Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `muur`

  1. de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
  2. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  3. een muur van onbegrip (=een hardnekkig gebrek aan begrip)
  4. een muurbloempje zijn (=stil en teruggetrokken zijn)
  5. het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
  6. iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
  7. men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  8. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  9. met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  10. met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  11. met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke trachten te bereiken / mislopen)
  12. Met het hoofd tegen de muur lopen (=Het onmogelijke proberen)
  13. tegen de muur zetten (=doodschieten)
  14. uit de muur eten (=fastfood eten)

2 betekenissen bevatten `muur`

  1. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  2. van stuurboord naar bakboord zenden (=van het kastje naar de muur sturen)

Het dialectenwoordenboek kent 11 spreekwoorden met `muur`

  1. Oudenbosch: da gif nie mee (=dat zit muurvast)
  2. Westerkwartiers: dat ston muurvaast (=dat stond onwrikbaar vast)
  3. Gents: van Pier noar Pol gezonde zein (=van het kastje naar de muur gestuurd)
  4. Lokers: ij luept van riefken noar roafken (=Hij loopt van de ene plaats naar de andere, hij loopt van het kastje naar de muur)
  5. ninoofs: van 't kasken noër de mier gestierd wèren (=van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  6. Westerkwartiers: met de kop teeg'n de muur aanloop'n (=behoorlijk tegenstand ondervinden)
  7. Oudenbosch: ij kan nog ginne spijker recht in de muur slaon (=hij is zeer onhandig)
  8. Westerkwartiers: hij liep met de kop teeg'n de muur (=hij stuitte op verzet)
  9. Waregems: 'k plak nen an de muur (=ik sla hem dood ((verbaal woedend))
  10. Beerses: Gij goadt ok vant kaske na de muur (=Snel van onderwerp veranderen)
  11. Genneps: Die lácht nog nie as dr 'n stuk stró.nt tege dr muur opkruupt (=Iemand zonder humor)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen