Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


55 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `twee`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  3. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  4. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  5. Beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=Kiezen voor zekerheid.)
  6. bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
  7. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar)
  8. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  9. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  10. een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
  11. Eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=De invloed van een vrouw is heel sterk)
  12. Een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=Iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  13. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  14. er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
  15. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
  16. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  17. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  18. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  19. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  20. het zijn twee handen op een buik (=ze verstaan elkaar volkomen)
  21. het zijn twee hoofden onder een kaproen (=ze verstaan elkaar volkomen , ze werken samen)
  22. in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
  23. je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
  24. men moet van twee kwaden het minste kiezen (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  25. met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
  26. met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
  27. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
  28. niemand kan twee heren dienen (=twee dingen tegelijk doen gaat niet)
  29. op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
  30. op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
  31. op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
  32. Op twee paarden blijven rijden. (=Men kan geen keus maken)
  33. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  34. tussen twee stoelen in de as vallen (=er bekaaid vanaf komen)
  35. Tussen twee stoelen in de as zitten (=Niks uitvoeren / besluiteloos zijn)
  36. tussen twee vuren zitten (=moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden, zich bevinden tussen twee ruziemakers)
  37. tussen twee vuren zitten (=uit twee slechte dingen moeten kiezen)
  38. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  39. twee handen op een buik (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
  40. twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene (=Verbitterd om iets vechten)
  41. twee hoofden onder een kaproen (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
  42. twee joden weten wat een bril kost (=we hoeven elkaar niets wijs te maken)
  43. twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
  44. twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
  45. twee ruilen een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
  46. twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
  47. twee vliegen in één klap slaan (=Efficiënt bezig zijn)
  48. twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
  49. twee zotten onder één kaproen (=Een gek is zelden alleen)
  50. van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)

30 betekenissen bevatten `twee`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  3. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  4. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de tweede Wereldoorlog)
  5. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar)
  6. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  7. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  8. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  9. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  10. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  11. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  12. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  13. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  14. Een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=Iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  15. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  16. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  17. tussen twee vuren zitten (=moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden, zich bevinden tussen twee ruziemakers)
  18. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  19. van een bruiloft komt een bruiloft (=op een bruiloft kunnen twee mensen elkaar leren kennen die dan weer gaan trouwen)
  20. tussen hamer en aanbeeld (=tussen twee slechte dingen moeten kiezen)
  21. als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte)
  22. De haan en de vos hebben elkaar te gast (=twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
  23. niemand kan twee heren dienen (=twee dingen tegelijk doen gaat niet)
  24. twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
  25. je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
  26. twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
  27. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  28. van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)
  29. tussen twee vuren zitten (=uit twee slechte dingen moeten kiezen)
  30. onder vier ogen (=waarbij slechts twee personen aanwezig zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 105 spreekwoorden met `twee`

  1. Munsterbilzen - Minsters: tès e krabberke (=het is een tweederangsrenner)
  2. Heusdens: twiehonnerd gramme pieepersossies en twie verkeslepkes (=tweehonder gram salami en twee varkenslapjes)
  3. Westerkwartiers: ien tweestried stoan (=twijfelen)
  4. Sint-Niklaas: tweedus (derdus, vierdus...enz.) (=ten tweede (ten derde, ten vierde...enz))
  5. Kortemarks: tweegt mièèr dan me drienkgeld (=het weegt zwaar)
  6. Leefdaals: doaveu komde tweedes (=te laat zijn)
  7. kortemarks: zeen tweere in eulder gat (=de kinderen spelen luidruchtig)
  8. Tilburgs: tusse die tweej is ut pik èn pook (=het botert niet tussen die twee)
  9. Lichtervelds: tweegt mièèr dan me drienkgeld (=het weegt zwaar)
  10. Gavers: over en tweere (=heen en weer)
  11. Graauws: ge kom slimmer van de mart als agger naor toe gaot (=een ezel stoot zich geen tweemal aan een steen)
  12. Zottegems: ge kun nog gien ei in tweeje stapmn (=jij kan niet voetballen)
  13. Hulsters (NL): ghe meugt ur tweej keijr naor raaijen (=dit is toch wel overduidelijk)
  14. Oudenbosch: das tweejaande op ene buik (=zij zijn het bij voorbaat eens)
  15. Evergems: hedt verstoan, k'zegget geen twee keer zulle (=begrrepen, ik herhaal het geen tweemaal)
  16. Tilburgs: ge kunt meej tweeje meer èèrmoej lije as allêeneg (=gedeelde smart is halve smart)
  17. Tilburgs: diejen twilling ha òn swirskaante krèk haorindere kaole kènderköpkes (=die tweeling had aan beide zijde precies dezelfde kale kinderhoofdjes)
  18. Westfries: Tweide leg (=Kinderen uit een tweede relatie)
  19. Westerkwartiers: op 't tweede plak (=secundair)
  20. Bilzers: 't Lojt op (=Het luidt (voor de tweede maal))
  21. Oudenbosch: mee Bosse kermis (=de eerste zondag na tweede woensdag in augustus)
  22. Westfries: Twei klamme, twei skuld! (=Waar twee kijven, twee schuld.)
  23. Tilburgs: ik waar irstes èn gij twiddes. (=ik was eerste en jij tweede.)
  24. Aalsters: zat en zwetzat (=twee drinkebroers)
  25. Oudenbosch: oonze Fraans is toch flienk geleertor okkal istie gin pestoor geworre (=een goeie tweede is ook mooi)
  26. Maas en waals: ik bin twids (=ik ben het tweede aan de beurt)
  27. Antwerps: a jei een moembakkes (=hij heeft twee gezichten)
  28. Sint-Niklaas: talvendeur doen (=in twee delen (breken))
  29. Liedekerks: twieë driëge sosissen (=twee droge worsten)
  30. Hunsels: euvereinhaoje (=twee handen op een buik)
  31. Zelzaats: Menne, menneken (=Smalle doorgang tussen twee woningen)
  32. Westerkwartiers: maag ik twee kaan zuup'nbrij (=mag ik twee liter karnemelksepap)
  33. Sint-Niklaas: iets talvendeur doen (=iets in twee gelijke stukken uiteendoen (breken); iets in twee stukken snijden)
  34. Mestreechs: unnen daag, twie daog (=een dag, twee dagen)
  35. Brakels: een schete iejn een flesse (=twee keer niks)
  36. Westerkwartiers: woar twee ruil'n moet één huil'n (=ruilen - waar twee ruilen moet één huilen)
  37. Sint-Niklaas: overanderen dag.... (=om de twee dagen...)
  38. Rotterdams: Zeike en scheite (=twee dingen tegelijk doen)
  39. Westfries: ien en 'n aref (=twee en een half)
  40. gronings: leebm as Guus en Rudie (=van twee walletjes eten)
  41. Kaatsheuvels: de buus van twenne (=de bus van twee uur)
  42. Londerzeels: tes gruun haat tussen die twie (=die twee hebben ruzie gemaakt)
  43. Zeeuws: twi zielen in ie-en zak (=twee die het eens zijn)
  44. Heusdens: chzen geflest en chmot twiede studejoar ble`ve zitte (=ik ben gebuisd en moet het tweede jaar overdoen.)
  45. Tilburgs: irstes hèdde gin gelèèk, èn twiddes zitte te saawele. (=ten eerste heb je ongelijk en ten tweede zit je te zwetsen.)
  46. Mestreechs: twie han op eine boek (=twee handen op een buik)
  47. Veurns: twi zieëlen in e kloefe (=twee handen op één buik)
  48. Zeeuws: t is zo pot zo panne (=twee die die op elkaar lijken)
  49. Veurns: tweeë zieël'n in e kloefe (=twee handen op één buik)
  50. drents: het duuurde twee lang'n en twee breed'n (=Het duurde erg lang)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen