Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bakker`

  1. bakkerskinderen eten oud brood. (=Aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  2. de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  3. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  4. het komt voor de bakker (=het komt in orde; het wordt geregeld)
  5. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)

Het dialectenwoordenboek kent 20 spreekwoorden met `bakker`

  1. Westfries: Eet brod met kais, gien kais met brod! (=Sonja bakkeren eenvoudig uitgelegd)
  2. Munsterbilzen - Minsters: dasset toetsje opte gateau (=de bakker zijn broodje is gebakken)
  3. Ossies: D'n bèkker krijge (=De bakker krijgen (plotseling moe worden))
  4. Riekevorts: Tej Nerrik (=Teo de bakker van taai brood)
  5. Lokers: Mij gat zee bakkere! (=Als iemand valselijk beschuldigd wordt, zegt men)
  6. Liedekerks: e gesneejen broeët van be tirken den bakker op daatmet (=een gesneden brood van bij Arthur De bakker op de Houtmarkt)
  7. Munsterbilzen - Minsters: zau krieëgter ze breidsje nauts gebakke (=de bakker bakte er niets van)
  8. Munsterbilzen - Minsters: ze vier brand oppe leig pitsje (=de bakker ziet er geen brood meer in)
  9. Mols: waffere bakker komt er bij eillie (=welke bakker komt er bij u)
  10. Westerkwartiers: da's veur de bakker (=dat is dik voor elkaar)
  11. Sint-Niklaas: me gat zei bakker!!! (=dat zal wel!!!!)
  12. Buggenhouts: mei gat zai bakker (=daar komt niets van in)
  13. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt zen baune gedop (=de bakker zijn broodje is gebakken)
  14. Zeeuws: kiek dn bakker is ter deur ekropen (=brood met gat er in)
  15. Sint-Niklaas: me gat zei bakker... (=dat zal wel niet waar zijn...)
  16. Zeeuws: dn bakker is verjerd zeker (=brood met enkele rozijnen)
  17. Zeeuws: ei bokkepoeaten ?dan lop je we moeilijk zeker? (=tegen de bakker)
  18. Westerkwartiers: 't komt veur de bakker (=het komt voor elkaar)
  19. Munsterbilzen - Minsters: Zjang Maajers, mèt zen braudkar, koëm mekan altijd zaot trèg iëver den Driëf van Eegebilze (=Het paard van bakker Jan Meyers kende de weg van Eigenbilzen over de Dreef van buiten, als Zjang weer eens zat was.)
  20. Hulsters (NL): Al op un ouwejaorsavend, toen sloogh dun bakker zun waif, al mee un ete knuppel de velle van eur laif, ut waif dat wou nie soreke, de knuppel, die wouw nie breken, de knuppen, die brek ut waif, da sprak, o, wa rara dingen zain dat. wa zullewe dun bak (=liedje met Oudjaar)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen