2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `goeie`
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
- geen mens zo gek of hij heeft een goeie trek. (=zelfs vreemde mensen hebben goede eigenschappen)
3 betekenissen bevatten `goeie`
- je bent de bovenste beste (=je bent een goeie)
- geen koren zonder kaf (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
- geen licht zonder schaduw (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
50 dialectgezegden bevatten `goeie`
- 'n goeie boer let zien hond d'r met dit weer niet eens uut (=buiten is het noodweer :) (Westerkwartiers)
- 'n goeie haan die is niet vet (=gezegd over een magere man) (Westfries)
- 't es vrieë wiet tussen uir / ulder (=ze zijn nu erg goeie maatjes) (Wichels)
- 't innige goeie dah uit Rijen komt, is de bus naor Gils (=het enige goed dat uit rijen komt, is de bus naar Gilze) (Gils)
- 't innigste goeie dah uit Rotterdam komt, is d'n trein naor Eindhoven (=Het enige goede dat uit Rotterdam komt, is de trein naar Eindhoven) (Brabants)
- 't is ne goeie speet ontoen (=het is hard aan het regenen) (Sint-Niklaas)
- a es van goeie komaf (=hij is van goede afkomst, van een goede familie) (Meers)
- Aa zit oep ne goeië waa (=hij heeft het goed thuis) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Ak 't bij het goeie ende hebbe (=Als ik het bij het goede eind heb) (Hoogeveens)
- alle goeie goav'm komm'm van boov'm (=alle zegeningen krijgen we van God) (Westerkwartiers)
- Beter rood haor op goeie grond, dan zwart op een ezelskont (=Het uiterlijk doet er niet toe) (Giethoorns)
- d'r mit een goeie gang v'rbiesnuve (=er hard voorbijrijden) (Lunters)
- daai hèt ne goeie vieërgèvel (=vrouw met ferme borsten) (Bilzers)
- daor eetie ne goeie botteram aon (=daar verdient hij genoeg mee) (Oudenbosch)
- Daor kunde goeie soep van trekke (=Een dikke baby) (Tilburgs)
- Das een goeie mop (=Dat is een goede grap) (Giessendams)
- das ne goeie loebas (=dat is een brave mens) (Sint-Niklaas)
- das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker) (Oudenbosch)
- das ne goeie vur lege zakke mee recht te zette (=daar kun je niks mee aanvangen) (Hoogstraats)
- de goeie inhang en de profijtigen uittrok (=zegt men tegen trouwers) (Gents)
- De keutel bi'j 't goeie ende em-m (=Dat is juist) (Giethoorns)
- De keutel bi'j 't goeie ende.em-m (=Dat is juist) (Giethoorns)
- de weg noar de hel is plaveid met goeie veurneem' ns (=zijn goede voornemens uitstellen) (Westerkwartiers)
- die is ien goeie doen (=die is schatrijk) (Westerkwartiers)
- Een goeie haene is niej vet (=Mager is niet verkeerd) (Ouddorps)
- ei gaf èm ne goeie stek (=hij gaf hem een niet mis te verstaan antwoord) (Sint-Niklaas)
- er un goeie snok aon geve (=alvast een goed stuk van het werk doen) (Oudenbosch)
- Ga met God hebbie un goeie Leidsman (=Doei, en succes hè (sarcastisch)) (Utrechts)
- goeie morrege! (=Goede morgen!) (Dordts)
- goeie road is duur (=het beste advies is moeilijk te vinden) (Westerkwartiers)
- goeie vés moet zwümme (=bij een goede maaltijd hoort een glaasje) (Bilzers)
- goeie wien behoeft gien krans (=een goed vakman hoeft niet te adverteren) (Westerkwartiers)
- Helmond daa kom nog gjîn goeie nond vâdaôn (=Helmond daar komt nog geen goede hond vandaan) (Zeeuws)
- hem een goeie dussing geven (=hem slagen geven) (Waaslands)
- Hij heej altij goeie praot (=Hij heeft altijd een leuk gesprek) (Kaatsheuvels)
- hij is van goeie komoaf (=hij komt uit een goed gezin) (Westerkwartiers)
- hij slagt goeie road ien 'e wiend (=hij luistert niet naar raadgevers) (Westerkwartiers)
- hij stijt ien 'n goeie reuk (=hij staat gunstig bekend) (Westerkwartiers)
- iemand een goeie schoddering geven (=iemand goed inzepen en wassen) (Sint-Niklaas)
- Je bedoelt het goed maor je blijft an de pan hange (=Hij probeert de waarheid boven tafel te krijgen / situatie te redden / te bemoeien voor de goeie zaak / Zich om bestwil met iets bemoeien maar komt er slecht van af.) (Utrechts)
- Je ken met hem/haar alle kante op behallevuh de goeie (=Er is geen land met hem te bezeilen) (Utrechts)
- kloesj, ne goeie kloesj (=goedzak, ne lamme goedzak) (Meers)
- korrèir: Ne goeie korrèir rijdt dee weer en wind (=Betrekkingen hebben tijdens de maandstonden) (Lebbeeks)
- Ne goeie scheir doen (=Een goed lief vinden) (leuvens)
- ne goeie verstonder éé mor éé wort nodig (=ik wist direct waarover het ging) (Sint-Niklaas)
- ne goeie verstonjer ee mur 'n alf woord nuëdig (=een goed verstaander heeft maar een half woord nodig) (Meers)
- Ok 'n goeie breister let wel 'es 'n steekje vaal'n (=ook de beste vaklui maken wel eens een foutje) (Westerkwartiers)
- oonze Fraans is toch flienk geleertor okkal istie gin pestoor geworre (=een goeie tweede is ook mooi) (Oudenbosch)
- op ne goeie staul stoeën (=hij ziet er goeddoorvoed uit) (Meers)
- Smoit insj een goeie ploot op! (=Speel eens een leuke plaat!) (Aalsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen