Spreekwoorden met `fe`

Zoek


55 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `fe`

  1. aan Bacchus offeren (=te veel alcoholhoudende drank nuttigen)
  2. aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
  3. aan de groene tafel zitten (=bestuurslid zijn)
  4. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  5. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  6. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  7. ben je belatafeld (=ben je gek)
  8. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  9. de pantoffel kussen (=onder de slof zitten)
  10. de rode cijfers (=de verliescijfers)
  11. de tafel de nodige eer bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
  12. de tafel eer aandoen (=goed en veel eten)
  13. de troffel in de kalkbak gooien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)
  14. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  15. een lucifer in drieën kunnen kloven (=erg zuinig zijn)
  16. een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis (=niemand is onmisbaar.)
  17. een nul in het cijfer zijn (=niets in te brengen hebben)
  18. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  19. een tafeltje welbereid. (=een plek met veel en goed eten)
  20. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  21. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  22. er wordt een erfenis verdeeld. (=gezegd als iets erg lang duurt)
  23. feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
  24. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  25. getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
  26. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  27. het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  28. het op zijn pantoffels/sloffen afkunnen (=het gemakkelijk aankunnen)
  29. het puntje van een scherpe pen is `t felste wapen dat ik ken (=met een kritisch woord kan het meest worden bereikt)
  30. het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
  31. het vuur uit de sloffen lopen (=een uiterste inspanning leveren door hard te lopen)
  32. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
  33. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  34. iemand in de buik straffen. (=als straf geen eten geven.)
  35. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
  36. iets boven de tafel fietsen (=open kaart spelen met bedoelingen)
  37. iets op zijn sloffen aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
  38. iets ter tafel brengen (=voorstellen om iets te bespreken)
  39. in de wolken verheffen (=uitbundig prijzen)
  40. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  41. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  42. koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
  43. liever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven)
  44. oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  45. onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
  46. op het schild verheffen (=tot leider maken)
  47. op je elfendertigst (=uiterst langzaam)
  48. quod bonum felix faustumque sit (=moge dat goed en gezegend zijn) (Latijn)
  49. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
  50. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)

90 betekenissen bevatten `fe`

  1. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  2. je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  3. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
  4. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  5. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  6. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  7. eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  8. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  9. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  10. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  11. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  12. zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
  13. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  14. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  15. op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
  16. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  17. de rode cijfers (=de verliescijfers)
  18. het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait, het slachtoffer)
  19. lik op stuk (=direct afstraffen)
  20. haast je langzaam (=doe het zo snel mogelijk, maar niet sneller (uit het Latijn: festina lente))
  21. ipso facto (=door het feit zelf)
  22. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  23. oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  24. de sleutel op de doodskist leggen (=een erfenis weigeren)
  25. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  26. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  27. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  28. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  29. een lijk in de kast (=een onaangename erfenis)
  30. in de fout gaan (=een onaanvaardbaar of strafbaar feit begaan)
  31. een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  32. een ridder van de droevige figuur (=een sufferd)
  33. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  34. er niet over uit kunnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door getroffen zijn)
  35. eten wat de pot schaft. (=eten wat op tafel komt.)
  36. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  37. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  38. arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
  39. heb het hart eens (=heb de moed om dat te doen. (Eigenlijk: als je dat doet, zal ik je ongenadig straffen))
  40. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  41. het gaat van sassenbloed (=het gaat met grote opofferingen gepaard)
  42. hoofd van jut (=het slachtoffer)
  43. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  44. de kop van jut (=het slachtoffer, het zwarte schaap)
  45. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  46. iemand troef geven (=iemand afstraffen)
  47. het is goed sollen met een dood paard. (=iemand die geen verzet biedt, is een makkelijk slachtoffer)
  48. het zonnetje in huis (=iemand die zorgt voor een goede, opgeruimde sfeer)
  49. de stuipen op het lijf jagen (=iemand felle schrik aanjagen)
  50. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)

Eén dialectgezegde bevat `fe`

  1. doë aateraon groemelt et al (=ik hoor het onweer al in fe verte) (Munsterbilzen - Minsters)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen