Spreekwoorden met `JP`

Zoek

31 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `JP`

  1. `m kniJPen (=erg zenuwachtig zijn)
  2. de gelegenheid bij de haren griJPen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  3. de handen dicht mogen kniJPen (=van geluk mogen spreken)
  4. de kat in het donker kniJPen (=kwaad doen waar niemand het ziet)
  5. de maan met de handen willen griJPen (=het onmogelijke willen doen)
  6. de peer is nog niet riJP (=de zaak is nog niet in orde)
  7. de piJP aan maarten geven (=sterven, ermee ophouden)
  8. de piJP aan Maarten geven. (=er definitief mee stoppen)
  9. de piJP uitgaan (=sterven)
  10. de riJPste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  11. de vrucht der ervaring riJPt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  12. de wereld is een piJP kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  13. een lelijke piJP roken (=zuur opbreken)
  14. een loden piJP hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  15. een oogje dichtdrukken/toekniJPen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
  16. een zware piJP roken (=door eigen schuld in moeilijkheden komen)
  17. er een lelijke piJP aan roken (=er veel schade van ondervinden)
  18. er een vuile piJP aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
  19. er geen drol van begriJPen (=ergens niets van begrijpen)
  20. er geen fluit van begriJPen (=iets niet begrijpen)
  21. het kippenei griJPen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
  22. het regent piJPenstelen (=het regent heel hard)
  23. het zit in de piJPlijn (=er wordt aan gewerkt)
  24. iemand bij de kladden griJPen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  25. je handen dichtkniJPen (=erg veel geluk hebben)
  26. kniJP zitten (=in de problemen zitten)
  27. met beide handen toegriJPen (=met graagte aanvaarden)
  28. naar de pen griJPen (=een brief schrijven)
  29. naar iemands piJPen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  30. op het giJPen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  31. uit de lucht griJPen (=iets zonder enige grond vertellen)

36 betekenissen bevatten `JP`

  1. het licht zien (=1: begriJPen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
  2. dat gaat mijn pet te boven (=daar begriJP ik niets van)
  3. mijn verstand staat er bij stil (=dat begriJP ik helemaal niet)
  4. dat is Latijn voor mij (=dat begriJP ik niet)
  5. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingriJPend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  6. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begriJPen)
  7. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van (=denken dat je iets begriJPt, terwijl je dat niet doet)
  8. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begriJPen)
  9. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begriJPen wat er wordt bedoeld)
  10. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingriJPen gaat een plan van de ander niet door)
  11. er het mes inzetten (=er grondig op ingriJPen, in de uitgaven besnoeien)
  12. boven de pet gaan (=er niets van begriJPen)
  13. er geen hout van snappen (=er niets van begriJPen)
  14. er geen drol van begrijpen (=ergens niets van begriJPen)
  15. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangriJPen)
  16. zo klaar als een klontje voor iemand zijn (=het helemaal begriJPen)
  17. er is geen chocola van te maken (=het is niet te begriJPen)
  18. er niet bij kunnen (=het niet kunnen begriJPen)
  19. er kunnen inkomen (=het wel kunnen begriJPen)
  20. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begriJPen)
  21. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren griJPen)
  22. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begriJPen, iets voor elkaar hebben)
  23. iemand tekort doen (=iemand te weinig geven of begriJPen)
  24. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergriJPen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  25. iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingriJPt)
  26. er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begriJPen)
  27. er geen fluit van begrijpen (=iets niet begriJPen)
  28. iets of iemand in de peiling hebben (=iets of iemand begriJPen)
  29. er gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te begriJPen)
  30. het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen griJPen en dingen doen)
  31. kunnen behappen (=kunnen begriJPen)
  32. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begriJPen hoe het in elkaar steekt)
  33. bij de pinken zijn (=snel dingen begriJPen, Handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
  34. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegriJPelijk)
  35. niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begriJPen en snel doorhebben)
  36. het is een wijze man, die maat ramen kan. (=wijsheid komt van het vermogen om situaties te begriJPen en hoe daar op te reageren)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen