Spreekwoorden met `gi`

Zoek

40 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gi`

  1. alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
  2. als de dagen lengen begint de winter te strengen. (=wanneer de dagen korter worden komt de winter eraan)
  3. balsem in de wonde gieten (=het leed verzachten)
  4. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  5. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)
  6. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  7. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  8. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  9. de aardappelen afgieten (=een plasje doen door heren)
  10. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  11. de patatten afgieten. (=urineren)
  12. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  13. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  14. een Augiasstal reinigen (=het opruimen van een vreselijk vuile boel)
  15. een blinde passagier hebben. (=in verwachting zijn)
  16. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  17. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  18. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  19. eten is een goed begin: het ene beetje brengt het ander in. (=letterlijke betekenis.)
  20. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  21. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  22. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  23. heden ik morgen gij (=oud grafschrift: gedenk, lezer, dat jij ook zal sterven)
  24. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  25. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  26. in een andere vorm gieten (=anders voorstellen)
  27. in het vat gieten (=aanleggen)
  28. jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
  29. met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  30. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  31. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
  32. meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten)
  33. niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben)
  34. niet van vandaag of gisteren (=niet dom)
  35. olie op de golven gieten/gooien (=de gemoederen kalmeren)
  36. op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  37. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  38. weten hoe men dat in het vat zal gieten (=de oplossing weten)
  39. wie een zin begint met ik is een grote stommerik. (=ik aan het begin van een zin is niet zoals het hoort)
  40. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)

105 betekenissen bevatten `gi`

  1. de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  2. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  3. uit de oude doos (=al oud, nostalgisch)
  4. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  5. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  6. de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeilijks)
  7. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  8. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  9. terug naar af (=begin maar weer opnieuw)
  10. van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
  11. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  12. aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
  13. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  14. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  15. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  16. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  17. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  18. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  19. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  20. het scheelde maar een haartje (=dat ging maar net goed)
  21. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  22. dat zijn de Alfa en de Omega. (=dat is het begin en het einde.)
  23. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  24. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  25. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
  26. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  27. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  28. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  29. redenering van Jan Kalebas (=dwaze onlogische redenering)
  30. meisjes die bloemen dragen, mag je kussen zonder te vragen (=een aanmoediging om meisjes met bloemen te kussen)
  31. een krent (=een gierig persoon)
  32. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  33. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  34. een bok schieten (=een grote fout begaan of zich lelijk vergissen)
  35. donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft geen mislukking te zijn)
  36. de stoute schoenen aantrekken. (=een uitdaging aangaan)
  37. een aflossing van de wacht (=een vervanging van de ene persoon door een andere)
  38. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  39. een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
  40. je handen jeuken (=er erg veel zin in hebben te beginnen)
  41. de kop is eraf (=er is een begin gemaakt)
  42. er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  43. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  44. een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
  45. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  46. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  47. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  48. je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
  49. tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helemaal opruimen)
  50. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)

20 dialectgezegden bevatten `gi`

  1. 't gi (=Het gaat wel) (Lierops)
  2. a ee gi zittend gat (=hij is rusteloos) (Meers)
  3. a ee nog gi struë verleid (=hij heeft nog niets gedaan) (Meers)
  4. alleesj gi woeer (=niet eens waar) (Meers)
  5. Da es gi seuleke wèèd (=Dat is niets waard) (Walshoutems)
  6. da gi op zn ellevendertigst (=tgaat niet vlug) (Zeeuws)
  7. Dè gì nie (=Dat gaat niet) (Haperts)
  8. die gi mi de pak nêve de deur (=die verkoopt costuums aan huis) (Boakels)
  9. Dje kreig ter gi verloat van (=Beklijven, aanklampen, vastklampen) (Walshoutems)
  10. ge dif gi nogn ende (=je durft nogal) (Maldegems)
  11. gi groeët ligt; dieënijt et buskruiët (werm woater ) ok ni uiëtgevonde; was da veur nen oël; debiel (=dommerik) (Diesters)
  12. gi prinke in men (zen) han hemmen (=slechte kaarten hebben) (Waanroods)
  13. gi wijr oem nen hont deur te jaage; hondewijr (=zeer slecht weer) (Diesters)
  14. gi zè ne zeéker (=gij durft ook niets) (Sint-Niklaas)
  15. ich kaan da duzend kier bèter as gi (=ik kan dat veel beter als jou) (Neerpelts)
  16. me ligtmis ester gi vrouke zu eirm of ze mokt èr penneke weirm (=met lichtmis is er geen vrouwtje zo arm of ze maakt haar pannetje warm) (Meers)
  17. t gi zo lank hoed toet a t t fout hi (=goed of fout) (Zeeuws)
  18. tka gi / giejn kwood (=het is niet erg) (Aalsters)
  19. Vruger konde precies dùije wor iemes vandàn kwam. Dè gi host niemir. (=Vroeger kon je exact duiden waar iemand vandaan kwam. Dat lukt bijna niet meer.) (Valkenswaards)
  20. Ziejje gi ni goe wiejs? (=Ben je niet goed wijs?) (Budels)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen