat blinkt (=schijn bedriegt)
  22. iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen)
  23. iets voor geen goud willen doen (=iets absoluut niet willen doen)
  24. je woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)
  25. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  26. met een gouden hengel vissen (=door bedrog zijn doel halen)
  27. met gouden balken (=met een hypotheek (met lening))
  28. op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen)
  29. pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare kleur)

10 dialectgezegden bevatten `gou`

  1. 'k gou de petètten aufgieten (=ik ga plassen) (Lokers)
  2. 'k gou ne ker woar da de keuning ok te voet goat (=Ik ga naar het toilet) (Lokers)
  3. aske gou da kuntj doen (=als jij dat kan doen) (Meers)
  4. De booten blauzen, 't zal gou vriezen (=De schepen gebruiken hun misthoorn (in de winter)) (Bevers)
  5. De vèrrekes loeëpe me stroeët in eulle bakkes, 't gou reigene (=Als iemand een sigaar rookt) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  6. gou duit menne schiettelap (=Ga uit mijn weg) (Bevers)
  7. gou noar Daknam, doar zitten ze zonder weer (=Wanneer iemand klaagt over het slechte weer) (Lokers)
  8. gou piest iest ies (=ga eerst eens plassen) (Hams)
  9. ich gou eens douche, ich goan aens doesje (=ik ga eens douchen) (Limburgs)
  10. ij gou veruit gelijk ne zieeldroujer (=Hij gaat achteruit) (Lokers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen