20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eit`
- appeltje eitje (=erg makkelijk)
- daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
- dat groeit uit het raam (=dat kan men niet geheim houden)
- dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
- dat zit gebeiteld (=dat komt in orde)
- de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
- de meitak op een werk zetten (=het werk afmaken)
- een eitje (=heel gemakkelijk)
- een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
- één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
- het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
- het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
- het pleit winnen (=de zaak winnen)
- hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
- iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
- je kan niet de kool en de geit sparen (=je moet keuzes maken)
- uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
- vooruit met de geit (=komaan, we doen voort.)
- waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
- wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
71 betekenissen bevatten `eit`
- kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
- voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
- gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
- de mei van het leven (=de bloeitijd van het leven)
- de economie zit in de lift (=de economie groeit)
- je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
- in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
- ipso facto (=door het feit zelf)
- een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met weinig moeite is verkregen)
- geen centje pijn. (=een kleine moeite.)
- in de fout gaan (=een onaanvaardbaar of strafbaar feit begaan)
- een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
- nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
- doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
- er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
- op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- het voor de deuren van de hel weghalen. (=ergens veel moeite voor doen)
- tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
- stad en land aflopen. (=geen moeite sparen om iets te bereiken)
- erbij staan voor Jan met de korte achternaam (=geen zinvolle activiteit hebben)
- rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (=geld of moeite verspillen aan iets nutteloos)
- geen geluk zonder druk. (=gelukkig wordt je niet zonder er moeite voor te doen)
- iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
- een bittere pil slikken (=grote moeite ergens mee hebben)
- het is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekost)
- een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
- een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
- iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
- op rotsen ploegen (=iets doen wat tevergeefse moeite is)
- iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt)
- de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
- een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
- iets in de schoot geworpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
- in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
- in een wip (=in heel korte tijd , zonder moeite)
- je voor de kop schieten (=inzien dat men een grote stommiteit gedaan heeft - zelfmoord plegen)
- gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
- kijk een gegeven paard niet in de bek (=je mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
- waar geen vis is, is haring ook vis (=je moet voor alles moeite doen)
- je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
- niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
- denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
- ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
- geld ophoesten (=met tegenzin of met moeite betalen)
- iets voor Jan Lul doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
- iets voor Jan Joker doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
- met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
- alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
40 dialectgezegden bevatten `eit`
- A eit do ne scheir gedoan. (=Hij heeft daar iemand leren kennen.) (Dilbeeks)
- a eit zenne kerf gezetsj (=hij is dood) (Aalsters)
- Aa eit e stuk in zaan zip (=Hij heeft teveel gedronken) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa eit een moef (=Hij is slecht gezind) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- ai eit 't spek oan (=hij heeft het zitten) (Leefdaals)
- ai eit da precies mei roeffe gedoa (=hij heeft dat niet goed gedaan) (Leefdaals)
- ai jt brie- ed eit kai it brie -ed litn angen (=groot doen) (Zeeuws)
- Amai, dje gôat zekers oep oer groot êit (=Je komt er goed voor (iemand die sjiek gekleed is) ) (Walshoutems)
- De cereal espanjol eit de oeraghon gereizisteird. (=Het Spaanse graan heeft de orkaan doorstaan.) (Brussels)
- Dei es onder uir eit / Das iet gescheete (=Haantje de voorste) (Zoutleeuws)
- Die eit zôwat 'n kérkbanke versleten (=die veel naar de kerk gaat (Walchers ) ) (Zeeuws)
- die eit zôwat n'n bidstoel versleten (=iemand die veel naar de kerk gaat (Hulst ) ) (Zeeuws)
- diejen eit er iên boven zoan oeëg (=De heeft er eentje teveel op) (Booms)
- doine es uuk een eit gestuute (=iemand met een slordig voorkomen) (leuvens)
- E eit do een pataat (of een kartesj ) gezetj (=Hij heeft met zijn wagen een ongeval gehad) (Liedekerks)
- E eit do tiejen en tander geskoept (=Hij heeft daar vanalles wat gestolen) (Liedekerks)
- Ê eit er maë vier èn nen beezekoek. (=Hij heeft ze niet alle vijf.) (Merchtems)
- e eit genen naugel ve o ze gat te krabben (=hij is arm) (Liedekerks)
- E eit nen tjester gelek as een betrauf (=Hij heeft een dik hoofd) (Liedekerks)
- E eit zennen brenzjelee al aun (=Hij is in de handboeien geslagen) (Liedekerks)
- ei eet en eit in ze gat... (=hij is bang) (leuvens)
- Ei eit e slashuug (=Hij heeft een lui oog) (Zuuns)
- eit oaw telluur oet (=eet uw bord uit) (Neerpelts)
- eit of krieg je t (=heb je het) (Zeeuws)
- eit tegoei (=eet deftig) (Diesters)
- eit wauter in zenne kelder (=zijn broek is te kort) (Opwijks)
- he ziet er mar verhoepdjakt eit (=Hij is slordig gekleed) (Walshoutems)
- ie eit nom (=hij is dronken) (Zeeuws)
- ie eit scheer witter nie uut e vonnen (=dom figuur) (Zeeuws)
- ie eit tut zo druk a s un roekel mie ie--en vleeke (=druk) (Zeeuws)
- lèiven: Dein'n èit 't lèiven goed op (=Wat denkt die wel) (Lebbeeks)
- mei een eit in zae gat zitte (=bang zijn) (winksels)
- mej een eit in a gat zitte (=schrik hebben) (Hals)
- mèmme: Ei èit te lank aun de mèmme gangen (=Over iemands wiens binnenlip erg zichtbaar is) (Lebbeeks)
- Oi eit in zèn broek gezjikt / E eedem bepist (=Hij heeft in zijn broek geplast) (Aalsters)
- seg mtske, ich mot oche eit zegge (=zeg meisje ik moet u iets vertellen) (Lummens)
- Wau eit er in nen nuigel geterren (=Wie heeft er een wind gelaten) (Teralfens)
- wauterfloët: Dad es en wauterfloët, dijn'n eit en wauterfloët (=Iemand die veel plast OF geen kinderen heeft) (Lebbeeks)
- wi bin jie bloeat e rehend wi eit je wiege gestae (=waar ben jij geboren) (Zeeuws)
- Zef, Zul en Sarel dronke zeneivel eit en zat (=Jef, Julle en Charel dronken jenever uit een kop) (Zoutleeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen