Spreekwoorden met `en hij`

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `en hij`

  1. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  2. de zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
  3. elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  4. geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
  5. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  6. ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)

15 dialectgezegden bevatten `en hij`

  1. de tijd vlig toch snel, zaag te boer, en hae goejde zëne wèkkër noë zën vroo hërre kop (=de tijd vliegt, zei de boer, en hij gooide de wekker naar zijn vrouw haar hoofd) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. e gat is e gat zeite boer en haa poepte zaan veireke (=een achterwerk is een achterwerk zei de landbouwer, en hij vrijde met zijn varken) (herenthouts)
  3. ë koet ès ë koet, zaag te boer, en hae sproeng op zën zoëg (=een gat is een gat, zei de boer, en hij besprong zijn zeug) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. E zit weer op meulners. (=Hij is veel vermagerd omdat hij een nieuwe vriendin heeft en hij veel gaat vrijen.) (Evergems)
  5. en ie moste tert'n (=en hij kon opstappen) (Waregems)
  6. feteurlik, zei tn, en je reeë' med een oendekarre (traditionele zei-spreuk, gebruikt als humoristische woordspeling op 'natuurlijk!' in de zin van 'uiteraard, vanzelfsprekend') (=voituurlijk, zei hij, en hij reed met een hondenkar) (Klemskerks)
  7. freet ès gezond, zaag te boer, en hae goef zën vroo een goej paer (=fruit is gezond, zei de boer, en hij gaf zijn vrouw een peer) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. Ketr' is viere, zei Koksje, en je stak ze wuuf bie drie oed' enn (traditionele zei-spreuk) (=Quatre is vier, zei Kokje, en hij stak zijn wijf bij drie oude hennen) (Klemskerks)
  9. Koek zejt Kwak en hij scheet appelpap (=Kaartterm: koeken troef) (Brakels)
  10. Les carottes sont bonnes, zei de Fransman en hij at al zijn vlees op (=Het één zeggen en het ander doen) (Kortrijks)
  11. lievre isnen oas en je lopt an vennestjes (=Livre is een haas en hij loopt aan Vannestjes) (Brugs)
  12. nog ene koje staut en dae ès daud (=nog één bijkomend kwaaltje en hij is dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. Rienk zei kooker en je bolde me se deeësm (tradtionele zei-spreuk, onder meer gebruikt met betekenis ' Raak!' ) (=Ring!, zei Koker, en hij bolde met zijn desem) (Klemskerks)
  14. wat konste toch zaoge, zaag te boer, en hae braach zën vroo nog ë pak planke (=vrouw, wat kan je toch zagen, zei de boer, en hij bezorgde haar nog een pakje planken) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. wo aad en versliëte ès, moet noë ët stort, zaag te boer, en hae goejde ze vrooke èn de vaulbak (=wat oud en versleten is, moet naar het stort, zei de boer, en hij gooide zijn vrouwke in de vuilbak) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen