4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zijn.`
- de koning te rijk Zijn. (=bijzonder gelukkig zijn)
- de wereld wil bedrogen Zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
- een ridder te voet Zijn. (=niets meer hebben)
- geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand Zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
18 betekenissen bevatten `Zijn.`
- een groentje zijn (=(ook: Groen als gras Zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
- uit iemands hand eten. (=afhankelijk Zijn.)
- op je hoede zijn (=alert en voorzichtig Zijn.)
- dood en begraven zijn (=definitief voorbij Zijn.)
- moet is een bitter kruid. (=dingen die men moet doen kunnen onaangenaam of vervelend Zijn.)
- een bom inhebben. (=dronken Zijn.)
- één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost Zijn.)
- iets voor zoete koek aannemen (=iets geloven wat je hoort of ziet zonder kritisch te Zijn.)
- menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van Zijn.)
- boter op je hoofd smeren en droog brood eten. (=in de war Zijn.)
- je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=men moet goed voor het personeel Zijn.)
- ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn volle verstand Zijn. (alle vijf = de zintuigen))
- van de bedplank zijn (=op de huwelijksnacht verwekt Zijn.)
- in de put zitten (=somber of depressief Zijn.)
- ogen in je achterhoofd hebben (=zeer alert en waakzaam Zijn.)
- op de achterste benen/poten staan (=zeer verontwaardigd of boos Zijn.)
- een hart van goud hebben (=zeer vriendelijk en behulpzaam Zijn.)
- op de kleintjes letten (=zuinig Zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
50 dialectgezegden bevatten `Zijn.`
- 'k bin over Haereken (=bezopen zijn, de weg kwijt Zijn.) (Flakkees)
- 'k Wil hier dood nog niet zien worden (=Hier wil ik echt niet Zijn.) (Drents)
- 'ne goeien haon maog nie vèt Zijn. (=een goede haan mag niet vet zijn) (Genker)
- 't zalwel a'a skaan (=het zal wel Zijn.) (Aalsters)
- (dronken) als een Maleier Zijn. (=Dronken zijn) (Utrechts)
- Annet achterspien legge. (=De laatste Zijn.) (Zaans)
- Annet voorspien legge. (=De eerste Zijn.) (zaans)
- As een hond op een zieke koe (=Ergens tuk op Zijn. Als een bok op een haverkist) (Giethoorns)
- as we un èndje wijer zèèn. (=als we een eindje verder Zijn.) (Tilburgs)
- asse wiese dèt was, zon ze wèl gewist zèèn. (=als ze geweten hadden dat het doorging, zouden ze wel aanwezig geweest Zijn.) (Tilburgs)
- boe de brouwer ès, moet de bekker nie Zijn. (=waar de brouwer binnen is, moet geen bakker komen.) (Genker)
- De hoehgs nie vrig op te stoeën, de moes outgeslóppe Zijn. (=Je hoeft niet vroeg op te staan, je moet uitgeslapen Zijn.) (Genker)
- De hort op weze. (=Er van door Zijn.) (Zaans)
- De keute eut zeun. (=Helemaal op Zijn.) (Maldegems)
- de mooërt gestookng / gesteekng zien: om het leven gekomen Zijn. Wordt vooral gezegd van ongedierte. Ook van personen van wie men een afkeer had (=de moord gestoken zijn) (Klemskerks)
- der zyn nohol wel poat'n en oar'n an (=volslank / kloek gebouwd Zijn.) (West-Vlaams)
- Die is un bietje mèr as ne rèchte vêrrekesstart. (=Van goede komaf Zijn.) (Liessents)
- Eemes mòt de lèste man de zak ophaaje. (=Iemand moet de laatste Zijn.) (Roermonds)
- Een stuk in ewwe frak hemme. (=Dronken Zijn.) (Geels)
- Erreges worst op weze. (of tok) (=Ergens gek op Zijn.) (zaans)
- Gans van de wap aaf zeen. (=Helemaal van slag Zijn.) (Steins)
- Ge meug tr preus ip zin. (=Je mag er trots op Zijn.) (Kortrijks)
- Getoakt zijn tot op ou bloaze. (=Zeer diep beledigd Zijn.) (Evergems)
- Ginge vots vuur de naas wead zië. (=Geen knip voor de neus waard Zijn.) (Simpelveld)
- Het noodsain in top zette. (=Alert Zijn.) (zaans)
- Hier wi'k dood nog niet vunden worden (=Hier wil ik echt niet Zijn.) (Drents)
- Hij is deur `De Moar` bereen. (=Hij lijkt wel bezeten te Zijn.) (Bevers)
- Hij is deur nen hous gepoept. (=Zeer snel of haastig Zijn.) (Bevers)
- Hij is dronken. ( 2e Lazarus was dood een werd door Jezus weer tot leven gewekt) . Iemand die dronken is kan buiten westen zijn, maar komt weer bij. dus 'als Lazarus` Zijn. (=Hij / zij Is (als) Lazarus) (Utrechts)
- hij/zij het las(t) van de hêdendaagse koor(t)s / hij is van een hoge stoep af gedonderdstraolt en komp op zun platte bek terech(t) (=Hij zij is een rijke / kakker, het is iemand die denkt dat hij / zij heel wat is (wordt vaak gebruikt bij iemand die boven zijn / haar stand probeert te Zijn. (maar daar komt hij / zij wel van terug vroeg of laat)) (Utrechts)
- hoeveul zo dè kòsse nou dè kos goed un tientje zèèn. (=hoeveel zou dat kosten nou dat zou best eens een tientje kunnen Zijn.) (Tilburgs)
- Ik ben annet end van de akker; ik hew 't end in de bek. (=Moe Zijn.) (Zaans)
- Inge stoëk in dur kop hà / Bis te nòg zuuver (=Van het padje af Zijn.) (Epens)
- Krank es 'ne hòndj (=Erg ziek Zijn.) (Roermonds)
- Mé de peu't noa de vuerdeur liggen. (=Gestorven Zijn.) (Hamonter)
- Met drouge biene op de kant loupe. (=een boterham zo zuinig smeren dat de kanten niet bedekt Zijn.) (Westfries)
- Neet good te passe waen. (=Niet helemaal fit Zijn.) (Aaltens)
- Nem een möpke (koekje) bi-j de koffie. (=Neem het er van. Maak er het beste van.Kan ook ironisch bedoeld Zijn.) (Achterhoeks)
- Oeppassen veur d'achturenmuier. (=voor het donker thuis Zijn.) (Beerses)
- Op de need krabbe. (=Zuinig Zijn.) (zaans)
- t-za te raawste òp zèèn (=alles zal zowat op Zijn.) (Tilburgs)
- tieluk ip joen stik' n zyn (=vroeg op de been Zijn.) (West-Vlaams)
- Uk ni faan nun aeze gepoept zein. (=Traag Zijn.) (Oudenaards)
- Ut schouwke mot blijve róóke. (=Er moeten inkomsten Zijn.) (Roosendaals)
- Van twis in de zak zitt' n. (=Tegendraads Zijn.) (Zwevegems)
- Veursjneppetig zeen. (=Haantje de voorste Zijn.) (Gelaens (Geleens))
- Wa dje ni hat zet dje ni kwijt. (=Met weinig tevreden Zijn.) (Landens)
- Wat de kop vergit moete de been besniete Zijn. (=Wat je vergeet, moeten de benen bekopen.) (Genker)
- Zeed voor de Ommerse Skans. (=Jongens die na donkers nog buiten Zijn.) (Zaans)
- Zijn stront ziften voor ’t gruis. (=Zeer gierig Zijn.) (Evergems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen