Spreekwoorden met `ele`

Zoek


167 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ele`

  1. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  2. aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
  3. aap wat heb je mooie jongen spelen (=overdreven vriendelijk zijn)
  4. achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  5. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  6. als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  7. als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
  8. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  9. als hamerstuk behandelen (=het voorstel zonder discussie aannemen)
  10. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  11. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  12. appelen/knollen voor citroenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
  13. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
  14. chapeau bas spelen (=onderdanig zijn)
  15. daar steekt meer in dan een enkele panharing (=daar zit meer achter)
  16. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  17. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  18. dat is het hele eieren eten (=zo zit de zaak in elkaar.)
  19. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  20. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  21. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  22. de aardappelen afgieten (=een plasje doen door heren)
  23. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  24. de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
  25. de beest spelen/uithangen (=zich onbeschoft gedragen)
  26. de domste boeren hebben de dikste aardappelen (=met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  27. de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  28. de eerste viool spelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
  29. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  30. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  31. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  32. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
  33. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  34. de heler is net zo goed als de steler (=wie gestolen goed koopt is even slecht als de dief)
  35. de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  36. de hielen lichten (=weggaan)
  37. de koninklijke weg bewandelen (=eerlijk zijn)
  38. de lakens uitdelen (=het voor het zeggen hebben, de baas spelen)
  39. de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  40. de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
  41. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  42. de zwartepiet doorspelen (=de schuld doorschuiven)
  43. die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw zal gaan sterven)
  44. een fluwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
  45. een goed gelaat is de beste geleidebrief. (=als je knap bent krijg je veel voor elkaar)
  46. een hele jan zijn (=een grote vent zijn)
  47. een hele Piet (=iemand die meetelt)
  48. een ongeletterde boer (=weinig geleerd persoon)
  49. een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
  50. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)

308 betekenissen bevatten `ele`

  1. de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
  2. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  3. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  4. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  5. op je tabbaard/tabberd zitten (=afranselen)
  6. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  7. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  8. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  9. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  10. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  11. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  12. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  13. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  14. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  15. veel varkens maken de spoeling dun (=als je met veel bent, moet je ook met veel delen)
  16. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  17. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  18. uitdrogen als een Harderwijker (=alsmaar vervelender worden)
  19. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  20. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  21. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
  22. eer is teer (=beledigd worden doet pijn)
  23. op je tenen getrapt zijn (=beledigd zijn)
  24. op je achterste zolder jagen (=beledigen, bang maken)
  25. van de ratten besnuffeld/gebeten zijn (=ben je nu helemaal gek!)
  26. beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzelend iemand dan iemand die ondoordacht handelt)
  27. beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
  28. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  29. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
  30. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  31. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  32. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  33. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  34. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  35. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  36. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  37. de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  38. de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  39. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  40. de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  41. aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  42. de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
  43. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  44. kap en keuvel (=de hele boel)
  45. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  46. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
  47. het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
  48. de kaas niet van het brood laten eten (=de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  49. uit hetzelfde vaatje tappen (=dezelfde standpunten of opvattingen delen.)
  50. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)

5 dialectgezegden bevatten `ele`

  1. geboeë: Z' émmen ele geboeë gat (=Hun huwelijk werd vanop de preekstoel aangekondigd) (Lebbeeks)
  2. ik kenne 't ele mense niet (=ik ken die persoon helemaal niet) (Zwols)
  3. mellek: Ze trekken ele mellek op (=Vrouwen die met opgetrokken schouders lopen (b.v. als het koud is) ) (Lebbeeks)
  4. tis daor un éle (grôte) affaire (=het is daar een hele drukte) (Hulsters (NL))
  5. verraplee: Wau es ' n nottoe? Nau verraplee wau da donn' n bass' n nost ele gat. (=Waar is hij naartoe? Ik weet / zeg het niet / je hebt er geen zaken mee) (Lebbeeks)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen