Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gezond`

  1. bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
  2. Het is gezond om in het vuur te pissen (=Het is goed om hevigheid te kalmeren)
  3. zo gezond als een vis (=heel gezond)

19 betekenissen bevatten `gezond`

  1. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  2. als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
  3. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  4. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  5. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  6. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
  7. leven als een oester (=geheel van de wereld afgezonderd leven)
  8. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  9. Wat goed eet, schijt goed. (=gezond eten laat het lichaam goed functioneren.)
  10. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  11. zo gezond als een vis (=heel gezond)
  12. bergafwaarts (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf)
  13. Hij heeft aardappelbloed (=Hij ziet er ongezond uit)
  14. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  15. iets onder de leden hebben (=niet helemaal gezond zijn)
  16. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  17. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  18. bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
  19. Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=Voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)

Het dialectenwoordenboek kent 36 spreekwoorden met `gezond`

  1. Bilzers: zik zin es slaeg ver de gezondhid (=ziek zijn is niet gezond)
  2. Kinrooi: Dae allewiel niks heet is neet gezondj! (=Die tegenwoordig niets heeft is niet gezond!)
  3. Munsterbilzen - Minsters: van braud wieëste graut, van mik wieëste dik (=zwart brood is gezonder dan wit)
  4. Fries: fytse is sûn (=fietsen is gezond)
  5. Kaprijks: ob a muijken (=gezondheid!)
  6. Waregems: 'n goe pelle (=een gezonde huidskleur)
  7. Munsterbilzen - Minsters: met braud wiëste graut, mèt mik wiëste dik (=grijs brood is gezonder dan wit)
  8. Giethoorns: A-j de pepert en de roepert maar eupen ollen (=gezond blijven)
  9. Evergems: ha zoan rufte (=gezond spelend kind)
  10. Twents: re nen dood kietelen.* (=lachen is gezond)
  11. Genneps: Wèr bij bloe.d zien (=financieel of fysiek gezond)
  12. Weerts: ram oppen' hoont (=bekaf zijn, niet gezond meer, helemaal versleten)
  13. Giethoorns: Niet al te tierig wezen (=Niet in goede gezondheid verkeren)
  14. Gents: santee ! (=op je gezondheid ! (bij drinken))
  15. Heerlens: bitter vuur d'r monk is vuur 't hats gezonk (=wat bitter smaakt is gezond)
  16. Sint-Niklaas: moager en twja gullèk de bokken va Snja (=mager en gezond zijn)
  17. Giethoorns: hi-j stek niet goed in zien vel (=Geen goede gezondheid)
  18. Waregems: lijk nen achttienmoandre (=fitheid, lenigheid, gezondheid uitstralend)
  19. Bachten de kupes: op je mule (=op je gezondheid)
  20. Bilzers: baeter ne gezonnen iëzel dan e zik piëd (=als we maar gezond zijn)
  21. Westerkwartiers: elk wil groag old word'n, moar old weez'n gieneen (=iedereen wil graag gezond oud worden)
  22. Marks: ê's naon ne veugel veu de kat (=hij is in slechte staat ( gezondheid ))
  23. Waregems: 'k zoe will'n wisslen (bv. qua gezondheid,geheugen) (=ik zou willen omruilen (bv.qua gezondheid, geheugen))
  24. Sint-Niklaas: ès aat môr noch kloek (=hij is oud maar nog heel gezond)
  25. Lichtervelds: ge zy beetre mè ne gezoendn eezle dan mèt e ziek pêird (=als hij maar gezond is)
  26. Munsterbilzen - Minsters: baeter ne gezonnen iëzel as e zik piëd (=als we maar gezond zijn)
  27. Lommels: hij is doawet, mer hij wit het nog niej (=hij ziet er niet erg gezond uit)
  28. Oudenbosch: ij staot aon un kwaoj e-ndje (=dit loopt niet goed af met zijn gezondheid)
  29. Waregems: 'n goe joar en e goe ezondheid! (=gelukkig nieuwjaar en een goede gezondheid!)
  30. Gents: van Pier noar Pol gezonde zein (=van het kastje naar de muur gestuurd)
  31. Tilburgs: klèèn kènder slaope derèège grôot èn aaw meense slaope derèège dôod. (=voor kleine kinderen is veel slapen gezond, voor oudere mensen is het een veeg teken.)
  32. Munsterbilzen - Minsters: prakkesiër nie te viël ofte kraajgs nog koppaajn (=nadenken is slecht voor je gezondheid)
  33. Sint-Niklaas: lot gè me gezond (=dat zal wel, dat geloof ik niet)
  34. Kinrooi: Gelök is gebazeerdj op ein gooj gezóndjheid en e slecht geheuge! (=Geluk heeft als grondslag een goede gezondheid en een slecht geheugen!)
  35. Giethoorns: Niet ziek en niet gezond,maar zo leep as een hond (=Wordt wel eens gezegd van een klagend persoon)
  36. Munsterbilzen - Minsters: raenger, raengerdrüpke, val mèr op me küpke, val mèr opte grond, raener ès gezond (kinderliedje) (=alle zegen komt van boven)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen