104 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gg`
- aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- aan banden leggen (=de vrijheid beperken)
- aan de dag leggen (=vertonen)
- aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
- ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen) (Latijn)
- als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- boe noch bah zeggen (=niets zeggen)
- botje bij botje leggen (=samen geld bijeen leggen om te betalen)
- daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
- de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
- de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
- de hand op iets leggen (=ergens aan kunnen komen)
- de kaart leggen (=de toekomst voorspellen)
- de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltooien)
- de lat hoog leggen (=moeilijk haalbare doelen stellen)
- de oude Adam afleggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
- de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
- de sleutel op de doodskist leggen (=een erfenis weigeren)
- de vinger op de wond leggen (=precies aangeven waar het probleem zit)
- de zweep erop leggen (=afdrijven, opjagen)
- een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
- een goede dam leggen. (=goed eten (voor het drinken van alcohol))
- een kale kip kan nog leggen (=iemand die niets heeft, kan nog voor je werken)
- een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
- een pleister op de wonde leggen (=iets troostends aanbieden)
- een stok in de lenden leggen (=slaan)
- een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
- er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
- er een loodje op leggen (=er iets aan toevoegen)
- er een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
- er gezoden en gebraden liggen. (=ergens heel vaak zijn)
- er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
- erbij liggen als een blei (=niet meer bewegen)
- geen ja en geen neen zeggen (=nog twijfelen aan het antwoord)
- geen kip meer kunnen zeggen (=zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd)
- geen pap meer kunnen zeggen (=verzadigd zijn)
- geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
- gewicht in de schaal leggen (=een wezenlijk deel bijdragen)
- het bijltje erbij neerleggen (=ermee stoppen)
- het hoofd in de schoot leggen (=opgeven en er in berusten)
- het is moeilijk de oude mens af te leggen. (=gewoonten zijn moeilijk af te leren)
- het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
- het loodje (erbij neer)leggen (=overlijden)
- het masker afdoen/afleggen/afnemen (=zijn ware gezicht tonen)
- horen zeggen is half gelogen. (=wat je via via hoort is niet altijd waar)
- hutje bij mutje leggen (=ieder draagt bij voor het deel dat die kan)
- iemand de ijzers aanleggen (=iemand boeien of onder grote druk zetten)
- iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
- iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
132 betekenissen bevatten `gg`
- benen maken (=(haastig) weggaan)
- voor de ganzen preken (=aan dovemans oren zeggen)
- in het vat gieten (=aanleggen)
- koud bier maakt warm bloed. (=alcohol maakt aggressief)
- boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
- je uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
- je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
- wie zwijgt, stemt toe (=als je het ergens niet mee eens bent, moet je het zeggen)
- uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
- wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
- van zijn á propos (=buiten bewustzijn, groggy)
- dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- id est (=dat wil zeggen)
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
- paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
- de plooien glad strijken (=de ruzie bijleggen)
- het krijt ruimen (=de strijd opgeven, weggaan)
- een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
- zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
- het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
- een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
- de bezem uitsteken (=doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
- je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
- de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
- het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
- iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft)
- onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
- een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
- het zeil (hoog) in de top halen (=een grootse vertoning weggeven)
- een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
- belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
- het zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
- ruggespraak houden (=eerst ergens over moeten overleggen)
- er zijn mond niet aan vuil maken (=er niets over willen zeggen)
- er het zwijgen toe doen (=er niets over zeggen)
- over het paard tillen (=er te veel goeds van zeggen / verwend en geprezen zijn)
- een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
- het anker lichten (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
- onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
- een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
- zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
- zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
- de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
- makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
- het op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
- de lakens uitdelen (=het voor het zeggen hebben, de baas spelen)
- je een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
- grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen