Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


148 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `erg`

  1. ergens een punt achter zetten (=er voorgoed mee stoppen)
  2. ergens een punthoofd van krijgen (=ergens compleet gek van worden)
  3. ergens een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
  4. ergens een slaatje uit slaan (=ergens een voordeeltje uit halen)
  5. ergens een slag naar slaan (=raden)
  6. ergens een stokje voor steken (=iets verhinderen)
  7. ergens een streep onder zetten (=het stoppen, beëindigen)
  8. ergens een streepje door lopen (=erg vreemd zijn/gedragen)
  9. ergens een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
  10. ergens een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
  11. ergens geen benul van hebben (=iets echt niet snappen)
  12. ergens geen brood in zien (=niet denken dat iets kan werken)
  13. ergens geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  14. ergens geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
  15. ergens geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
  16. ergens geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  17. ergens geen hout van snappen (=er niets van begrijpen)
  18. ergens geen houvast aan hebben (=er weinig mee kunnen doen)
  19. ergens geen kijk op hebben (=de oplossing niet zien)
  20. ergens geen oog voor hebben (=er niet op letten)
  21. ergens geen pap van gegeten hebben (=er weinig over weten)
  22. ergens geen peil op kunnen trekken (=niet op iemand af kunnen gaan / ergens niet van op aan kunnen)
  23. ergens geen spaan van geloven (=niets ervan geloven)
  24. ergens geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  25. ergens geen tittel of jota van afweten (=ergens geen verstand van hebben, ergens helemaal geen kennis van hebben)
  26. ergens geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
  27. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  28. ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies van willen weten hoe het in elkaar steekt)
  29. ergens heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  30. ergens heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
  31. ergens het land aan hebben (=ergens een hekel aan hebben)
  32. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  33. ergens kaas aan hebben (=er maling aan hebben)
  34. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  35. ergens kunnen inkomen (=het wel kunnen begrijpen)
  36. ergens lak aan hebben (=het zich helemaal niet aantrekken)
  37. ergens lucht aan geven (=laten blijken)
  38. ergens lucht van krijgen (=ergens van de op de hoogte geraken, iets in de gaten krijgen)
  39. ergens mee inzitten / ergens over inzitten (=zich ergens zorgen over maken)
  40. ergens mee voor de draad komen (=zeggen wat de precieze bedoeling is)
  41. ergens met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  42. ergens met lood in de schoenen naar toe gaan (=ergens verschrikkelijk tegen opzien)
  43. ergens muziek in zitten (=ergen veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  44. ergens niet om malen (=iets onbelangrijk vinden)
  45. ergens niet van terug hebben (=er geen antwoord op weten)
  46. ergens oog voor hebben (=ergens de waarde van inzien of aandacht voor hebben)
  47. ergens op gebrand zijn (=iets heel erg fijn vinden en er naar streven)
  48. ergens op hameren (=iets voortdurend benadrukken)
  49. ergens op inhaken (=reageren op iets dat gezegd is en daar verder op doorgaan)
  50. ergens op zitten zweten (=ergens moeizaam of langdurig aan werken)

473 betekenissen bevatten `erg`

  1. de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
  2. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  3. een bok schieten (=een grote fout begaan of zich lelijk vergissen)
  4. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  5. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  6. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  7. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  8. Zodra het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=Een ramp komt voort uit roekeloosheid / Als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  9. ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  10. eenmaal gestolen altijd een dief (=een verkeerde daad wordt niet vlug vergeten)
  11. door de molen halen (=een zeer uitgebreide procedure doen ondergaan)
  12. open kaart spelen (=eerlijk zijn, niets verbergen)
  13. ruggespraak houden (=eerst ergens over moeten overleggen)
  14. iets na aan het hart hebben liggen (=er erg mee begaan zijn)
  15. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  16. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  17. zijn handen jeuken (=er erg veel zin in hebben te beginnen)
  18. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  19. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  20. het tiend betaald hebben (=erg afgevallen zijn)
  21. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  22. zich de ogen uit het hoofd schamen (=erg beschaamd zijn)
  23. om over naar huis te schrijven (=erg bijzonder)
  24. in de wolken zijn (=erg blij en gelukkig zijn)
  25. in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
  26. een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
  27. een brave Hendrik zijn (=erg braaf zijn of zich zo voordoen)
  28. zo broos als glas (=erg breekbaar)
  29. zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)
  30. zo dik als een mol (=erg dik)
  31. zo dik als een pad (=erg dik)
  32. met de hersens van een garnaal (=erg dom)
  33. zo dom als het achtereind van een koe/varken (=erg dom)
  34. redeneren als een kip zonder kop (=erg dom redeneren)
  35. geen a voor een b kennen (=erg dom zijn)
  36. tot geen drie kunnen tellen (=erg dom zijn)
  37. van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
  38. van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
  39. zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
  40. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  41. luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
  42. de pee in hebben (=erg gehumeurd zijn)
  43. huizenhoog springen (=erg gelukkig zijn)
  44. op rozen zitten (=erg gelukkig zijn en goed hebben)
  45. lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
  46. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
  47. op dreef zijn (=erg goed actief zijn)
  48. op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
  49. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  50. van zessen klaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)

Het dialectenwoordenboek kent 475 spreekwoorden met `erg`

  1. Luyksgestels: t nie in z'ne nèk hemme (=ergens geen zin in hebben)
  2. Tilburgs: èrgeraand kèèk op hèn (=ergens gevoel voor hebben)
  3. Weerts: Op de ortelaone gaon (=ergens lekker gaan eten)
  4. Westerkwartiers: aarg'ns verlet van hemm'n (=ergens om verlegen zitten)
  5. kortemarks: zn boîntjes te wièèke leggn (=ergens op rekenen)
  6. West-Vlaams: joe jeun', joe henèr'n (=het ergens plezant vinden.)
  7. Waregems: 't stopt ievers! (=het houdt ergens op! (verontwaardigd))
  8. Munsterbilzen - Minsters: ürges zen naos tëssestaeke (=zich ergens mee bemoeien)
  9. Venloos: Zich dieke bein make (=Zich ergens over opwinden)
  10. Zeeuws: joekte is erger as piene (=pijn)
  11. Munsterbilzen - Minsters: daste grutste smaerlapperaaj wot ich aut hëb mètgemok (=erger kan het niet !)
  12. Oudenbosch: van de vliege nin de blindaoze terechtkomme (=van kwaad tot erger komen)
  13. Lommels: goan rakken (=ergens naar toe gaan)
  14. Zwartebroeks: aarges de naom van hên (=ergens om bekend staan)
  15. Brugs: tegenan tende (=ergens op het einde)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ürges op vlasse (=ergens op loeren)
  17. Genneps: gènne praot van maake (=ergens over zwijgen)
  18. Sallands: Binne dur vrèen oaver. (=ergens tevreden over zijn:)
  19. Westerkwartiers: je aarg'ns toe zett'n (=je ergens op richten)
  20. Zeeuws: Over iets in de waste zitte ( Tholen ) (=ergens over tobben)
  21. Kinrooi: 't ergste waat dich kan euverkómme is te haoje van emes dae van einen angere hiltj! (=Het ergste wat je kan overkomen is te houden van iemand die van een andere houdt.)
  22. Achterhoeks: jao jao (=Het ergens niet mee eens zijn, ergens twijfels bij hebben)
  23. Veurns: etwoar è gatje vieng'n (=ergens een vrij moment vinden)
  24. Venloos: de auge oap of den buul oap (=ergens mazzel mee hebben)
  25. Luyksgestels: 't zal um voare (=ergens veel moeite mee hebben)
  26. Weerts: Hae gieët op sjouw (=Hij gaat ergens naar toe)
  27. herenthouts: ei hemmek pesies al is gezien (=u ken ik van ergens)
  28. Weerts: Hae taffeldje d'r röstig haer (=Rustig ergens naar toe lopen)
  29. Zwevegems: 't è friée! (='t Is erg.)
  30. Rillaars: amaai menne frak (=Dat is erg.)
  31. Brabants: zo zout as brem (=erg zout)
  32. Zeeuws: tis tennen uut (=t is erg)
  33. Brabants: kei (kai ) (=heel erg (heel erg goed))
  34. Urkers: zo bleede as blik (=ergens heel blij mee zijn)
  35. Diems: instoeken, tegenan stoeken (=ergens inrijden, tegenaan rijden)
  36. Genneps: den Keutel dwars hèbbe zitte (=ergens moeite meehebben)
  37. Barnevelds: Je dr noar over moaken (=ergens over in zitten)
  38. Genneps: Den keutel ientrekke, de pis óptrekke (=ergens van afzien)
  39. Opglabbeeks: mien vinger jieke (=ik heb ergens zin in)
  40. Lichtervelds: etwoa znen oak in sloan (=zich ergens mee bemoeien)
  41. kortemarks: etwoa zne noak insloan (=zich ergens mee bemoeien)
  42. Erps: fiejolieteren (=ergens (iets) tussen proberen wringen)
  43. Lòns: huwet haawen (=ergens controlle over hebben)
  44. Sint-Niklaas: stjeirten (=ergens langzaam naartoe gaan)
  45. Merenaars: op de stinker zitten (=ergens teveel zijn)
  46. Slands: zoh grohs azzun bezum (=ergens trots op zijn)
  47. Hams: gezoeen en gebrauen zijn (=ergens veel zijn)
  48. Munsterbilzen - Minsters: get autzwete (=ergens voor boeten)
  49. Westerkwartiers: aarng's waterloo vinden (=ergens waterloo vinden)
  50. Steins: get aan ziene bölles höbbe (=ergens zorgen over hebben)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen