Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


148 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `erg`

  1. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  2. aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
  3. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  4. als een furie tekeergaan (=in razende woede tekeergaan)
  5. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  6. bergafwaarts (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf)
  7. bergen kunnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
  8. dan zijn we nergens (=dan is er geen oplossing)
  9. dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
  10. de baars vergallen (=de zaak laten mislukken)
  11. de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  12. de boel erbij neergooien (=ermee stoppen)
  13. de haren ten berge (doen) rijzen (=ergens erg van (doen) schrikken)
  14. de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
  15. door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  16. door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
  17. een geloof dat bergen kan verzetten (=een sterk geloof)
  18. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  19. een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
  20. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest)
  21. een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
  22. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  23. ergens aan bekocht zijn (=een slechte koop doen)
  24. ergens als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  25. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
  26. ergens bekaaid (van) afkomen (=een te lage prijs ervoor krijgen)
  27. ergens de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  28. ergens de balen van hebben (=iets niet meer leuk vinden en willen dat het stopt)
  29. ergens de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
  30. ergens de gek mee scheren (=Iets of iemand bespotten)
  31. ergens de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  32. ergens de handen voor op elkaar krijgen (=ergens steun (applaus) voor krijgen)
  33. ergens de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand bezighouden)
  34. ergens de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  35. ergens debet aan zijn (=ergens schuldig aan zijn)
  36. ergens een balletje over opgooien (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  37. ergens een broertje aan dood hebben (=ergens een hekel aan hebben)
  38. ergens een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  39. ergens een gooi naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
  40. ergens een halszaak van maken (=iets heel erg aantrekken en ernstig nemen)
  41. ergens een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  42. ergens een hele kluif aan hebben (=er een heel probleem aan hebben)
  43. ergens een kleine jongen bij zijn (=er niet aan kunnen tippen)
  44. ergens een kruisje bij zetten (=ergens attent op maken)
  45. ergens een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
  46. ergens een melkkoetje aan hebben (=er veel voordeel uit kunnen halen)
  47. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  48. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  49. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  50. ergens een punt aan kletsen (=met een praatje vergoelijken)

473 betekenissen bevatten `erg`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
  3. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  4. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  5. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  6. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  7. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  8. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  9. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  10. wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken)
  11. wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
  12. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  13. wie zwijgt, stemt toe (=als je het ergens niet mee eens bent, moet je het zeggen)
  14. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  15. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  16. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  17. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  18. iemand de oren van het hoofd eten (=bij iemand erg veel eten)
  19. op apegapen liggen (=bijna dood of erg benauwd zijn)
  20. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  21. dat ruikt naar peper (=dat is erg duur)
  22. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  23. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  24. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  25. op dat mes kun je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot)
  26. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  27. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  28. de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  29. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  30. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  31. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  32. de wind eronder hebben (=de ondergeschikten hebben angst)
  33. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  34. er de wind onder hebben (=de schrik erin hebben zitten bij ondergeschikten)
  35. van de wal in de sloot (helpen) (=de situatie verergeren in plaats van verbeteren)
  36. eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  37. dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  38. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar)
  39. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  40. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  41. reageren met de voeten (=door ergens weg te gaan, weg te blijven of niet meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is)
  42. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  43. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  44. zichzelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  45. met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  46. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  47. in het zakje blazen (=een ademtest ondergaan)
  48. zand schuurt de maag (=een beetje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  49. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  50. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)

Het dialectenwoordenboek kent 475 spreekwoorden met `erg`

  1. Lauws: zin kasse ipfretten (=zich ergens aan ergeren)
  2. Liessents: ergent et land an hebbe (=ergens een hekel aanhebben)
  3. Tilburgs: ergeraand meej òngeleejt zèèn (=ergens mee behept zijn)
  4. Langemarks: schabouwelikke dieng'n (=erge feiten)
  5. Liedekerks: A kartesjen zien , a peire zien (=Iets ergs meemaken)
  6. Waalwijks: erges vort peuke van scheite (=ergens schoon genoeg van hebben)
  7. Waalwijks: erges peuke van scheite (=ergens schoon genoeg van hebben)
  8. West-Vlaams: ne noch kind noch kraaie (=hij heeft geen familie of ergenamen)
  9. Budels: erges léllek óp zien (=erg begerig zijn)
  10. Dilbeeks: zan kas opfrètt'n (=zich ergeren, ernstig zorgen maken)
  11. Katwijks: d'r beknaisd vanof komme (=met veel geluk ergans vanaf komen)
  12. Sint-Katelijne-Waver: Aa kas oepfrette (=Zich ergeren)
  13. Veurns: etwoar over vollen (=zich ergeren aan iets)
  14. Terneuzens: Jokte is erger as piene (=Jeuk is erger dan pijn)
  15. Venloos: ich haop se krieg ein kiendje met ein kopere kupke (=vrouw wat ergs toewensen)
  16. Bilzers: tgeet van kaud noë erger (=het wordt steeds erger)
  17. Olens: d'oh kregde't scheit van (=dat is om je dood te ergeren)
  18. Sint-Niklaas: doar kreék 't speen van (=zich ergeren aan iets)
  19. Susters: doosj höbbe wie eine Maleier (=erge dorst hebben)
  20. Liwwadders: ergus ferlet fan hewwe (=iets nodig hebben)
  21. Munsterbilzen - Minsters: tstink nimei, mër treik nog sterk (='t ergste is voorbij)
  22. Arendonks: erges oep sjikken (=op iets blijven nadenken)
  23. Merenaars: de voeërink van zè gat skijten (=erge buikloop hebben)
  24. Mestreechs: un tong höbbe wie unne lere lap (=erge dorst hebben)
  25. Erps: ne post pakken (=een erge val maken)
  26. Waregems: zwijg zeeëre! (=het kon nog erger zijn!)
  27. Flakkees: Stienke as een bunzing. (=Een hele erge stank.)
  28. Liemers: Dén.......... dah is nog 's 'n goeie varkeshujer !!!!! (=Die heeft erge kromme benen.)
  29. Munsterbilzen - Minsters: vant bèd oppet strauw (=van kwaad naar erger)
  30. Lebbeeks: kas: A kas opfrètt'n (=In spanning zitten / je ergeren)
  31. leuvens: ik em ne kop gelak nen blisiejmer (=ik heb erge hoofdpijn)
  32. Munsterbilzen - Minsters: Twei és erger dan één, dan hübste get on zen been (=wat is er erger dan een vrouw ?)
  33. Munsterbilzen - Minsters: twei daajfkes hoenge op te droeëd, mèr tein èn de loch (=de duivenliefhebber ergerde zich aan de was van de buurvrouw)
  34. Oudenbosch: ut stienkt nie mir mar ut ruukt nog (=het ergste is alweer voorbij)
  35. Huizers: van 't pissebedde in 't kakkebedde kommen (=van kwaad tot erger)
  36. Zeels: van de kluëten tegen 't berd (='t gaat van kwaad naar erger)
  37. Sevenums: zich erges aan taege aete (=zoveel van iets eten dat je er tegenzin aan hebt)
  38. Roosendaals: Ik kan nie mir tuffe (=Ik ben bek af; Ik heb erge dorst)
  39. Bilzers: doë ès niks zoe erg as erm te laeve en sjatrijk daud te gon (=ik vind niets erger dan iemand die vrekkig is)
  40. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  41. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  42. Erps: fiejolieteren (=ergens iets tussenwringen)
  43. Heezers: zu vreet as nun boer in zun erpelkuul (=ergens heel erg blij/verguld mee zijn)
  44. Sint-Niklaas: paleuteren (=ergens rondhangen)
  45. Brugs: u twoarsen el (=ergens anders)
  46. Gouda: Voor gaas gaan (=Toch ergens voor vallen, ergens intuinen)
  47. Lebbeeks: pèid: Te post en te pèid ieveranst nautoe rouijn (=erg haastig ergens naartoe rijden)
  48. Oudenbosch: gaode gij oew plaote mar ergus aanders afspeule (=dat liedje van verlangen kennen we)
  49. Hoogstraats: duiven gaan lappen (=Duiven ergens zuidwaarts gaan loslaten)
  50. Westerkwartiers: aarng's aan met doen (=ergens aan deelnemen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen