14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dem`
- alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- als het kalf verdronken is dempt men de put (=pas als het te laat is, neemt men maatregelen)
- de bodem inslaan (=vernietigen (bv.: de hoop de bodem inslaan))
- de langste adem hebben (=iets het langst volhouden)
- de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
- een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
- een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
- een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
- een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
- iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
- iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
- je laatste adem uitblazen (=sterven, doodgaan)
- je moet om de beurt ademhalen (=gezegd als het erg druk is)
- semper idem (=altijd weer hetzelfde) (Latijn)
7 betekenissen bevatten `dem`
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
- in het zakje blazen (=een ademtest ondergaan)
- de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
- op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
- ad fundum (=tot op de bodem)
- de bodem inslaan (=vernietigen (bv.: de hoop de bodem inslaan))
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
18 dialectgezegden bevatten `dem`
- As slummeke slum dood is muegde gij dem zijn (=Als iemand iets heel dom gezegd heeft) (Herentals)
- da brengt gen dem oep (=dat brengt niets op / dat helpt niet) (Turnhouts)
- dem höb ich de pies lauw gemaak (=ik heb hem flink de waarheid gezegd) (Roermonds)
- dem is de piep oetgegange (=Iemand is gestorven) (Mechels (NL))
- dem kaome de eapel oet. (WT) (=Hij heeft een gat in zijn sokken) (Mechels (NL))
- dem mòste ze sjpits make en de grondj in pave (=Ze moesten hem de mond snoeren) (Roermonds)
- dem sjtuk de haver (=hij heeft teveel energie) (Susters)
- dem wurt de vot noagedraage (=hij wordt verwend) (Susters)
- gif dèm 'nen trok onder zè gat (=geef hem een schop onder zijn achterste) (Sint-Niklaas)
- Hij ee dem ne pouter geschilderd (=Iemand in de steek laten.) (Bevers)
- Hij is nog gienen dem verbetert (=Hij is nog niets verbeterd) (Bevers)
- Hij voel dem nie op zenne pozitieven. (=Hij voelt zich niet goed.) (Bevers)
- Höb se al ins mit dem gedeild? (=Dat is een goed mens) (Roermonds)
- Kgeluuf er giên dèm van (=Ik geloof er niets van) (Sint-Katelijne-Waver)
- neipt em zain waoter af.
veis dem zain been uit. (=geef hem op zijn donder) (Hulsters (NL))
- probeer dèm mor buiten te koteren (=zeg eens tegen hem dat wij ook nog wegmoeten dan vertrekt hij) (Sint-Niklaas)
- tèllefongboek (=puzzelboek van dem Belgacom) (Dendermonds)
- zee dèm goe gepluim't (=ze heeft zijn geld afgetroggeld) (Brakels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen