Spreekwoorden met `Pra`

Zoek

24 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Pra`

  1. de derde man brengt de sPraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  2. die het geluk vindt, die mag het oPrapen. (=geluk komt onverwachts)
  3. een Babylonische sPraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  4. een stadsPraatje duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  5. er Prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
  6. grote Pracht, weinig macht. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
  7. iemand doodPraten (=op iemand blijven inpraten tot hij versuft van raakt)
  8. iemand naar de mond Praten (=vleien en vriendelijk zijn om iets gedaan te krijgen)
  9. iets dat krom is recht proberen te Praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  10. je mond voorbij Praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)
  11. met een hete aardappel in de keel Praten (=op een bekakte manier praten)
  12. met twee monden Praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
  13. over koetjes en kalfjes Praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten)
  14. over land en zand Praten (=over lichte onbeduidende dingen praten)
  15. Praatjes vullen geen gaatjes (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  16. Praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  17. recht Praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  18. ruggesPraak houden (=eerst ergens over moeten overleggen)
  19. tussen droom en daad staan wetten in de weg en Praktische bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
  20. uit zijn nek Praten (kletsen) (=onzin verkopen)
  21. van Praat komt Praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  22. visserslatijn Praten (=zijn prestaties overdrijven)
  23. voor stoelen en banken Praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
  24. wie zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oPrapen (=schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)

75 betekenissen bevatten `Pra`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de Praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gePraat)
  3. het op de klompen aanvoelen (=achterafgePraat - Dat had men kunnen weten)
  4. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen Praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  5. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder Praten)
  6. een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of oPraken)
  7. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegPraten)
  8. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitsPraak de mening van anderen peilen)
  9. het achtste wereldwonder (=een ongelooflijk Prachtig iets)
  10. een schot voor de boeg (=een uitsPraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  11. goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte Prater zijn)
  12. iets te berde brengen (=een voorstel doen; iets ter sPrake brengen)
  13. uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen Praten geen kwaad)
  14. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen Praten en niemand iets mogen vertellen)
  15. er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te Praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  16. geen rook zonder vuur (=er wordt niet over gePraat of er is wel iets van waar)
  17. je op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan Praten waar die weinig van af weet)
  18. iemand op zijn zeer trappen (=ergens over Praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
  19. iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal niet meer over Praten, verzwijgen)
  20. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitsPraak)
  21. aan mijn nooit niet (=geen sPrake van)
  22. zo glad als een aal (=geslepen, uitgekookt, iemand die zich overal uitPraat)
  23. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte Prater)
  24. je kaken roeren. (=goed eten of Praten.)
  25. een gladde tong hebben (=goed kunnen Praten, het goed kunnen uitleggen)
  26. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitsPraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  27. visserslatijn (=grootsPraak)
  28. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de Praktijk nog niet mee)
  29. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitsPraak over doet)
  30. de kroon op het werk zetten (=het werk Prachtig voltooien)
  31. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te Praten over dingen van vroeger)
  32. iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand Praten)
  33. iemand knollen voor citroenen verkopen (=iemand wat wijsmaken, met Praatjes foppen)
  34. zo de wind waait, waait zijn jasje (=iemand zonder principes, die zonder eigen mening anderen naar de mond Praat)
  35. gouden appels op zilveren schalen (=iets is erg Prachtig/goed/verstandig (verwoord))
  36. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er niet meer over Praten)
  37. op poten staan (=in een brief nergens omheen Praten)
  38. kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven Praten)
  39. de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde Praatje)
  40. er een punt aan kletsen (=met een Praatje vergoelijken)
  41. praatjes vullen geen gaatjes (=met Praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  42. woorden zijn geen oorden (=met Praten bereiken we niets)
  43. iets dat krom is recht proberen te praten (=met Praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  44. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bePraten hebben)
  45. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan Praten)
  46. een andere toon aanslaan (=op een andere manier tegen iemand gaan Praten)
  47. met een hete aardappel in de keel praten (=op een bekakte manier Praten)
  48. iemand doodpraten (=op iemand blijven inPraten tot hij versuft van raakt)
  49. in de luwte vallen (=op minder luide toon verder Praten)
  50. over koetjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen Praten)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen