Eén spreekwoord bevat `HAT`
- je kan niet alle meisjes HATen om één (=als je bent getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
9 betekenissen bevatten `HAT`
- andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te scHATten)
- die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderscHAT worden)
- de lever doen schudden (=doen scHATerlachen)
- op het verkeerde paard wedden (=een verkeerde inscHATting maken)
- meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan scHATten)
- met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht scHATten)
- op de rooi af (=op goed geluk gescHAT)
- een stuip krijgen van het lachen (=scHATerlachen)
- met de ogen meten (=scHATten)
50 dialectgezegden bevatten `HAT`
- 'k pakk'n me HAT in m'n 'andn en 'k zien weg. (=Ik vertrek verontwaardigd) (Nieuwpoorts)
- 't hoan veel zehhers in ne zak, en noh mjir in e peirdemandn zonder HAT (=pratn is gemakkelijk) (Izegems)
- ' t is liek een ontjn die aht' r eur HAT lopt (=die jongen is niet van dat meisje weg te slaan) (Izegems)
- Ak oe hurn en ni zage lup ik HAT weg. (=Je hebt wel praatjes maar maakt op mij geen indruk.) (Hattems)
- As 't einen hónd waas, HAT te dich al lang gebete (=Je kijkt erover heen, maar het staat vlak voor je) (Venloos)
- assen HAT verzoerd ès, zal soeker ter nie viël aon helpe (=niet iedereen heeft een peperkoeken hart) (Munsterbilzen - Minsters)
- baeter kaa haan dan e kaat HAT (=krijgen vult de handen, geven het hart) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau ët HAT van vol ès, lëp te mond van iëvër (=het is moeilijk niets te laten blijken als je van iets vervuld zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau et HAT van vol ès, lëpte mond van iëver (=geluk kun je niet voor jezelf houden) (Munsterbilzen - Minsters)
- Braaf HAT de naas aaf. (WT) (=Niemand is volmaakt) (Mechels (NL))
- D'r vlaam HAT d'r reem i. (WT) (=De vlaaibodem is niet doorbakken) (Mechels (NL))
- Da HAT de erm ziël rów (=Dan hoeven we daarover al geen ruzie meer maken,) (Mechels (NL))
- da HAT de vot kirmes (=billenkoek) (Heerlens)
- da HAT mieënig vuëgelke gesjieëte dat noe nog ging vot HAT (=dat duurt nog heel lang) (Sjeeter plat)
- Dae HAT 't óg hoeëg in d'r bulles / knutsj (=Hij is heel hautain / uit de hoogte) (Mechels (NL))
- Dae HAT d'r leapel neer gelaat (=Iemand die gestorven is) (Mechels (NL))
- Dae HAT ing pan oet. (WT) (=Hij is niet goed wijs) (Mechels (NL))
- dae HAT ze nit alleneuj op ing reij (=die is gek) (Sjeeter plat)
- dae hét al ferm koste op zen HAT (=die heeft al eelt op zijn hart) (Bilzers)
- dae holt tich et HAT aut -dae mok tich kepot (=die blijft je op je zenuwen werken) (Munsterbilzen - Minsters)
- dasse pak van men HAT (=één zorg minder) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat frit aoën mën HAT (=dat doet hartzeer) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat HAT dae och va ginne vraeme (=iemand die hetzelfde doet als zijn vader of moeder) (Sjeeter plat)
- Dè HAT ze nèt mi nuij (=Die tikt niet meer zuiver) (nijswillers)
- de mûle seit wolris wat dêr't hert gjin diel oan HAT (=De mond spreekt wel eens over waar het hart geen deel aan heeft.) (Fries)
- de verlies baeter zene kop dan zen HAT (=liefde kent geen rede) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dea HAT óch neet d'r vaogel aafgeschoate (=Hij is ook niet de slimste) (Mechels (NL))
- der bok HAT geschtoe'ete (=onverwacht zwanger) (Nuths)
- Der deste pruus HAT ei paerd geklawd. (=n.v.t.) (nuths)
- die HAT inne haan d'r kop aafgebieëte (=meisje of vrouw met lippenstift) (Sjeeter plat)
- doë wiën ich nie goed van, doë kraajg ich et on men HAT van (=dat is slecht voor mijn hart) (Munsterbilzen - Minsters)
- E'e HAT 't neet ierlijk bie'ein geklie'ege (=Dat is een oneerlijke gluipert.) (Nuths)
- eje meje HAT bloat helehe (=als iemand een lichte verkoudheid heeft) (Koksijds)
- èn de liefde verlies te baeter zën HAT dan zënë kop (=als je hevig verliefd zijt moet je dubbel opletten) (Munsterbilzen - Minsters)
- enen op zën HAT zètte (=eentje drinken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gikker dorp HAT zien ege dialect de wöad kunne Andesj zieë, mè went vur ze good sjrieve kinne ver 't allemaal laeze. (WT) (=Ieder dorp heeft zijn eigen dialect. de woorden kunnen anders zijn, maar als je ze goed schrijft kunnen wij het allemaal lezen.) (Mechels (NL))
- gjeen naogel om an zin HAT te kraowen (=geen geld hebben) (Zeeuws)
- goei gedaachte koëme raech auttet HAT (=gebruik je verstand met je hart erbij) (Bilzers)
- HAT owwe meule tog is digt (=zwijg toch eens) (Neerpelts)
- HAT toch op (=hou toch op) (Neerpelts)
- hea HAT inne tiek in dr zender (=hij is niet helemaal 100) (kerkraads)
- Hea HAT nog ginge nagel um zich an de vót te kratse (=Hij is straatarm) (Mechels (NL))
- hea HAT op de ledder gesjloape (=hij is zo mager dat je zijn ribben kunt tellen) (Heerlens)
- Hea HAT sich begaait. (WT) (=Hij heeft zich vies gemaakt) (Mechels (NL))
- Hea HAT zich d'rop getraone. (WT) (=Hij heeft een windje gelaten) (Mechels (NL))
- hea HAT zich drop getroane (=hij heeft een poepje gelaten) (Gulpens)
- Hee HAT de neu sjong aa. (=Hij heeft te veel gedronken.) (Simpelveld)
- hinne noahln voe a zin HAT te klauwn (=Niks hebben of bezitten) (Izegems)
- ich worter het HAT van èn (=toen ik die massa bedorven sla weggooide, kreeg ik toch een krop in de keel) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemand zen HAT eitfretten (=iemand pijnigen met woorden) (Walshoutems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen