Spreekwoorden met `all`

Zoek


165 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `all`

  1. aan alle dingen komt een eind. (=alles verandert)
  2. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  3. aan alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)
  4. achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
  5. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  6. alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  7. alle dagen geen vetpot zijn (=er is armoede)
  8. alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
  9. alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  10. alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
  11. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  12. alle havens schutten geen wind (=niet alles levert een voordeel op)
  13. alle havens schutten wind (=als je meedoet deel je mee in de winsten)
  14. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  15. alle hens aan dek (=met alle beschikbare mensen of alle middelen)
  16. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  17. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  18. alle kusten bezoeken (=met allerlei slecht volk omgaan)
  19. alle mensen moeten leven (=gun de anderen ook wat)
  20. alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
  21. alle molens vangen wind. (=iedereen die meedoet zal een deel van de opbrengst opeisen)
  22. alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
  23. alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
  24. alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  25. alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
  26. alle vloed heeft zijn weerloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
  27. alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
  28. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  29. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  30. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  31. alle winden hebben hun weerwinden. (=soms zit het mee, soms zit het tegen)
  32. alle zeilen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  33. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  34. allemans neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
  35. allemans raad is allemans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
  36. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
  37. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  38. allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  39. alles door het halsgat jagen (=alles opmaken aan eten en drinken)
  40. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  41. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  42. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  43. alles op alles zetten (=zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken)
  44. alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  45. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  46. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  47. alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
  48. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  49. alles wat los en vast is (=echt alles)
  50. als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)

235 betekenissen bevatten `all`

  1. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  2. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt een einde)
  3. je hart uitstorten (=aan iemand alles (in vertrouwen) vertellen)
  4. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
  5. je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  6. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  7. de toets  kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  8. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  9. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
  10. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  11. het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
  12. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  13. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  14. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  15. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  16. de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
  17. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  18. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  19. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  20. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  21. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  22. kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
  23. al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  24. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  25. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  26. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  27. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  28. het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult geen leven.)
  29. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  30. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  31. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  32. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  33. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  34. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  35. niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
  36. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  37. bij de roes (=alles door elkaar)
  38. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  39. het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
  40. botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  41. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  42. je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
  43. alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  44. wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  45. de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
  46. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  47. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  48. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  49. in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  50. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)

2 dialectgezegden bevatten `all`

  1. 't is all niet dat oar snien, 't is all die kruljes legn (=als je aan iets begint, moet je het ook kunnen afwerken) (West-Vlaams)
  2. tis all gal (=er is niets aan) (Graauws)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen